← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2021:1548

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.291.171/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 28 mei 2021 inzake de stichting STICHTING OMROEP LIMBURG, gevestigd te Maastricht, VERZOEKSTER, advocaten: mr. R.A.J.C. Huijs en mr. M.J. Huisman, beiden kantoorhoudende te Eindhoven, t e g e n

  1. de stichting STICHTING OMROEP LIMBURG,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TELEVISIEBEDRIJF LIMBURG B.V.,
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OMROEPBEDRIJF LIMBURG B.V.,
  4. de vennootschap onder firma RECLAMEMAATSCHAPPIJ L1 V.O.F., alle gevestigd te Maastricht, VERWEERSTERS, advocaat: mr. E. Jansberg, kantoorhoudende te Eindhoven, e n t e g e n 1deONDERNEMINGSRAAD L1, gevestigd te Maastricht, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. L.C.J. Sprengers, kantoorhoudende te Utrecht, 2 [A] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. E. Jansberg, kantoorhoudende te Eindhoven, 3 [B] , BELANGHEBBENDE, in persoon verschenen. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 26 en 28 april 2021 in deze zaak. 1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Stichting Omroep Limburg, Televisiebedrijf Limburg B.V. en Omroepbedrijf Limburg B.V. over de periode vanaf 1 juli 2019 en mr. J.M. Blanco Fernández (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten van Stichting Omroep Limburg, mr. J.A. van der Have benoemd tot bestuurder en mr. B.M.A. van Hussen tot commissaris van Stichting Omroep Limburg. 1.3 In de beschikking van 26 april 2021 heeft de Ondernemingskamer de onderzoeker verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en toe te zenden (r.o. 3.41 van die beschikking). 1.4 De onderzoeker heeft bij e-mail van 24 mei 2021 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer toegezonden. 1.5 De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij e-mail van 25 mei 2021 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten. 1.6 Bij e-mail van 26 mei 2021 heeft mr. Huijs namens Stichting Omroep Limburg vertegenwoordigd door de raad van commissarissen de Ondernemingskamer bericht in te stemmen met de begroting van de kosten door de onderzoeker. 1.7 Bij e-mail van 27 mei 2021 heeft mr. Sprengers namens de ondernemingsraad de Ondernemingskamer bericht geen opmerkingen te hebben naar aanleiding van de begroting van de kosten door de onderzoeker. 1.8 Bij e-mails van 28 mei 2021 hebben [B] en mr. Jansberg namens verweersters en [A] de Ondernemingskamer bericht geen opmerkingen te hebben naar aanleiding van de begroting van de kosten door de onderzoeker. 2De gronden van de beslissing 2.1 De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot op 240 en opgave gedaan van zijn uurtarief (€ 275) en andere verwachte kosten. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 70.000 exclusief btw. 2.2 Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 70.000 exclusief btw. 3De beslissing De Ondernemingskamer: stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 70.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en dr. M.J.R. Broekema, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.