Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002273-18 Datum uitspraak: 21 mei 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-846013-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep Feit 1 In hoger beroep is door de verdediging betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging ter zake van het onder 1 ten laste gelegde voor zover dat betrekking heeft op vuurwerk waarvan niet vast staat dat het behoort tot categorie F4 omdat er – kort gezegd – geen sprake is van dubbele strafbaarheid met betrekking tot dat vuurwerk. Alleen vuurwerk van categorie F4 zou in Duitsland strafbaar zijn. Het openbaar ministerie heeft zich, mede onder verwijzing naar de Europese regelgeving op het gebied van vuurwerk, op het standpunt gesteld dat de strafbaarstellingen in artikel 40 van het Duitse Sprengstoffgesetz en artikel 1.2.2, eerste lid, van het Nederlandse Vuurwerkbesluit, in de kern overeenkomen en hetzelfde rechtsgoed beschermen. Daarmee is voor al het ten laste gelegde vuurwerk voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid en is specificatie per soort niet nodig, zodat het openbaar ministerie ten aanzien van de gehele tenlastelegging onder 1 ontvankelijk is in de vervolging. Het hof komt aan de beoordeling van de vraag of er in deze is voldaan aan de in artikel 7, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) gestelde eis van dubbele strafbaarheid niet toe, aangezien het zich wat feit 1 betreft zal beperken tot bewezenverklaring van het tezamen en in vereniging met anderen voorhanden hebben van vuurwerk in Nederland. De verdediging heeft daarom geen belang bij dit verweer, zodat het hof bespreking daarvan en een beslissing daarop achterwege zal laten. Feit 2 Het openbaar ministerie heeft onbeperkt appel ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal medegedeeld dat het bezwaar tegen de beslissingen van de rechtbank inzake feit 2 – partiële nietigheid van de dagvaarding en overigens ontslag van alle rechtsvervolging – niet wordt gehandhaafd. Daarmee vervalt in zoverre het belang dat het openbaar ministerie heeft bij het appel. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met onderzoek ter zake van dit feit. Het hof zal het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen het als feit 2 tenlastegelegde. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Het hoger beroep van de zijde van de verdachte is niet bij akte beperkt ingesteld. Weliswaar blijkt uit de door de raadsman verleende schriftelijke volmacht tot instellen van appel dat het de bedoeling was alleen te appelleren tegen de beslissingen van de rechtbank ter zake van de feiten 1 en 3, maar dit is niet op deze wijze in de desbetreffende akte overgenomen en niet is gebleken dat de raadsman heeft verzocht een herstelakte ter zake op te maken. De inhoud van de akte is in beginsel leidend, en het hof ziet geen aanleiding van dat uitgangspunt af te wijken. De verdachte wordt daardoor ook niet in zijn belangen geschaad, gelet op het navolgende. Van de kant van de verdachte is bij de behandeling ter terechtzitting meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen de door de rechtbank gegeven beslissingen met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde. In zoverre heeft hij dus geen belang bij het ingestelde beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met onderzoek ter zake van dit feit, zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen het onder 2 tenlastegelegde. Hetzelfde lot treft het hoger beroep voor zover dat is ingesteld tegen de vrijspraak ter zake van het onder 4 ten laste gelegde, nu hoger beroep tegen een vrijspraak voor de verdachte op grond van het bepaalde in artikel 