afdeling strafrecht parketnummer: 23-003809-19 datum uitspraak: 26 november 2020 VERSTEK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 oktober 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 15-225545-19 en 15-107093-17 (TUL) tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 17 september 2019 te Alkmaar [benadeelde] heeft mishandeld door - een of meermalen die [benadeelde] te duwen en/of - een of meermalen (met kracht) (met gebalde vuist) op/tegen het gezicht en/of elders op het lichaam van die [benadeelde] te slaan/stompen en/of - een of meermalen op/tegen het lichaam van die [benadeelde] te trappen/schoppen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij en tot een andere beslissing op de vordering tenuitvoerlegging komt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 17 september 2019 te Alkmaar [benadeelde] heeft mishandeld door meermalen met kracht met gebalde vuist tegen het gezicht van [benadeelde] te slaan en tegen het lichaam van [benadeelde] te trappen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien dagen, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zijn buurman in diens eigen woning mishandeld door – nadat de buurman de deur had geopend – die woning binnen te stormen en zijn buurman meermalen met kracht in het gezicht te slaan en tegen het lichaam te trappen. Als gevolg hiervan het slachtoffer pijn ondervonden en letsel bekomen. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast in een omgeving waar hij zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 november 2020 is hij eerder meerdere malen ter zake van mishandeling onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt. Gelet op de ernst van het feit en in het licht van de recidive is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Met de advocaat-generaal acht het hof, alles afwegende, een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.016,00, waarvan € 336,00 aan materiële schade en € 650,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 650,00, waarvan € 150,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 794,00, waarvan € 294,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden in de vorm van een bril die is stukgegaan tijdens de mishandeling. Het hof zal de schade begroten op € 150,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.