GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civielrecht recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.289.884/02 zaaknummer rechtbank: C/13/672138 / FA RK 19-5603 Beschikking van de meervoudige kamer van 29 juni 2021 in het incidentele verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad inzake [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, verzoekster in het incident, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. P.A.J. van Putten te Almere, en [de curator] , h.o.d.n. [X] Bewindvoering, in haar hoedanigheid van curator van [de man] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] , verweerster in hoger beroep, verweerster in het incident, verder te noemen: de curator dan wel de man, advocaat: mr. A.M. Hilhorst te Amsterdam. 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 11 november 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 De vrouw is op 9 februari 2021 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van voormelde beschikking van 11 november 2020 (zaaknummer 200.289.884/01). Het beroepschrift bevat tevens een incidenteel verzoek tot schorsing van de werking van een deel van die beschikking (zaaknummer 200.289.884/02). 2.2 Het hof heeft partijen bij brief van 16 februari 2021 schriftelijk bericht dat het voornemens is de behandeling van het schorsingsverzoek op de stukken af te doen. Partijen hebben niet doen blijken van bezwaren daartegen. Aan de man is een termijn voor het indienen van een verweerschrift tegen het schorsingsverzoek verleend. 2.3 De man heeft op 22 maart 2021 een verweerschrift in het incident ingediend. 2.4 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: - een brief van de zijde van de vrouw van 5 mei 2021 met bijlagen, ingekomen op dezelfde datum; - een brief van de zijde van de vrouw van 6 mei 2021 met bijlagen, ingekomen op dezelfde datum; - een e-mail van de zijde van de man van 6 mei 2021, waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de late indiening van stukken aan de zijde van de vrouw; - een brief van de zijde van de vrouw van 10 mei 2021 met de bij het beroepschrift ontbrekende bijlagen 3 en 4, ingekomen op dezelfde datum. 2.5 Het hof heeft de man in de gelegenheid gesteld alsnog te reageren op de door de vrouw ingediende stukken, hetgeen hij heeft gedaan bij e-mail van 17 mei 2021 met bijlage. 3De feiten 3.1 Partijen zijn [in] 2004 met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 12 maart 2021 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de – in zoverre niet bestreden – beschikking van 11 november 2020. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking is, voor zover thans in het incident van belang, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat de vrouw € 600,- per maand dient te betalen aan de man als uitkering in zijn levensonderhoud (hierna: partneralimentatie), met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. 4.2 De vrouw verzoekt in het incident de werking van de beschikking van 11 november 2020 voor wat betreft de betaling van de partneralimentatie te schorsen totdat in hoger beroep is beslist. 4.3 Het verweer van de man strekt tot afwijzing van het schorsingsverzoek. 5De motivering van de beslissing 5.1 Bij brief van 17 mei 2021 heeft mr. Hilhorst laten weten dat de man sinds 2 september 2020 onder curatele staat van zijn voormalig bewindvoerder [de curator] , gevestigd aan [adres] te [vestigingsplaats] en dat zij in de onderhavige zaak optreedt namens de curator. 5.2 Het hof zal de curator aanmerken als formele procespartij. 5.3 Aan de orde is het schorsingsverzoek van de vrouw. 5.4 De vrouw voert aan dat zij een rechtstreeks belang heeft bij schorsing van de tenuitvoerlegging. Op het moment dat zij gehouden wordt om per de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de door de rechtbank opgelegde partneralimentatie van € 600,- per maand te voldoen, zal dit voor haar ernstige negatieve gevolgen hebben, niet alleen in financiële zin, maar ook in medische zin. Dit zal voor de vrouw ernstige stress met zich meebrengen, hetgeen niet goed is voor de gezondheid van de vrouw. Daarentegen zal schorsing van werking van de bestreden beslissing voor de man geen onaanvaardbare financiële gevolgen met zich meebrengen, nu hij een uitkering ontvangt, aldus de vrouw. 5.5 De curator voert verweer tegen het schorsingsverzoek. Er is sprake van gewijzigde omstandigheden. De man heeft de echtelijke woning moeten verlaten wegens gezondheidsredenen, waarna hij de woning alsnog heeft aangeboden aan de vrouw, die de woning per 1 maart 2021 huurt. Ondanks herhaalde verzoeken aan de advocaat van de vrouw om een actuele draagkrachtberekening te maken en bewijsstukken van het actuele inkomen van de vrouw, de huur en de mogelijke huurtoeslag toe te zenden, is de vrouw daarmee in gebreke gebleven. De curator meent dat er geen redenen zijn om de alimentatieverplichting van de vrouw (nog langer) op te schorten, nu zij herhaaldelijk in de gelegenheid is gesteld openheid van zaken te geven, zodat bepaald had kunnen worden of en in hoeverre haar nieuwe woonsituatie invloed heeft op haar draagkracht. Daar staat tegenover dat de man groot belang heeft bij de opgelegde alimentatie omdat hij slechts een WAO-uitkering geniet en ten volle van de alimentatie profiteert omdat die niet in mindering wordt gebracht op zijn uitkering. Bovendien heeft hij gemeenschappelijke schulden, door de vrouw aangegaan, voor zijn rekening genomen. Dat de alimentatiebetaling negatieve gevolgen zou hebben voor de gezondheid van de vrouw wordt uitdrukkelijk betwist en is overigens ook niet onderbouwd, aldus de curator. 5.6 Het hof overweegt dat bij de beoordeling van een verzoek tot schorsing van de werking van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking in navolging van de bestaande rechtspraak (laatstelijk HR 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026)), en in aanmerking nemend dat door de rechtbank geen gemotiveerde beslissing over de uitvoerbaarverklaring is gegeven, de volgende maatstaven gelden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.