404, vijfde lid Sv niet mogelijk is. Dat laat onverlet dat het onder 4 ten laste gelegde wel in hoger beroep aan de orde is, aangezien de officier van justitie heeft geappelleerd tegen de op dat punt gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep op 29 mei 2020 door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is, voor zover nog aan de orde, aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1. primairhij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 te Well (gemeente Bergen) en/of te Arcen (gemeente Venlo), in ieder geval in Nederland, en/of te Kevelaer (Duitsland), tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten ongeveer 35.000 kilo, in ieder geval een hoeveelheid, vuurwerk bestaande uit onder meer: - 9900, in ieder geval één of meer, super cobra's 6 (pag. 563), en/of; - 1080, in ieder geval één of meer, cobra's 8 (pag. 561), en/of; - 857, in ieder geval één of meer, flowerbeds (pag. 582-682), en/of; - 304, in ieder geval één of meer, chinese rollen (pag. 577), en/of; - 9368, in ieder geval één of meer, shells (pag. 565-575), en/of; - 120, in ieder geval één of meer, Romeinse kaarsen (pag. 579), en/of; - 192, in ieder geval één of meer, lawinepijlen (pag. 581), heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad; 1. Subsidiair, althans indien ter zake van het primair tenlastegelegde geen veroordeling kan/mag volgen:hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 te Well (gemeente Bergen) en/of te Arcen (gemeente Venlo), in ieder geval in Nederland, en/of te Kevelaer (Duitsland), tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis (op het gebied van professioneel vuurwerk), al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten ongeveer 35.000 kilo, in ieder geval een hoeveelheid, vuurwerk bestaande uit onder meer: - 9900, in ieder geval één of meer, super cobra’s 6 (pag. 563), en/of; - 1080, in ieder geval één of meer, cobra’s 8 (pag. 561), en/of - $57, in ieder geval één of meer, flowerbeds (pag. 582-682), en/of; - 304, in ieder geval één of meer, chinese rollen (pag. 577), en/of - 936$, in ieder geval één of meer, shells (pag. 565-575), en/of; - 120, in ieder geval één of meer, Romeinse kaarsen (pag. 579), en/of - 192, in ieder geval één of meer, lawinepijlen (pag. 581), heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad; 3.hij in of omstreeks de periode van 26 november 2015 tot en met 18 oktober 2016 te Nieuwegein, Vianen en/of Well, in ieder geval in Nederland, als oprichter, leider en/of bestuurder, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere: - [medeverdachte 1] en/of; - [medeverdachte 2] ; welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (onder meer) het (als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis) binnen het grondgebied van Nederland brengen, opslaan, voorhanden hebben en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik; 4. primairhij op of omstreeks 05 september 2016 te Wel, de gemeente Bergen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten; - ongeveer 625 kilogram vuurwerk (lijst II), en/of; - 108, in ieder geval één of meer, shells (36 stuks 4 inch en/of 72 stuks 3 inch), en/of; - 100, in ieder geval één of meer, Thunder King vuurpijlen, en/of; - 2, in ieder geval één of meer, flowerbeds (TXB 869), en/of; - 2088, in ieder geval één of meer, Cobra's 6, en/of; - 200, in ieder geval één of meer, Butterfly crackers, en/of; - 1 flowerbed ( [leverancier 1] YHW 902), en/of; - 1 flowerbed ( [leverancier 1] U32645 B), binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander of anderen ter beschikking heeft gesteld; 4. Subsidiair, althans indien ter zake van het primair tenlastegelegde geen veroordeling kan/mag