← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2021:1570

afdeling strafrecht parketnummer: 23-000396-21 datum uitspraak: 1 juni 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 16 februari 2021 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 31 mei 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-973042-11 en 15-713064-13 en 15-973001-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975, thans gedetineerd in PI Leeuwarden te Leeuwarden. Procesgang De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 4, 6, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 39 maanden, met aftrek, verbeurdverklaring van twee vacuümmachines en meerdere geldbedragen en onttrekking aan het verkeer van een boksbeugel en een wapenstok. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 21 mei 2019 het vonnis vernietigd, opnieuw recht gedaan en de verdachte ten aanzien van zaak A feit 1, zaak B feit 1, 2 en 3 en zaak C feit 4 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 63 maanden, met aftrek, verbeurdverklaring van meerdere geldbedragen en onttrekking aan het verkeer van een boksbeugel en een wapenstok. Tegen het arrest van het gerechtshof is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 16 februari 2021 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad heeft de door het hof opgelegde gevangenisstraf verminderd in die zin dat deze 59 maanden beloopt en de zaak teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer opnieuw wordt berecht en afgedaan. Onderzoek ter terechtzitting en ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 maart 2021 en 18 mei

  1. Door het arrest van de Hoge Raad is in hoger beroep nog slechts aan de orde de beslissing omtrent het beslag op: een boksbeugel en een wapen (wapenstok). De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de verdachte afstand doet van de boksbeugel en de wapenstok en het hof voorgesteld de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep De advocaat-generaal vordert dat - gelet op het voorgaande - ten aanzien van het beslag geen beslissing wordt genomen en zij verzoekt het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep Nu, gelet op hetgeen door de raadsman is aangevoerd en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij een inhoudelijk oordeel over de zaak zal de verdachte, wat overigens zij van de juistheid van de beslissing van de rechtbank, wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover dit hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad nog aan het oordeel van het hof is onderworpen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. P.C. Römer en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni
  2. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.