GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.268.438/01 zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : 7213243 \ CV EXPL 18-6276 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 juli 2021 inzake RINGERS BEHEERMAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Heerhugowaard, appellante, advocaat: mr. B.J.H. Kesnich te Amsterdam, tegen ISTA NEDERLAND B.V., gevestigd te Schiedam, geïntimeerde, advocaat: mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam. Partijen worden hierna Ringers en Ista genoemd. 1De zaak in het kort Ista heeft Ringers een offerte gedaan voor het verlenen van diensten en het leveren en installeren van radiatormeters. Ringers heeft deze offerte ondertekend. Ista heeft vervolgens aan Ringers een overeenkomst van dienstverlening gestuurd, die Ringers ook heeft ondertekend. In deze overeenkomst was een afkoopregeling opgenomen voor het geval Ringers de overeenkomst binnen tien jaar zou beëindigen. Ringers heeft de overeenkomst na circa zes jaar beëindigd en Ista heeft Ringers een afkoopsom in rekening gebracht. In deze procedure staat de vraag centraal of Ringers deze afkoopsom verschuldigd is. 2Het geding in hoger beroep Ringers is bij dagvaarding van 24 oktober 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, (hierna: de kantonrechter) van 28 augustus 2019, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Ista als eiseres en Ringers als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord. Partijen hebben de zaak ter zitting van 18 mei 2021 doen bepleiten, Ringers door mr. Kesnich, voornoemd, en Ista door mr. Vermeulen, voornoemd, Ringers aan de hand van een pleitnotitie die is overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. Ringers heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen van Ista zal afwijzen, met veroordeling tot terugbetaling van het door Ringers ter uitvoering van dat vonnis betaalde bedrag, met rente, en met veroordeling van Ista in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente. Ista heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Ringers in de proceskosten, naar het hof begrijpt, in hoger beroep. Ringers heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden. 3Feiten De kantonrechter heeft in het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 6 maart 2019 onder 2.1 tot en met 2.7 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 3.1 Bij brief van 10 maart 2010 heeft Ista aan Ringers (onder andere) het volgende bericht: “(…) Indien u uw huidige verdampingsmeters wilt vervangen, ontvangt u van ista gratis nieuwe meters en worden uw oude meters kosteloos door ons vervangen. (…) Daarbij blijft u met gelijke tarieven verzekerd van dezelfde kwalitatieve dienstverlening als voorheen. (…) Wilt u meer informatie? Neemt u dan contact op via (…)”. Bij brief van 26 januari 2011 heeft Ista Ringers opnieuw benaderd: “(…) Vorig jaar hebben wij u vervanging aangeboden van de verdampingsmeters in uw complex(en), waarbij wij uw oude meters kosteloos vervangen door nieuwe meters. Naar aanleiding van deze actie heeft u een offerte bij ons aangevraagd. Helaas hebben wij hierop nog geen reactie van u mogen ontvangen. Ook in 2011 zetten wij deze actie voort. (…)”. 3.2 Ista heeft op 17 april 2012 een offerte uitgebracht aan Ringers voor jaarlijkse dienstverlening met betrekking tot het verdelen van warmtekosten naar individueel verbruik en het leveren en monteren van de daarvoor benodigde meetapparatuur voor het complex [adres] . In de bijlagen bij de offerte zijn twee opties opgenomen: “OPTIE 1: Geen hardware investering en standaard dienstverleningstarief (…) Omschrijving investering meetapparatuur (…) Totaal (inclusief installatie) € 0,00 Jaarlijkse dienstverlening, prijspeil 2012 (…) Totaal jaarlijkse dienstverlening € 1.509,64 (…) Van toepassing zijn de bijgesloten Algemene Voorwaarden van ista Nederland B.V. (…) Tarieven gelden voor een periode van 10 jaar en worden jaarlijks geïndexeerd. In geval van vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst is een afkoopregeling voor de meetapparatuur van toepassing op basis van het prijspeil 2012. OPTIE 2: Eenmalige investering en lagere kosten dienstverlening (…) Omschrijving investering meetapparatuur (…) Totaal (inclusief installatie) € 7.000,32 Jaarlijkse dienstverlening, prijspeil 2012 (…) Totaal jaarlijkse dienstverlening € 899,88 (…) Van toepassing zijn de bijgesloten Algemene Voorwaarden van ista Nederland B.V. (…) Tarieven gelden voor een periode van 10 jaar en worden jaarlijks geïndexeerd. (…)” 3.3 De offerte is op 15 mei 2012 ondertekend door mevrouw [X] , medewerker onderhoud van Ringers (hierna: [X] ). Daarbij is gekozen voor optie 1 (de ondertekende offerte wordt hierna de offerte genoemd). 