afdeling strafrecht parketnummer: 23-001990-20 datum uitspraak: 15 april 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-104265-20 (A) en 15-049306-20 (B) en 15-067017-20 (C) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1997, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlasteleggingen Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak A: 1.hij op of omstreeks 12 april 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een of meer afvalbakken, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een of meer afvalbakken geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een in de nabijheid van die afvalbakken staande vuilnis en/of aldaar staande reclameborden en/of de [restaurant 1] (vestiging [adres 2]), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; 2.hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 15 april 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met - een of meer parasols en/of (houten) banken en/of terrastafels (te weten van [restaurant 2], locatie [adres 3] en/of coffeeshop [coffeeshop], locatie [adres 4]) en/of - een of meer plantenbakken (te weten van [hotel]) en/of kliko's en/of containers en/of een stapel papier, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan voornoemde goederen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een in de nabijheid van die parasol(s) staande (andere) parasols en/of aldaar staande (houten) banken en/of terrastafels en/of andere goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; Zaak B: hij op of omstreeks 16 december 2019 te Heerhugowaard, een goed te weten een fiets (Sparta bPick-up classic) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; Zaak C: 1.hij op of omstreeks 14 maart 2020 te Alkmaar opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Flikker", "Kankerlijers" en/of "Kankerhomo's", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 2.hij op of omstreeks 22 februari 2020 te Alkmaar flessen Champagne (merk: Moët Chandon), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de [winkel] (vestiging: [adres 5]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen ten aanzien van de bewezenverklaring, de kwalificatie alsmede de straftoemeting komt dan de rechtbank. Bespreking bewijsverweer Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman het hof verzocht zijn cliënt bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs vrij te spreken van de aan hem in zaak A onder feit 2 ten laste gelegde brandstichting bij Coffeeshop [coffeeshop], [hotel], alsmede van het in brand steken van kliko’s, containers en een stapel papier. Partiële vrijspraak feit 2 Het hof acht op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder feit 2 – met uitzondering van de brandstichting bij [restaurant 2] - heeft begaan. In zoverre wordt de verdachte vrijgesproken van het hem onder feit 2 ten laste gelegde. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. [restaurant 2] Verdachte heeft bekend dat hij degene is geweest die de parasol van [restaurant 2] in brand heeft gestoken. Op grond van de bekennende verklaring, de aangifte en de camerabeelden kan deze brandstichting dan ook worden bewezen. [hotel] en Coffeeshop [coffeeshop] Verbalisant [verbalisant 2] heeft camerabeelden bekeken die gerelateerd zijn aan de brandstichting bij het [hotel], en heeft de verdachte – die door deze verbalisant diezelfde dag ook is verhoord als verdachte van brandstichting – op deze beelden herkend. Het hof stelt – na het bekijken van deze beelden tijdens het onderzoek op de terechtzitting – vast dat de camerabeelden van onvoldoende kwaliteit zijn om een herkenning op te baseren. Ook relateert de verbalisant dat zij de verdachte onder andere herkende aan de zwarte muts met logo op de voorkant. Op de genoemde beelden, zoals getoond ter terechtzitting in hoger beroep, is echter niet zichtbaar of de persoon al dan niet een muts of hoofddeksel draagt. De herkenning van de verdachte op deze beelden acht het hof niet bruikbaar. Het hof stelt vast dat zich in het procesdossier een aantal prints van camerabeelden van de brandstichting bij coffeeshop [coffeeshop] bevinden. Het hof is van oordeel dat deze prints van onvoldoende kwaliteit zijn om op basis daarvan tot een betrouwbare herkenning te komen. De bijbehorende camerabeelden maken geen onderdeel uit van het dossier. Het hof komt tot het oordeel dat de verdachte, bij gebrek aan ander wettig en overtuigend bewijs, van deze brandstichtingen dient worden vrijgesproken. De kliko, de container en de stapel papier De rechtbank heeft om tot een bewezenverklaring te komen van de overige tenlastegelegde brandstichtingen gebruik gemaakt van zogenaamd “schakelbewijs”. Van schakelbewijs is sprake wanneer de rechter het bewijs van het tenlastegelegde strafbare feit mede aanneemt op grond van specifieke en kenmerkende gelijkenissen met een ander, soortgelijk strafbaar feit dat de verdachte