beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummer(s): a. 000132-21; b. 000134-21; c. 000136-21; d. 000138-21 (530 Sv) en a. 000133-21; b. 000135-21; c. 000137-21; d. 000139-21 (533 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-00433017-17 parketnummers in eerste aanleg: a. 13-702805-16; b. 13-706867-16; c. 13-706529-17; d. 13-702572-
- Beschikking op de verzoekschriften het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K.H. Zonneveld, [adres]. 1Procesverloop De verzoekschriften zijn op 2 februari 2021 ingekomen. Op 6 juli 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 27 juli 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van de verzoekschriften in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
- Inhoud van het verzoek De verzoekschriften strekken tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: A. schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van (het hof begrijpt) a. € 1.300,00; b. € 210,00; c. € 105,00; d. € 4.795,00; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van viermaal € 550,
- Voor zover in de verzoekschriften kennelijke rekenfouten zaten, heeft het hof deze ambtshalve (en in het voordeel van de verzoeker) verbeterd gelezen. 3Beoordeling van het verzoek Bij arrest van dit hof van 10 december 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De verzoekshriften zijn tijdig ter griffie van dit hof ingediend. Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Verzoeker is op 4 oktober 2016 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 8 oktober 2016 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Verzoeker is op 18 oktober 2016 in vrijheid gesteld; Verzoeker is op 18 december 2016 in verzekering gesteld en op 19 december 2016 in vrijheid gesteld; Verzoeker is op 19 februari 2017 in verzekering gesteld en diezelfde dag in vrijheid gesteld; Verzoeker is op 20 september 2017 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 23 september 2017 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Verzoeker is op 17 november 2017 in vrijheid gesteld. Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 6.410,
- Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Verzoeker heeft vier separate verzoekschriften ingediend voor feiten die in eerste aanleg gevoegd zijn behandeld en in hoger beroep allen zijn geëindigd in een vrijspraak in één arrest van dit hof. Verzoeker had kunnen volstaan met het indienen van één verzoekschrift aangezien het één zaak betreft in de zin van artikel 533 Sv. De door de advocaat van verzoeker in de pleitnota aangehaalde voorbeelden hebben voor onderhavige zaak geen gelding, nu het in die voorbeelden gaat om meerdere arresten betreffende één verdachte. Gelet op het voorgaande zijn gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 550,00 voor alle verzoekschriften tezamen. 4Beslissing Het hof : Kent op de voet van artikel 533 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 6.410,00 (zesduizend vierhonderdtien euro). Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro). Wijst het anders of meer verzochte af. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. C.J. van der Wilt, D. Radder en M. van der Horst, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 10 augustus
- De oudste raadsheer beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 6.960,00 (zesduizend negenhonderdzestig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv]. Amsterdam, 10 augustus 2021, mr. D. Radder, oudste raadsheer.