afdeling strafrecht parketnummer: 23-001156-18 datum uitspraak: 9 januari 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-674195-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op [geboortedag] 1966, adres: [adres]). Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019, 9 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 13 juni 2017 te Ouderkerk aan de Amstel, gemeente Amstelveen en/of Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig als schipper/bestuurder van een schip/vaartuig ([naam]) varend op de Amstel -terwijl hij onder invloed was van alcoholhoudende drank verkeerde en/of -geen, althans onvoldoende ervaring had om een schip/vaartuig te besturen bij het naderen van de aldaar gelegen brug over de Amstel de snelheid van het schip/vaartuig niet, althans onvoldoende heeft verminderd en/of heeft hij het schip/vaartuig niet (tijdig) stilgelegd en/of heeft hij zich er niet, althans onvoldoende van vergewist of de doorvaarhoogte van die brug voldoende was om onder door te varen en/of is hij vervolgens onder die brug doorgevaren, waarbij (de bovenzijde van) het schip in botsing/aanvaring is gekomen met die brug en/of waardoor [slachtoffer] die naast, althans in zijn nabijheid van hem verdachte op het schip/vaartuig stond, met zijn bovenlichaam bekneld is geraakt is tussen het schip/vaartuig en die brug, althans met zijn bovenlichaam (hard) in aanraking is gekomen met die brug, waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest die [slachtoffer] zodanig zwaar lichamelijk letsel (te weten een geheel of gedeeltelijk ingedrukte borstkas en/of een of meer afgescheurde bloedvaten in het hart- en longgebied), heeft bekomen dat die [slachtoffer] (aan het ontstane bloedverlies) is overleden; en/of hij op of omstreeks 13 juni 2017 te Ouderkerk aan de Amstel, gemeente Amstelveen en/of Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, als schipper/bestuurder van een schip ([naam]) varend op de Amstel niet alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die volgens goed zeemanschap en/of die door de omstandigheden waarin het schip zich bevond waren geboden, immers heeft hij, verdachte, -terwijl hij onder invloed was van alcoholhoudende drank verkeerde en/of -geen, althans onvoldoende ervaring had om een vaartuig te besturen bij het naderen van de aldaar gelegen brug over de Amstel de snelheid van het schip niet, althans onvoldoende verminderd en/of het schip/vaartuig niet (tijdig) stilgelegd en/of zich er niet, althans onvoldoende van vergewist of de doorvaarhoogte van die brug voldoende was om onder door te varen en/of is hij vervolgens onder die brug doorgevaren, waarbij (de bovenzijde van) het schip in botsing/aanvaring is gekomen met die brug en/of waardoor [slachtoffer] die naast, althans in zijn nabijheid van hem verdachte op het schip stond, met zijn bovenlichaam bekneld is geraakt is tussen het vaartuig en die brug, althans met zijn bovenlichaam (hard) in aanraking is gekomen met die brug, waardoor die [slachtoffer] zodanig zwaar lichamelijk letsel (te weten een geheel of gedeeltelijk ingedrukte borstkas en/of een of meer afgescheurde bloedvaten in het hart- en longgebied), heeft bekomen dat die [slachtoffer] (aan het ontstane bloedverlies) is overleden; 2.hij op of omstreeks 13 juni 2017 te Ouderkerk aan de Amstel (gemeente Amstelveen en/of Ouder-Amstel) op een scheepvaartweg, te weten de Amstel, een varend schip heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 27, tweede lid, aanhef en onder a van de Scheepvaartverkeerswet, 555 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, in elk geval hoger dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand met een proeftijd van 2 jaren. Vrijspraak De raadsman heeft ter zitting in hoger beroep vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd – kort samengevat – dat de verdachte niet als schipper in de zin van artikel 1.02 van het Binnenvaarpolitiereglement beschouwd kan worden en ook niet als ‘bestuurder’ omdat hij niet tijdelijk zelfstandig de koers en snelheid van een schip bepaalde. De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat de verdachte wel als bestuurder kan worden aangemerkt omdat de verdachte feitelijk aan het roer stond en daarmee wel tijdelijk zelfstandig de koers en snelheid van het schip bepaalde. Het hof overweegt als volgt. De voor de beoordeling van belang zijnde bepalingen uit de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement luiden als volgt. Scheepvaartverkeerswet Artikel 1 […] e. het voeren van een schip of ander vaartuig: het feitelijk de leiding hebben over een schip of ander vaartuig wat het deelnemen daarvan aan het scheepvaartverkeer betreft; f. verkeersdeelnemer: degene die een schip of ander vaartuig voert […] Artikel 27
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.