afdeling strafrecht parketnummer: 23-001744-20 datum uitspraak: 18 mei 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-099457-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 13 april 2020 te Amsterdam een motorboot (met registratienummer [nummer]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, door zonder toestemming van voornoemde [benadeelde], een sleutel van de motorboot na te laten maken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 13 april 2020 te Amsterdam een motorboot (met registratienummer [nummer]) die toebehoorde aan [benadeelde], heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door zonder toestemming van voornoemde [benadeelde] een sleutel van de motorboot na te laten maken; Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, indien niet naar behoren voldaan te vervangen door 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als die door de politierechter zijn opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich op een zeer brutale wijze schuldig gemaakt aan diefstal van een motorboot door zich als potentiële koper voor te doen, een proefvaart te maken, onderzoek te doen naar de ligplaats en sleutel, en deze na te laten maken, en de boot midden in de nacht van een steiger in Amsterdam los te koppelen. De boot lag met twee kettingsloten vastgemaakt aan twee zeer deugdelijke ogen op de steiger; deze zijn losgeschroefd waarbij de bouten in het water zijn beland. Vervolgens heeft de verdachte de boot met een valse sleutel gestart en is er in het holst van de nacht mee naar Wijdenes gevaren. Daar heeft hij de boot uit het water gehaald om deze naar het terrein van zijn vader te vervoeren op een daarvoor gereed gezette trailer. De verdachte heeft door zo te handelen het vertrouwen van het slachtoffer beschaamd, diens eigendomsrecht geschonden en hem schade en overlast bezorgd. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Verbeurdverklaring boottrailer De advocaat-generaal en de raadsman hebben gevorderd, onderscheidenlijk bepleit de inbeslaggenomen boottrailer te retourneren aan de verdachte. De verdachte zou met de opbrengst van de verkoop daarvan een eventuele schadevergoeding kunnen betalen. Het hof overweegt als volgt. Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp. Die – enkele dagen voor de diefstal aangeschafte – trailer behoort de verdachte toe en zal daarom worden verbeurd verklaard. Gelet op de waarde van dit voorwerp, de verdachte heeft in dit verband bij de politie verklaard deze trailer voor een totaalbedrag van € 700,00 te hebben gekocht, wordt de verdachte hiermee niet onevenredig in zijn vermogen getroffen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.371,95, bestaande uit materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de gehele vordering op de gronden als aangegeven in de appelschriftuur. Kort samengevat stelt de raadsman zich op het standpunt dat er volgens de verdediging te veel vragen zijn over de helderheid van de vordering en de causaliteit van de schade, waardoor de behandeling van de vordering te ingewikkeld wordt voor in het strafproces. Het hof overweegt als volgt. Het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag ter hoogte van € 4.256,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.