3.4 Bij brief van 21 mei 2012 met als onderwerp “Opdrachtbevestiging” heeft Ista Ringers een “Overeenkomst Dienstverlening” toegezonden. De overeenkomst is ook door [X] ondertekend (hierna: de overeenkomst). In artikel 3 van de overeenkomst is het volgende bepaald: “ (…) Looptijd en opzegging Deze Overeenkomst is aangegaan voor een periode van 12 maanden en wordt telkens stilzwijgend voor een periode van 12 maanden verlengd tenzij schriftelijke opzegging heeft plaatsgevonden met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden voor het einde van de looptijd van deze Overeenkomst. (…) Indien de Opdrachtgever deze Overeenkomst schriftelijk opzegt voordat een periode van 10 jaar na de ingangsdatum van deze Overeenkomst is verstreken, is de Opdrachtgever een vergoeding verschuldigd aan ista. Deze vergoeding bedraagt de contractuele vergoeding, welke door de Opdrachtgever conform Artikel 2 van deze Overeenkomst onder de resterende looptijd van deze Overeenkomst verschuldigd zou zijn aan ista, indien deze Overeenkomst een looptijd zou hebben gehad van tenminste 10 jaar onder verrekening van een korting van 40%. Deze vergoeding is per de datum van beëindiging van deze Overeenkomst aan ista verschuldigd.(…)” 3.5 Ringers heeft de overeenkomst opgezegd per 1 januari 2018. 3.6 Bij factuur van 22 januari 2018 heeft Ista een bedrag van € 4.213,22 (inclusief btw) ter zake van een afkoopsom van de radiatormeters bij Ringers in rekening gebracht. 4Beoordeling 4.1 Ista heeft in de procedure bij de kantonrechter gevorderd dat Ringers wordt veroordeeld tot betaling van € 4.883,13, te vermeerderen met handelsrente over een bedrag van € 4.213,22 vanaf 5 juli 2018 tot aan de dag van algehele voldoening, met proceskosten. Ista heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat Ringers op grond van artikel 3 van de overeenkomst een vergoeding is verschuldigd (van € 4.213,22) omdat zij de overeenkomst binnen een periode van 10 jaar na het aangaan daarvan heeft opgezegd. Daarnaast heeft Ista € 546,32 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd en € 123,59 aan rente tot en met 5 juli 2018. Ringers heeft verweer gevoerd. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis geoordeeld dat Ringers de afkoopsom op grond van de overeenkomst is verschuldigd en heeft de vorderingen van Ista toegewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Ringers met vijf grieven op. Ringers is Ista op basis van de overeenkomst een vergoeding verschuldigd 4.2 Met grief 1 richt Ringers zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat tussen Ista en Ringers een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Ringers een vergoeding is verschuldigd bij opzegging van de overeenkomst binnen tien jaar na het aangaan van de overeenkomst. Ringers heeft primair betoogd dat zij niet de wil had een dergelijke vergoeding overeen te komen en dat Ista gezien de manier waarop de overeenkomst tot stand is gekomen er niet op mocht vertrouwen dat dit wel het geval was (artikel 3:33 jo 3:35 BW). Subsidiair heeft Ringers aangevoerd dat een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt dat een dergelijke vergoeding in de omstandigheden van dit geval niet is verschuldigd. Ringers heeft erop gewezen dat Ista in de brieven van 10 maart 2010 en 26 januari 2011 repte over “gratis” nieuwe meters en het “kosteloos” vervangen van oude meters en dat optie 1 in de offerte was omschreven als een optie zonder hardware-investering, waarbij Ista de meetapparatuur om niet ter beschikking zou stellen. In het licht daarvan was Ringers niet bedacht (en hoefde zij dat ook niet te zijn) op een vergoedingsregeling zoals opgenomen in artikel 3 van de overeenkomst. Het had volgens Ringers op de weg van Ista gelegen haar te wijzen op die vergoedingsregeling, nu deze een wezenlijke en nadelige – van de offerte afwijkende – aanvulling op de op 15 mei 2012 reeds gesloten overeenkomst betrof en nu in de (omvangrijke) offerte slechts met een enkel zinnetje op misleidende wijze aan de vergoedingsregeling werd gerefereerd. Dit geldt volgens Ringers te meer nu Ista over de overeenkomst alleen heeft gecorrespondeerd met een niet-leidinggevende medewerker van Ringers. 