afdeling strafrecht parketnummer: 23-001400-20 datum uitspraak: 10 mei 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 22 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-051902-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1988, thans gedetineerd in PI Rijnmond - Gev. De IJssel te Krimpen aan den IJssel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primairhij op of omstreeks 27 februari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te Vlaardingen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2978,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; subsidiairhij in of omstreeks de periode van 11 februari 2020 tot en met 27 februari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Vlaardingen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 2978,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s), - (telefonische) contact(en), via de applicatie WhatsApp, met zijn, verdachtes, mededader gehouden en/of instructies gegeven omtrent de ontvangst en/of het vervoer van de MDMA en/of - zich op 26 februari 2020 naar (metrostation) Vlaardingen-oost begeven teneinde (een koffer met daarin) de MDMA te overhandigen aan zijn, verdachtes, mededader en/of - een vliegticket naar Brazilië naar zijn, verdachtes, mededader gemaild en/of - (telefonische) contact(en), via de applicatie Whatsapp, met zijn verdachtes, mededader gehouden omtrent de voortgang van diens reis. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsoverweging, bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank. Bewijsoverweging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat de verdachte niet wist dat er MDMA in de koffer zat, waarmee medeverdachte [medeverdachte] op 27 februari 2020 op de luchthaven Schiphol werd aangehouden. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte de koffer op uitdrukkelijk verzoek van medeverdachte [medeverdachte], die zelf niet over een koffer beschikte, één dag voor zijn vertrek naar Brazilië – op metrostation Vlaardingen-Oost – aan hem heeft overhandigd. In die koffer zaten toen slechts slippers, twee paar schoenen en een schoudertasje. Deze spullen waren bedoeld voor een vriendin van de verdachte die in Brazilië woont. Het kan niet anders dan dat [medeverdachte] op een later tijdstip de drugs in de koffer heeft verstopt. Het hof overweegt als volgt. Dat de verdachte niet van de verdovende middelen in de koffer heeft geweten, is niet aannemelijk geworden. Zijn suggestie dat de MDMA door medeverdachte [medeverdachte], zonder verdachtes medeweten en instemming, in de dubbele achterwand van de koffer is gestopt vindt geen steun in het dossier en is evenmin anderszins aannemelijk geworden. Het hof concludeert dan ook dat de verdachte wetenschap had van de aangetroffen MDMA en dat hij, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte], deze verdovende middelen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Het hof stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat het de verdachte is die aan [medeverdachte] de koffer heeft overhandigd en diens vliegticket heeft geregeld. Het dossier bevat een aantal Whatsapp-berichten tussen verdachte en [medeverdachte], met een inhoud die om uitleg vraagt. De verdachte heeft daarvoor echter geen redelijke verklaring afgelegd. Het hof constateert dat het de verdachte is die op 11 februari 2020 het initiatief neemt tot contact met [medeverdachte] met de vraag:“kunnen we wat doen” en de opmerking: “je moet wel serieus zijn.” Er volgen spraakberichten van [medeverdachte] aan de verdachte met de vraag of zij samen “een plan” kunnen maken en de vraag wanneer [medeverdachte] met “die mannen” kan spreken. Daarnaast bericht [medeverdachte] aan de verdachte: “ik hoor van jou, wanneer ik kan vertrekken”. Het is de verdachte die [medeverdachte] instrueert wat te antwoorden wanneer hem in Brazilië naar de reden van zijn verblijf wordt gevraagd. Op de avond vóór vertrek informeert de verdachte nog bij [medeverdachte] of “alles netjes ingepakt” is. En op de dag van vertrek wordt de verdachte door [medeverdachte] op de hoogte gesteld van zijn aankomst op Schiphol. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] bij de uitvoer van de verdovende middelen. De bijdrage van de verdachte aan het delict is van voldoende gewicht om hem als medepleger aan te merken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 27 februari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2978,8 gram van een materiaal bevattende MDMA. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen 1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 april 2021. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Het klopt dat ik vorig jaar op 26 februari op het metrostation Vlaardingen-Oost een koffer heb gegeven aan [medeverdachte]. Ik weet dat in die koffer MDMA is gevonden. Ik heb via via een ticket naar Brazilië voor hem geregeld. 2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL27RP/20-020372 van 28 februari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3],, doorgenummerde pagina’s 18-20. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen): Op 27 februari 2020 kreeg ik verbalisant [verbalisant 1] de melding dat de Douane Schiphol in de ruimbagage van een passagier genaamd [medeverdachte] een aanzienlijke hoeveelheid MDMA poeder hadden aangetroffen, later bleek 2978,8 gram MDMA poeder. Deze passagier was voornemens vanaf Schiphol uit te reizen naar Fortaleza, Brazilië met de vlucht [nummer 1]. Tevens werd mij medegedeeld dat deze passagier reeds was onderkend bij de uitgaande gate, en dat het betrof: [medeverdachte] geboren op [geboortedag 2] 1970 te [geboorteplaats 2]. Hierop is [medeverdachte] op 27 februari 2020 aangehouden ter zake artikel 2ABC van de Opiumwet. 3. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] met nummer PL27RP/20-020372 van 27 februari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], doorgenummerde pagina’s 36-42. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 27 februari 2020 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van verdachte: A: Ik weet niet of de politie jullie al de informatie gegeven heeft maar ik heb de koffer gekregen op het station. Er hangen daar camera's. Ik zou op vakantie gaan naar Salvador, maar ik ben ook vaak naar Brazilië gekomen. Ik wilde dat niet eerst, maar hij ging mij pushen. Gisteravond om 18:00 uur kwam hij mij de koffer geven bij Metro station Vlaardingen Oost. Hij komt vanuit Rotterdam. V: Wat kunt u vertellen overtellen over de man die u de koffer heeft overhandigd? A: Hij heet [verdachte] (fon.) (het hof begrijpt dat daarmee de verdachte wordt bedoeld). V: Welke instructies heeft u ontvangen van [verdachte] omtrent het afleveren van de koffer? A: Hij heeft wel druk gezet. Ik had kleine bagage en ik zei dat het niet zou passen. Toen zei hij dat hij een koffer had. 4. Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen met bijlagen met nummer PL27RP-20-020372 van27 februari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7], doorgenummerde pagina’s 61-76. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen): Op 27 februari 2020, is door personeel van Douane op de luchthaven Schiphol, één blauwkleurige rolkoffer aangetroffen met daarin een onbekende hoeveelheid verdovende middelen, vermoedelijke methyleendioxymethamfetamine (MDMA). De verdovende middelen waren verborgen in de achterwand van de blauwkleurige rolkoffer. De blauwkleurige rolkoffer van het merk "SB" inhoudende een onbekende hoeveelheid verdovende middelen, op naam van [medeverdachte] werd vervolgens in beslag genomen en voorzien van een waarde zak van de Douane met het nummer [nummer 2]. De blauwkleurige rolkoffer is vervolgens overgedragen aan personeel van de Eerstelijns Drugsbestrijding (ELDB). Nadat wij de achterwand van de blauwkleurige rolkoffer hadden verwijderd zagen wij, twee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.