volgen:hij op of omstreeks 05 september 2016 te Well, de gemeente Bergen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis (op het gebied van professioneel vuurwerk), al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, te weten; - ongeveer 625 kilogram vuurwerk (lijst II), en/of - 10$, in ieder geval één of meer, shells (36 stuks 4 inch en/of 72 stuks 3 inch), en/of - 100, in ieder geval één of meer, Thunder King vuurpijlen, en/of - 2, in ieder geval één of meer, flowerbeds (TXB 869), en/of; - 2088, in ieder geval één of meer, Cobra's 6, en/of - 200, in ieder geval één of meer, Butterfty crackers, en/of - 1 flowerbed ( [leverancier 1] YHW 902), en/of; - 1 flowerbed ( [leverancier 1] U32645 B), voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank. Het standpunt van de advocaat-generaal met betrekking tot het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde Bij requisitoir heeft de advocaat-generaal zich, kort en zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachten het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde hebben begaan, waarbij zij van mening is dat de verdachte met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de beschikking had over en betrokken was bij illegaal vuurwerk in twee bunkers in Kevelaer (feit 1), dat de verdachte en [medeverdachte 2] kunnen worden aangemerkt als de twee leiders van de criminele organisatie waarvan [medeverdachte 1] deel uitmaakte (feit 3) en dat bij feit 4 sprake is van medeplegen door [medeverdachte 1] , de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] . Het standpunt van de verdediging met betrekking tot het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde De verdediging van de drie verdachten heeft met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde - zich met instemming van de advocaat-generaal en toestemming van het hof over en weer bij elkaars pleidooi aansluitend onder overneming van de inhoud - het volgende, kort en zakelijk weergegeven, aangevoerd. De verdachten moeten worden vrijgesproken van het opslaan en voorhanden hebben van het vuurwerk in de bunker met nummer [nummer 1] wegens onvoldoende bewijs. Aangezien het aangetroffen vuurwerk niet op een eenduidige manier is geteld en gecategoriseerd, is niet duidelijk hoeveel gevaarzettend vuurwerk is aangetroffen, hetgeen tot matiging van de op te leggen straf zal moeten leiden. Ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde dienen de verdachten te worden vrijgesproken, dan wel ontslagen te worden van alle rechtsvervolging (het hof begrijpt: in verband met specialis-generalis problematiek). De raadsman heeft zich met betrekking tot feit 3 verenigd met de bewezenverklaring door de rechtbank en heeft zich inzake feit 4 op het standpunt gesteld dat geen sprake is van concrete betrokkenheid van de verdachte, hetgeen tot vrijspraak dient te leiden. Redengevende feiten en omstandigheden feiten 1 primair en 3 primair Naar aanleiding van bevindingen in meerdere opsporingsonderzoeken vanaf 2015 is het vermoeden ontstaan dat (professioneel) vuurwerk bestemd voor particulier gebruik lag opgeslagen in het [plek 1] te Kevelaer in Duitsland. Dit betreft een voormalig [plek 1] bunkercomplex. Vermoed werd dat sprake was van een groep personen die gebruik maakte van dit bunkercomplex en, voor de verkoop en overdracht van vuurwerk, gebruik maakte van vaste ontmoetingsplaatsen zoals restaurant [restaurant] (hierna: [restaurant] ). Vanaf juni 2016 zijn verschillende middelen ingezet om te onderzoeken of deze vermoedens gerechtvaardigd waren. Op 20 juni 2016 is geobserveerd dat [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte 2] , hierna: [medeverdachte 2] ), samen met [naam 