afdeling strafrecht parketnummer: 23-000244-19 datum uitspraak: 9 januari 2020 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-244712-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019, 9 januari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode 16 december 2017 tot en met 18 december 2017 te Noordbeemster, gemeente Beemster zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier, te weten een hond (een Stafford met de naam [naam]), pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door de hond (meermalen) (met kracht) - uit de bench te trekken, en/of - van de trap te gooien/laten vallen, en/of - te slaan/stompen op de kop. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsvoering komt. Bespreking bewijsverweer De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De hond [naam] heeft de verdachte aangevallen en wilde hem bijten, zodat de verdachte een redelijk doel had om [naam] een stomp te geven. De verdachte heeft daarmee geen grens overschreden en niet ontoelaatbaar gehandeld. Uit de bewijsmiddelen, met name uit de app van de verdachte aan zijn familie in samenhang met de andere bewijsmiddelen, blijkt dat de verdachte opzettelijk en zonder redelijk doel de hond een stomp heeft gegeven. Daar komt bij dat ook als de hond de verdachte zou hebben aangevallen, de verdachte hierop disproportioneel heeft gereageerd door de hond letsel toe te brengen. Hierbij is van belang dat het nog een pup betrof. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 18 december 2017 te Noordbeemster, gemeente Beemster, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier, te weten een hond (een Stafford met de naam [naam]), pijn en letsel heeft veroorzaakt en de gezondheid en het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door de hond met kracht te stompen op de kop. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, die na instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet Dieren. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een hond, een pup nog, mishandeld door het dier een stomp te geven, waardoor deze pijn en letsel heeft opgelopen. Dierenmishandeling is een ernstig feit. Dieren zijn machteloos en zijn afhankelijk van hun verzorger. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 212,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.