afdeling strafrecht parketnummer: 23-000658-20 datum uitspraak: 27 juli 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-215173-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 5 september 2019 te Amsterdam, openlijk, te weten, in/op/aan (het winkelcentrum gelegen aan) het Osdorpplein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde], door die [benadeelde] - met zijn (rechter)hand tegen het hoofd te raken/slaan en/of, - vast te houden/pakken en/of, - in/tegen het gezicht te slaan/stompen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: op 5 september 2019 te Amsterdam, openlijk, te weten in het winkelcentrum gelegen aan het Osdorpplein, op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde], door die [benadeelde] - tegen het hoofd te slaan en, - vast te houden; Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte en de medeverdachte zich vanaf het begin welwillend en open hebben opgesteld ten aanzien van het mediationtraject dat is opgestart, maar dat het traject helaas niet tot een overeenkomst heeft geleid. Ook heeft de raadsman aangevoerd dat rekening dient te worden gehouden met de gehele toedracht en aanleiding van het voorval, namelijk dat de verdachte en zijn broer het hebben willen opnemen voor hun jongere broer die een conflict met de verdachte had, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft zijn leven op orde, heeft geen schulden, heeft een fulltime baan en heeft een blanco justitiële documentatie. De verdachte maakt zich bovendien zorgen dat hij na een veroordeling geen Verklaring Omtrent Gedrag meer kan verkrijgen. Primair heeft de raadsman het hof verzocht om de toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht, zodat de verdachte wel schuldig wordt verklaard, maar hem geen straf of maatregel wordt opgelegd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de verdachte een geldboete ter hoogte van € 300,00, dan wel een geheel voorwaardelijke taakstraf straf op te leggen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte en de medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld op de openbare weg, gericht tegen een aanzienlijk jonger slachtoffer. Het slachtoffer is door de verdachte en de medeverdachte vastgehouden en tegen zijn hoofd geslagen, waardoor hij schrammen in zijn gezicht heeft opgelopen. Ook is de bril van het slachtoffer beschadigd. Dat op de achtergrond mogelijk een conflict heeft gespeeld tussen het slachtoffer en de jongere broer maakt niet dat de verdachte door gewelddadig gedrag voor eigen rechter mag spelen. Het plegen van openlijk geweld maakt een inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en kan, zeker gelet op het intimiderend karakter daarvan, gevoelens van onrust, angst en onveiligheid bij het slachtoffer en derden die hiervan getuige waren versterken. Een slachtoffer kan daar tevens nog lang de lichamelijke en psychische gevolgen van ondervinden. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 juli 2021 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Bij de strafoplegging heeft het hof gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op openlijke geweldpleging tegen personen met licht lichamelijk letsel tot gevolg vermelden deze oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uren als strafmodaliteit. In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat de verdachte en de medeverdachte zich hebben ingespannen om een mediationtraject op te starten. Ook heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard het kwalijke van zijn handelen in te zien. Hoewel het hof deze omstandigheden in strafmatigende zin zal meewegen bij het bepalen van de straf, meent het hof – anders dan de verdediging - dat toepassing van artikel 9a Sr, de oplegging van een geldboete of een geheel voorwaardelijke straf onvoldoende recht doen aan de ernst van het feit. Het hof ziet echter geen redenen om de verdachte naast een onvoorwaardelijk strafdeel een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, omdat het volgens het hof niet in de lijn der verwachting ligt dat de verdachte opnieuw een soortgelijk strafbaar feit zal gaan plegen. Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 624,09, bestaande uit € 124,09 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 374,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.