heeft begaan. Het kan in de bewijsconstructie worden toegepast wanneer de respectieve feitelijke gang van zaken die aan de feiten ten grondslag ligt op essentiële punten zulke belangrijke overeenkomsten met elkaar vertoont, dat ook zonder dat ten aanzien van in dit geval de kliko, de container en de stapel papier afzonderlijk bewijs aanwezig is, het bewijs daarvoor redengevend kan worden afgeleid uit de hoge mate van overeenkomst met (het) andere feit(en). Nu de verdachte echter wordt vrijgesproken van de brandstichtingen bij het [hotel] en Coffeeshop [coffeeshop] en de bewezenverklaring van de brandstichting bij [restaurant 2] daarmee op zichzelf komt te staan, kan niet gesproken worden van een dergelijk patroon zodat de verdachte ook hiervan wordt vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B en in zaak C onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak A: 1.hij op 12 april 2020 te Amsterdam, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met afvalbakken, ten gevolge waarvan die afvalbakken zijn verbrand en daarvan gemeen gevaar voor in de nabijheid van die afvalbakken staand vuilnis en een aldaar staand reclamebord te duchten was. 2.hij op 15 april 2020 te Amsterdam, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een parasol van [restaurant 2], locatie [adres 3], ten gevolge waarvan voornoemd goed gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor een in de nabijheid van die parasol staande andere parasol en houten terrastafels, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was. Zaak B: hij op of omstreeks 16 december 2019 te Heerhugowaard, een fiets (Sparta Pick-up classic) heeft verworven en overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Zaak met parketnummer C: 1.hij op 14 maart 2020 te Alkmaar, opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie Eenheid Noord-Holland, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Flikker", "Kankerlijers" en "Kankerhomo's". 2.hij op 22 februari 2020 te Alkmaar, flessen Champagne (merk: Moët Chandon), toebehorende, aan de [winkel] (vestiging: [adres 5]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B en in zaak C onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B en in zaak C onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het in zaak A onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Het in zaak B bewezenverklaarde levert op: opzetheling. Het in zaak C onder 1 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het in zaak C onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B en in zaak C onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1 en 2, zaak B en zaak C onder 1 en 2 bewezenverklaarde, met toepassing van het jeugdstrafrecht, veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 113 dagen, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis. Verder heeft de rechtbank aan de verdachte een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van twaalf maanden opgelegd, bestaande uit een programma met een tiental onderdelen, subsidiair twaalf maanden jeugddetentie. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte, met toepassing van het jeugdstrafrecht, voor de door de rechtbank bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 113 dagen, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis, alsmede tot een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van twaalf maanden bestaande uit het programma zoals door de rechtbank in eerste aanleg opgelegd, met uitzondering van de onderdelen meewerken aan ITB harde kern en het stellen onder elektronisch toezicht in het kader van het locatiegebod, subsidiair twaalf maanden jeugddetentie. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht, gelijk de rechtbank, de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De raadsman heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om, onder toepassing van het jeugdstrafrecht, aan de verdachte een jeugddetentie op te leggen gelijk aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, af te zien van het opleggen van een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige en te volstaan met het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met een proeftijd en aan deze proeftijd gekoppelde bijzondere voorwaarden. Wat betreft de op te leggen bijzondere voorwaarden kan, aldus de raadsman, aansluiting worden gezocht bij het advies van de Reclassering Nederland van 20 augustus 2020, met uitzondering van de voorwaarden met betrekking tot het meewerken aan ITB harde kern, het middelengebruik, het meewerken aan het locatiegebod, alsmede het meewerken met een coach van Spirit. De verdachte heeft laten zien dat hij op het goede pad is, hetgeen ook blijkt uit het evaluatieverslag van [naam 1], werkzaam als jeugdreclasseerder bij William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, van 30 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.