4.3 Ista heeft gesteld dat wel degelijk is overeengekomen dat een vergoeding is verschuldigd indien de overeenkomst wordt opgezegd voordat een periode van tien jaar na het aangaan van de overeenkomst is verstreken. In de offerte wordt bij optie 1 al melding gemaakt van een afkoopregeling bij vroegtijdige beëindiging en de tekst (van artikel 3) van de overeenkomst is duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar. De overeenkomst is getekend door een vertegenwoordiger van Ringers. De vergoedingsbepaling is volgens Ista ook redelijk, nu Ista haar investering moet terugverdienen, het kostbaar is de meters te verwijderen en gebruikte meters bovendien niet meer voor haar verhandelbaar zijn. 4.4. Het hof overweegt als volgt. Het antwoord op beide door Ringers aan de orde gestelde vragen, of tussen Ista en Ringers een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan een vergoeding is verschuldigd bij opzegging binnen tien jaar na het aangaan van de overeenkomst, en – indien dat het geval is – of een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt dat een dergelijke vergoeding in de omstandigheden van dit geval al dan niet is verschuldigd, hangt af van wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen (met toepassing van artikelen 3:33 en 3:35 BW; vergelijk HR 13-03-1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex)). 4.5 Het hof is van oordeel dat tussen Ringers en Ista een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Ringers een vergoeding is verschuldigd bij opzegging van de overeenkomst binnen tien jaar na het aangaan van de overeenkomst. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat zij door de ondertekening van de offerte op 15 mei 2012 zijn overeengekomen dat Ista aan Ringers diensten zou verlenen met betrekking tot het (individueel) verdelen van warmtekosten en meetapparatuur zou leveren en monteren, en welke prijs Ringers daarvoor zou betalen. Ringers heeft betoogd dat uit de tekst en de redelijke uitleg van de offerte daarnaast volgde dat was overeengekomen dat de meters gratis werden geplaatst en geleverd, dat de overeenkomst een jaarcontract betrof en dat een afkoopregeling op basis van de offerte alleen van toepassing was bij een tussentijdse opzegging tegen een niet overeengekomen opzegdatum bij de jaarlijkse dienstverlening. Daaruit blijkt volgens Ringers dat zij de vergoedingsregeling (zoals vastgelegd in artikel 3 van de overeenkomst) niet heeft gewild, en dat Ista ook niet erop mocht vertrouwen dat dat wel het geval was. Ringers heeft aangevoerd dat zij ervan uitging, en ervan uit mocht gaan, dat zij bij het einde van de overeenkomst de meters kon teruggeven aan Ista, omdat een vergoeding bij het einde van de overeenkomst feitelijk een hardware-investering zou betekenen, terwijl optie 1 juist geen hardware-investering inhield. Het hof volgt dit betoog van Ringers niet. Uit het gegeven dat de prijs in de offerte was gebaseerd op jaarlijkse dienstverlening en uit de opmerking “Tarieven gelden voor een periode van 10 jaar en worden jaarlijks geïndexeerd. In geval van vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst is een afkoopregeling voor de meetapparatuur van toepassing op basis van het prijspeil van 2012”, kan geen overeenstemming over de duur van de overeenkomst worden afgeleid; deze omschrijving kan immers ook duiden op een meerjarige overeenkomst waarbij de prijs jaarlijks wordt vastgesteld. Ook de afkoopregeling bij vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, waarnaar in de offerte bij optie 1 wordt verwezen, is in de offerte nog niet (concreet) vormgegeven. Zo is nog niet overeengekomen wat onder “vroegtijdig” werd verstaan en ook niet hoe de afkoopregeling werd berekend. De tekst van de offerte was ieder geval niet zo eenduidig dat Ringers er zonder meer van kon uitgaan dat met “vroegtijdig” opzegging tegen een niet overeengekomen opzegdatum binnen een lopend contractjaar werd bedoeld. Uit de offerte volgt verder evenmin dat is overeengekomen dat Ringers de meters bij het einde van de overeenkomst mocht teruggeven; ook indien Ringers niet wist dat Ista de meters niet kon hergebruiken, kon zij er op basis van de offerte niet van uitgaan dat dit was afgesproken. 4.6 Ook indien de offerte wordt gelezen tegen de achtergrond van de (wervende bewoordingen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.