afdeling strafrecht parketnummer: 23-003614-18 datum uitspraak: 21 februari 2020 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-141406-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1983, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 13 juni 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 189 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij in of omstreeks van 24 januari 2017 tot en met 14 juni 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een pand, gelegen aan de [adres 2]) een hoeveelheid stroom/elektriciteit heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen stroom/elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bespreking verweer De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, aangezien er onvoldoende bewijs is dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij. De verdachte heeft verklaard dat hij de woning heeft onderverhuurd aan [naam 1]. Het hof overweegt en beslist als volgt. Op grond van de stukken van het dossier stelt het hof vast dat de verdachte in ieder geval vanaf januari 2017 huurder en gebruiker was van de woning aan de [adres 2] te Zaandam. Het dossier biedt geen enkel aanknopingspunt voor de stelling van de verdachte dat een ander dan de verdachte van die woning gebruik heeft gemaakt. Ook is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat de verdachte de woning onderverhuurde aan “[naam 1]”. De verdachte heeft daartoe geen enkel identificerend gegeven van deze [naam 1] of anderszins stukken ter onderbouwing van zijn stelling overgelegd. De ter zitting overgelegde schriftelijke verklaring van [naam 2] van juli 2019 dat hij [naam 1] wel eens tegenkwam bij het aanbellen of ophalen bij de woning is onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat [naam 1] de woning huurde. Ook de ter zitting afgelegde verklaring van de getuige [getuige] leidt niet tot een ander oordeel, nu alle informatie van de verdachte afkomstig is en [getuige] [naam 1] zelf nooit heeft gesproken; het enkele zien van [naam 1] is onvoldoende. Voornoemde verklaring van [naam 2] houdt in dat hij de hond van de verdachte, [naam 3], uitliet en dat de hond in februari 2017 bij hem was toen de verdachte op vakantie was. Tevens verklaart [naam 2] dat hij in de woning van de verdachte in Zaandam kwam, dat hij overal kon komen en dat hij wel eens [naam 1] tegenkwam bij het aanbellen aan/ophalen van de hond bij de woning. Naast het feit dat niet duidelijk is in welke periode dit heeft plaatsgevonden, strookt deze verklaring ook niet met de verklaring van de verdachte over [naam 4] die voor de honden zorgde als hij, verdachte, met vakantie was en dat [naam 4] [naam 1] niet kende, dat [naam 4] alleen maar binnenkwam via de tuindeur en daar de honden haalde en verder niet binnen in de woning kwam. Gezien het voorgaande stelt het hof de verklaring van de verdachte, dat hij de woning heeft onderverhuurd, dan ook als ongeloofwaardig terzijde. Voorwaardelijk verzoek Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep verzocht – indien het hof de verdachte niet vrijspreekt – “[naam 4]” te doen horen als getuige nu er van hem een telefoonnummer bekend is. Het hof is van oordeel dat het voorwaardelijk verzoek beoordeeld dient te worden aan de hand van het noodzaak-criterium, nu dit verzoek eerst ter terechtzitting is gedaan. Het hof wijst het verzoek af en overweegt daartoe dat gezien de door de raadsman gegeven onderbouwing de noodzaak daartoe niet is gebleken is, reeds omdat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat [naam 4] [naam 1] niet kent. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 13 juni 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid van in totaal 189 hennepplanten; 2.hij in de periode van 24 januari 2017 tot en met 14 juni 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand, gelegen aan de [adres 2] een hoeveelheid elektriciteit heeft weggenomen, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.