afdeling strafrecht parketnummer: 23-004066-19 datum uitspraak: 12 januari 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-238937-19 (zaak A) en 13-063355-19 (zaak B) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 december 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlasteleggingen Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: A. Zaak met parketnummer 13-238937-19: hij op of omstreeks 4 oktober 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer - 6 pillen XTC, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC en/of - 2 wikkels cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; B.Zaak met parketnummer 13-063355-19 (gevoegd): hij op of omstreeks 8 februari 2019 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 21 tabletten MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet verenigt met de bewezenverklaring van het ten laste gelegde in zaak A. Vrijspraak Het dossier bevat geen NFI-rapport waaruit de samenstelling van de pillen blijkt, zodat niet is vast komen te staan dat het hier de tenlastegelegde middelen betreft. Naar het oordeel van het hof kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 13-238937-19 (zaak A) is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-063355-19 (zaak B) tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 8 februari 2019 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 21 tabletten bevattende MDMA. Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-063355-19 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-063355-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het in de zaak met parketnummer 13-063355-19 (zaak B ) bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-063355-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft in eerste aanleg beide tenlastegelegde feiten bewezen verklaard en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis, en een geldboete van € 282,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.