1] , bij [restaurant] was en later bij verschillende locaties van (voormalige) bunkers vlak over de Duitse grens. Op 27 juni, 1 juli en 11 augustus 2016 peilde een onder de auto van [medeverdachte 2] (een Audi met kenteken [kenteken 1] ) geplaatst baken uit bij [restaurant] en het bunkercomplex te Kevelaer in Duitsland. Op 20 juli 2016 is geobserveerd dat een VW Touareg met kenteken [kenteken 2] geparkeerd stond bij bunker [nummer 2] in Kevelaer, Duitsland. Dertig minuten later is gezien dat de auto geparkeerd stond bij restaurant [restaurant] , dat [medeverdachte 2] daar uitstapte en in het restaurant de verdachte trof. Op 24 augustus 2016 stond de VW Touareg met kenteken [kenteken 2] geparkeerd bij de bunker [nummer 2] te Kevelaer. Geobserveerd is dat de verdachte zich in/bij bunker [nummer 2] bevond en dat in zijn aanwezigheid een pallet vanuit de bunker in een vrachtwagen werd geladen. Kort daarna is gezien dat de verdachte weer naar [restaurant] vertrok en later het restaurant verliet met een dubbelgevouwen envelop in zijn handen. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 2] op 31 augustus 2016 met de auto naar Polen is gereisd, daar heeft verbleven in een hotel in Wroclaw en vuurwerkleveranciers [leverancier 1] en [leverancier 2] heeft bezocht. Uit de inhoud van een tapgesprek tussen de verdachte en zijn vriendin blijkt dat de verdachte (met een andere man, hoogstwaarschijnlijk [medeverdachte 2] ) in de nacht van 31 augustus 2016 in een hotel heeft verbleven. Uit het onderzoek naar de telefoon en de laptop van [medeverdachte 2] is voorts gebleken dat hij in de periode 6 juni 2016 tot en met 17 oktober 2016 in ieder geval acht keer naar Polen is gereisd. Op 5 september 2016 is geobserveerd dat [medeverdachte 1] (de medeverdachte [medeverdachte 1] , hierna: [medeverdachte 1] ) een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 3] van verhuurbedrijf [verhuurbedrijf] overdraagt aan twee mannen op het parkeerterrein van [restaurant] . De mannen zijn aangehouden en in deze auto is 625 kilo vuurwerk Lijst II en verder vuurwerk van Lijst III aangetroffen (zie verder onder feit 4). Vanaf 7 oktober 2016 zijn middels een OVC (opname vertrouwelijke communicatie) bevel gesprekken afgeluisterd in een vakantiehuisje van het [plek 2] te Arcen, waar de verdachte, [medeverdachte 2] en (in mindere mate) [medeverdachte 1] verbleven. Blijkens de inhoud van de uitgewerkte gesprekken is door de verdachte, [medeverdachte 2] en (in mindere mate) [medeverdachte 1] veelvuldig gesproken over soorten vuurwerk, verkoopprijzen, bestellingen (p. 142), voorraden (p. 124 en p. 143, 144), opslag, contante geldbedragen verstoppen (p. 124 en 125), de wijze van administreren (p. 118) en het afreizen naar Polen en pallets bestellen (p. 154 en p. 143). Op 11 oktober 2016 is een gesprek afgeluisterd tussen [medeverdachte 2] en de verdachte in het vakantiehuisje, over de voorraad Thunderkings en Cobra’s, [leverancier 1] , geldbedragen en het gebruik van een telefoon versus een kladblokje als agenda/administratie (p. 118). Op 17 oktober 2016 vraagt [medeverdachte 2] in een opgenomen gesprek ‘Wat zei [leverancier 3] ?’, waarop de verdachte antwoordt: ‘Wij zijn de grootste nu, van hun’, waarop [medeverdachte 2] zegt: ‘die bij hun kopen’ en de verdachte antwoordt: ja (p.179). Op 17 oktober 2016 is verder een gesprek opgenomen en afgeluisterd. NN2, van wie de stem is herkend als die van [medeverdachte 1] , is in gesprek met NN1, van wie de stem is herkend als die van de verdachte. [medeverdachte 1] spreekt tegen de verdachte over ‘je krijgt niet alle 4 en 5 inch op een pallet, was waarschijnlijk te veel’ ‘het waren twee pallets, dus ik heb die 4 inch op een