afdeling strafrecht parketnummer: 23-004227-19 datum uitspraak: 22 juni 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-061218-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1991, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Primair: hij, op of omstreeks 12 januari 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, die [benadeelde] een of meerdere malen met een (stukgeslagen) glas in het gezicht heeft geslagen/gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair:hij, op of omstreeks 12 januari 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snijwonden in het aangezicht en/of ontsierende en/of blijvende littekens in het aangezicht, heeft toegebracht door die [benadeelde] een of meerdere malen met een (stukgeslagen) glas in het gezicht te slaan/steken; Meer subsidiair:hij, op of omstreeks 12 januari 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, [benadeelde] heeft mishandeld door ie [benadeelde] een of meerdere malen met een (stukgeslagen) glas in het gezicht te slaan/steken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer snijwonden in het aangezicht en/of ontsierende en/of blijvende littekens in het aangezicht ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Bespreking van verweren De advocaat-generaal heeft vrijspraak van het primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat naar uiterlijke verschijningsvorm het opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangever. Niet is aannemelijk geworden dat de verdachte uit noodweer of noodweerexces handelde. De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft aangevoerd dat in onvoldoende mate kan worden vastgesteld wat de feitelijke toedracht is geweest nu twee scenario’s naar voren komen en het voor de verdachte belastende scenario niet aannemelijker is dan het hem ontlastende scenario. Toen de verdachte een armbeweging maakte naar het gezicht van de aangever was hij zich er niet van bewust dat hij een glas in zijn handen had. Hij had geen opzet op het toebrengen van zwaar letsel. Er is hoe dan ook geen bewijs dat de verdachte meermalen zou hebben geslagen. Evenmin kan worden vastgesteld dat de aangever zwaar letsel heeft bekomen. Subsidiair voert de raadsman aan dat de verdachte handelde uit noodweer omdat hij voorafgaande aan zijn armbeweging bij zijn schouder was gepakt en daarna door de aangever in zijn gezicht werd geslagen. Het hof stelt de volgende feiten vast. De verdachte en de aangever, [benadeelde], bevonden zich op 12 januari 2019 rond 3.00 uur ‘s nachts in de club [club], een drukke uitgaansgelegenheid in Amsterdam. Beiden hadden gedronken. Op enig moment heeft de verdachte met een armbeweging, terwijl hij een glas vasthield, [benadeelde] in zijn gezicht geslagen. Hierbij heeft [benadeelde] meerdere sneden in zijn gezicht opgelopen, waaraan hij blijvende littekens in het gezicht heeft overgehouden. Het hof acht bewezen dat de verdachte door [benadeelde] in het gezicht te slaan met een glas in zijn handen [benadeelde] heeft mishandeld waardoor deze zwaar letsel heeft bekomen. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat de verdachte ten tijde van het slaan zich ervan bewust was dat hij een glas in zijn handen had, zodat opzet -ook in voorwaardelijke zin- op het toebrengen van levensbedreigend of zwaar letsel niet is bewezen. Evenmin heeft het hof kunnen vaststellen dat de verdachte meermalen heeft geslagen. Het hof acht op grond van het vorenstaande niet bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De lezing van de verdachte dat hij sloeg in reactie op een vuistslag van [benadeelde] vindt geen steun in getuigenverklaringen en ook overigens bevat het dossier voor die lezing geen aanknopingspunten. Ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat sprake was van een noodweersituatie waartegen door de verdachte verdediging geboden was, zodat het noodweerverweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 12 januari 2019 te Amsterdam [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] met een glas in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten snijwonden in het aangezicht en blijvende littekens in het aangezicht ten gevolge heeft gehad. Hetgeen (nog) meer subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het meer subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het meer subsidiair bewezenverklaarde levert op: mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Strafbaarheid van de verdachte De raadsman heeft betoogd dat de verdachte niet strafbaar is omdat sprake is van noodweerexces. Het hof verwerpt dit verweer nu, gelet op het hiervoor overwogene, niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een noodweersituatie. Evenmin is een andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het meer subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde ontslagen van alle rechtsvervolging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft in een drukke uitgaansgelegenheid het slachtoffer mishandeld door hem in zijn gezicht te slaan terwijl hij een glas in zijn handen had. Het slachtoffer heeft ten gevolge hiervan snijwonden en blijvende littekens in het gezicht opgelopen. Een dergelijke gebeurtenis heeft een grote impact op het leven van het slachtoffer. Het gedrag van de verdachte heeft niet alleen ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer gemaakt, dergelijk uitgaansgeweld roept bovendien gevoelens van angst en onveiligheid op in de samenleving in het algemeen, en voor degenen die ervan getuige zijn geweest in het bijzonder. Gelet op voorgaande is het hof van oordeel dat sprake is van een ernstig feit. Hoewel de verdachte geen opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, is dit evenwel een gevolg dat hem wordt aangerekend en blijkens de wet strafverzwarend werkt ten opzichte van een ‘gewone mishandeling’. In het voordeel van de verdachte neemt het hof mee dat hij niet eerder met justitie in aanraking is gekomen en een stabiel bestaan leidt, zodat het bewezenverklaarde feit een eenmalig incident lijkt te zijn. Bovendien heeft de verdachte zowel ter zitting in eerste aanleg als tijdens de zitting in hoger beroep er blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen en heeft hij zijn spijt betuigd. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.132,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.