andere pallet laten zetten, dan heb ik die 5 inch op die 4 inch gezet en die 4 inch overgereden’ en ‘morgenochtend effe een pallet overzetten’ (p. 178). Bij de doorzoeking van het vakantiehuisje op 18 oktober 2016 zijn drie Blackberry telefoons aangetroffen, waarvan de inhoud toegankelijk is gemaakt en is geanalyseerd. De telefoon die werd aangetroffen in de slaapkamer van [medeverdachte 2] heeft als PGP adres [email 1] en de gebruiker is [medeverdachte 2] . De telefoon met het PGP adres [email 2] heeft als gebruiker de verdachte. In deze twee Blackberry telefoons is het PGP adres [email 3] aangetroffen, waarvan de gebruiker [medeverdachte 1] blijkt te zijn. In deze drie telefoons zijn van en naar elkaar berichten aangetroffen, met als onderwerp onder meer het bijhouden van bestellingen en betaling van vuurwerk, klantenafhandeling, de afhandeling van de ‘mail’, (het verdelen van) geldbedragen, berekeningen, de bunker, het verplaatsen van voorraad. In de dagen voorafgaand aan de aanhouding op 18 oktober 2016 zijn onder meer de volgende berichten uitgewisseld: 13 oktober 2016 berichten van een onbekende aan de verdachte: ‘Yo bro 100x rollen, 15x 100sh tripelx , 15x 150sh trip, 2x c6, 2x fp3, 1x 19sh, 1x thunderking’; ‘ik ben er bro’; ‘rij gelijk naar jouw bunker toe’ (p. 567). Op 14 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 2] aan de verdachte: ‘reken jij effe uit wat [naam 2] moet betalen als je thuis bent in het huisje’ en bericht van de verdachte aan [medeverdachte 2] : ‘ja is goed doe ik’ en bericht van [medeverdachte 2] aan de verdachte: ‘sleutel van broertje op garage leggen dan pak ik die bv papieren (p. 568 en 569). Op 14 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 1] aan de verdachte: ‘doen we samen die klant? Anders rij ik voor niks’ en bericht van de verdachte aan [medeverdachte 1] : ‘ja ja hij is er ook nog, ja ik wagt op je’ (p. 570). Op 15 oktober 2016 bericht van PGP account ‘ [account] ’ aan de verdachte: ‘goedemorgen, kom naar de bunker’, ‘100 rolle, 15x 100sh fireline’, etc (p. 573). Op 15 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 2] aan de verdachte: ‘stuur even het nummer van je prepaid, ik ga zo nog een keer de mail doen.’ De verdachte geeft [medeverdachte 2] het nummer en stuurt: ‘oke txp 0100 is op c6 is op (p. 274). Op 15 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 2] aan de verdachte en [medeverdachte 1] : ‘Hoe gaat-ie? Opslag bijna leeg? en bericht aan [medeverdachte 2] : ‘ja gaat hard nog 2 klant dan klaar’ (p. 516). Op 16 oktober 2016 een bericht van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] : ’Dit is echt onbegonnen werk. Gwn 1 lijst met wat hun nemen. En dan de kosten uitrekenen met wat ze aflossen. Anders moet je kk veel gaan bijhouden’ en: ‘ik moet naar Polen mafkees’ (p. 519, 520). Op 16 oktober 2016 berichten tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] : ‘ja ik heb 60 ruggen maar mee’ ‘dan ligt er nog steeds 90 ruggen bij [naam 3] he’ ‘we hadden 180 bij [naam 3] ’ ‘8500+5250 was gister aan hem gegeven’ ‘effe nog een vraag die 8500 heeft [verdachte] al? En die 5250 was dat wat op me bureau lag? Of heeft [verdachte] dat ook gister gehad? ‘ [verdachte] zegt dat jij de lijst hebt van [naam 2] wat hebben ze nou genomen? (p. 547 en 548). Op 16 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 2] aan PGP adres Schatje: ‘als we alles verkopen hebben we al dik twee ton winst’ (p. 249). Op 17 oktober 2016 bericht van [medeverdachte 2] aan een onbekend PGP adres: ‘ik moet 2x per week naar Polen vanaf nu en [verdachte] is 7 dagen per week klanten aan het helpen’ (p. 552). Op 17 oktober 2016 berichten van [medeverdachte 1] aan de verdachte: ‘Heb 2 pallets shells overgereden met 4/5” en 2 pallets rollen’, ‘heb al gelaaien ben al bijna bij restaurant’ ‘Jo moet ik naar [naam 5] om mail te checken?; bericht van de verdachte aan [medeverdachte 1] : ‘labomba is bij restrand ga snel daarheen’ ‘ok ik kom eraan’ bericht van [medeverdachte 1] aan de verdachte: ‘maat sleutels en die afstandbediening!!! die lig in je armsteun’ (p. 536 en 537) en berichten van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] : ‘heeft labomba meteen betaald wat heeft ie genomen’; [medeverdachte 1] stuurt aan [medeverdachte 2] een lijst met verschillende soorten vuurwerk en het bericht: ‘Joker pijlen helemaal op nu’ (p. 538). In de telefoon van [medeverdachte 2] is als notitie aangetroffen: ‘bunkers kijken’ en ‘Bunkers’ met daarachter verschillende adressen in Duitsland (p. 562 en 563). Op 18 oktober 2016 is door de Duitse autoriteiten een grote hoeveelheid vuurwerk aangetroffen in twee bunkers in Duitsland, genummerd [nummer 2] en [nummer 1] , gelegen op het [plek 1] in Kevelaer, Duitsland. Het in beslag genomen vuurwerk is onderzocht. Het betreft diverse soorten professioneel vuurwerk, bestaande uit onder meer: Shells, Flowerbeds, Cobra’s (Cobra’s 6 en Cobra’s 8), Chinese rollen en Romeinse kaarsen. De Duitse autoriteiten hebben in bunker [nummer 2] een hoeveelheid van – voor zover het gewicht is vermeld – 11.044 kilo vuurwerk geteld. Gezien de fotobijlage bij het proces-verbaal van onderzoek vuurwerk is sprake van een zeer grootschalige opslag van vele (pallets met) dozen met vuurwerk, afkomstig van de vuurwerkleveranciers [leverancier 2] , [leverancier 1] en [leverancier 3] (p. 492 en verder). Op 18 oktober 2016 zijn de verdachte en [medeverdachte 2] aangehouden in het genoemde vakantiehuisje van [plek 2] in Arcen. Dit huisje is tot 2 december 2016 gehuurd door [naam 6] (de vriendin van de verdachte). Bij het vakantiehuisje is een Volkswagen Touareg met kenteken [kenteken 4] aangetroffen. Tijdens de doorzoeking van het huisje zijn sleutels en een oranje afstandsbediening gevonden. Twee van deze sleutels, die zijn aangetroffen in een keukenkastje, pasten op de hangsloten van de bunkers met nummer [nummer 2] en [nummer 1] en met de oranje afstandsbediening is later de elektrische schuifdeur van bunker [nummer 2] in Duitsland geopend. In het huisje zijn voorts in de woonkamer handgeschreven lijstjes aangetroffen met namen, bedragen en vuurwerk gerelateerde woorden als pijlen en shots. In een open keukenkast van het huisje zijn 7 mobiele telefoons en 28 prepaid simkaarten gevonden. In de slaapkamer van [medeverdachte 2] zijn onder meer bestellijsten, dan wel facturen aangetroffen van het bedrijf [leverancier 1] , een Poolse vuurwerkleverancier. Deze lijsten/facturen stonden op naam van [BV] BV. De optelsom van slechts enkele facturen van [leverancier 1] , gedateerd in oktober 2016, komt op een bedrag van bijna € 208.000,00. Het op die lijsten/facturen genoemde vuurwerk komt voor een groot deel overeen met het vuurwerk dat is aangetroffen in de bunkers [nummer 2] en [nummer 1] in Duitsland. In zijn slaapkamer is ook een laptop van het merk Acer aangetroffen, die in gebruik bleek bij [medeverdachte 2] . Op de laptop zijn onder meer catalogus/prijslijsten aangetroffen van vuurwerkleveranciers [leverancier 3] en [leverancier 1] en het websiteadres [email 4] . Vanuit dit websiteadres zijn e-mailberichten verstuurd over (de bestelling van) vuurwerk. De oprichtingsakte van [BV] BV is aangetroffen in een rugtas in een garagebox in Hei- en Boeicop. Op deze locatie zijn meerdere goederen aangetroffen die zijn te herleiden naar [medeverdachte 2] , zoals een waterscooter op zijn naam die zich bevond op een trailer met kenteken [kenteken 5] , zijnde het kenteken van een Audi die ook op naam van [medeverdachte 2] staat. In de rugtas zijn ook een iPad mini en een telefoon aangetroffen waarvan de inhoud, na onderzoek, is te herleiden naar [medeverdachte 2] . Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte is een contant geldbedrag gevonden van € 1.300,00. In de woning van [medeverdachte 1] zijn in zijn slaapkamer drie vuurwerk bestellijsten aangetroffen en contante geldbedragen van € 10.190,00, € 390,00, € 8.500,00 en € 300,00. De drie verdachten hebben zich steeds op hun zwijgrecht beroepen, ook ter terechtzitting in hoger beroep, met uitzondering van [medeverdachte 2] , die op 18 maart 2021 bij de raadsheer-commissaris slechts heeft verklaard over welke bunker door wie werd gebruikt. Nadere bewijsoverwegingen feit 1 primair en feit 3 en bespreking verweren Feit 1 primair Bunker [nummer 1] Hoewel aanwijzingen bestaan dat de verdachten ook betrokken waren bij de in bunker nummer [nummer 1] aangetroffen partij vuurwerk, zijn die aanwijzingen niet voldoende om tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van die partij door de drie verdachten in deze zaak te kunnen komen. Bij dat oordeel heeft het hof het volgende betrokken. Allereerst heeft medeverdachte [medeverdachte 2] bij gelegenheid van zijn verhoor op 18 maart 2021 door de raadsheer-commissaris verklaard dat hij en zijn medeverdachten alleen de beschikking hadden over bunker nummer [nummer 2] . [naam 1] maakte gebruik van onder meer bunker [nummer 1] voor de opslag van sigaretten, [naam 7] maakte gebruik van bunker [nummer 1] voor de opslag van vuurwerk, aldus de medeverdachte [medeverdachte 2] . In het omvangrijke dossier zijn ook aanwijzingen te vinden die erop duiden dat derden, en meer in het bijzonder [naam 7] en/of [naam 1] , te maken hadden met de vuurwerkopslag in bunkers in Kevelaer en al dan niet mede de beschikking hadden over bunker [nummer 1] en de inhoud daarvan. De verdediging heeft geprobeerd een en ander verder inhoud te geven en heeft daartoe een verklaring achterhaald die [naam 1] als verdachte heeft afgelegd bij de FIOD op 17 februari 2017 (in een ander onderzoek). [naam 1] heeft daarin onder meer gezegd dat hij in Kevelaer twee bunkers naast elkaar heeft gehad, [nummer 2] en [nummer 1] , en dat in allebei vuurwerk is gevonden. Ook heeft hij verklaard dat hij een bunker naast de bunker van die “vuurwerkjongens” kon huren. Naar aanleiding van de regiezitting op 29 mei 2020 en het nadere verhoor van [medeverdachte 2] op 18 maart 2021 en de pogingen van de verdediging nader materiaal te verzamelen om het standpunt van hun cliënten van substantie te kunnen voorzien, heeft de raadsheer-commissaris het openbaar ministerie schriftelijk de volgende vragen voorgelegd: – “ “Voor de betrokkenheid van [naam 7] als ‘de grote man achter 40.000 kg vuurwerk die in 2016 in Kevelaer in beslag is genomen’ zou, als ik het goed zie, een proces-verbaal TCl PVB28ZC-31289 (d.d. 8-12-2017) aanwijzingen bevatten. Is dat proces-verbaal voor de advocaat-generaal wellicht eenvoudig te achterhalen?”; – “ “Is het voor de politie wellicht verder mogelijk om op eenvoudige wijze te achterhalen of zij beschikt over stukken waaruit een relatie blijkt tussen [naam 7] en vuurwerkopslag in 2016 in bunker [nummer 2] en/of [nummer 1] in het complex in Kevelaer?” Ondanks rappel is hier van de zijde van het openbaar ministerie geen inhoudelijke reactie gekomen, ook niet desgevraagd ter terechtzitting van 21 april 2021. Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat te veel twijfel blijft bestaan over wie precies gebruik maakte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.