beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.288.290/01 NOT nummer eerste aanleg : 686508 / NT 20-28 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 augustus 2021 inzake [klager] , handelend in de hoedanigheid van bewindvoerder van [A], kantoorhoudend te [plaats] , appellant, tegen [notaris] , toegevoegd notaris te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. V.J.N. van Oijen, advocaat te Amsterdam. Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd. 1De zaak in het kort De notaris heeft via een tussenpersoon de opdracht gekregen een besloten vennootschap op te richten en die opdracht uitgevoerd. Later is gebleken dat derden misbruik van deze vennootschap hebben gemaakt. Vermoedelijk is de oprichter van de vennootschap daarbij als katvanger gebruikt. De oprichter is een week na oprichting van de vennootschap onder bewind gesteld. In deze zaak verwijt de bewindvoerder van de oprichter de notaris dat deze niet voldaan heeft aan zijn onderzoeksplicht. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Klager heeft op 11 januari 2021 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 22 december 2020 (ECLI:NL:TNORAMS:2020:8). Op 17 februari 2021 heeft hij het beroepschrift aangevuld. 2.2. De notaris heeft op 31 maart 2021 een verweerschrift bij het hof ingediend. 2.3. Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg van de kamer ontvangen. 2.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 juni 2021. Klager, vergezeld van [A] (de rechthebbende op de onder bewind gestelde goederen, hierna: [A] ), en de notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. 3Feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. De feiten komen neer op het volgende. 3.1. Een zekere [B] , handelend namens [X] B.V., (hierna: de tussenpersoon) heeft het kantoor van de notaris in maart 2019 namens [A] opgedragen een besloten vennootschap op te richten. 3.2. De tussenpersoon was al langer bekend bij de afdeling ondernemingsrecht van het notariskantoor; hij was bij meerdere oprichtingen van vennootschappen op het kantoor van de notaris betrokken. 3.3. Op 25 maart 2019 heeft een medewerker van het notariskantoor een e-mail gestuurd aan [A] aan het e-mailadres [e-mailadres] (met cc aan de tussenpersoon). Bij die e-mail is de opdracht tot oprichting van een besloten vennootschap bevestigd en een concept van de oprichtingsakte toegestuurd. Op diezelfde dag heeft de tussenpersoon daarop per e-mail gereageerd en een afspraak gemaakt voor het ondertekenen en passeren van de oprichtingsakte op het notariskantoor. 3.4. Bij akte van 2 april 2019 heeft [A] ten overstaan van de notaris de besloten vennootschap [Y] B.V. (hierna: de vennootschap), met zetel in de gemeente Amsterdam, opgericht. Bij de oprichting zijn 90 aandelen (van € 50,- per stuk) geplaatst. Het doel, omschreven in artikel 2 van de oprichtingsakte, luidt als volgt: “a. de exploitatie van een bouwbedrijf, de im- en export van bouwproducten, alsmede de groothandel in bouwmaterialen; b. het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het voeren van de directie over, alsmede het (doen) financieren van andere ondernemingen, in welke rechtsvorm ook; c. het verstrekken en aangaan van geldleningen, het beheer van en het beschikken over registergoederen en het stellen van zekerheden, ook voor schulden van anderen; d. het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin.” 3.5. Bij het passeren van de akte was [A] aanwezig; de notaris heeft hem geïdentificeerd aan de hand van zijn identiteitskaart. De tussenpersoon was ook aanwezig. De notaris heeft in het dossier de volgende aantekeningen gemaakt: “dhr [A] en tussenpersoon [B] kwamen op kantoor dhr [A] in spijkerpak met lederen jas [B] had nog vragen aan afdeling ondernemingsrecht omtrent ander dossier dhr [A] alleen gesproken, [B] kwam later bij passeren dhr. [A] gevraagd waarom hij nu de BV ging oprichten (ivm continuïteit onderneming) zie mail dhr [A] gesproken omtrent verruiming/verandering doelomschrijving (gaf aan ivm toekomstperspectief) dhr [A] had vragen omtrent inschrijving KvK (met (…) overleg gehad, ging hij gelijk doen) akte helemaal doorgelopen verder geen vragen dhr [A] is een eenvoudige man, vriendelijk, gemoedelijke sfeer, typisch iemand uit de bouw, goed gesprek geweest.” 3.6. Bij beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 9 april 2019 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [A] onder bewind gesteld, op de grond dat voldoende aannemelijk was geworden dat hij als gevolg van zijn lichamelijke/geestelijke toestand niet in staat was ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Klager is tot bewindvoerder benoemd. 3.7. Klager heeft eind september 2019 geconstateerd dat de beheerrekening en de leefgeldrekening van [A] waren geblokkeerd. Bij brief van 14 oktober 2019 heeft ING daarover bericht dat de zakelijke bankrekening van [A] (de betaalrekening van de vennootschap) naar voren was gekomen in een onderzoek naar fraude. Op 12 september 2019 zijn er bedragen van € 25.175,- en € 21.175,- op die rekening bijgeschreven. ING heeft vastgesteld dat die bedragen oorspronkelijk door fraude zijn verkregen. 3.8. Bij brief van 16 oktober 2019 heeft de GGD aan klager geschreven dat [A] sinds 2005 bij de GGD bekend is in verband met chronische psychiatrische klachten en verslavingsproblematiek. Volgens de GGD is [A] een beïnvloedbare man van wie het, gezien zijn stoornis, niet aannemelijk is dat hij in staat is opzettelijk fraude met een vennootschap te plegen. 3.9. Bij brief van 17 oktober 2019 heeft het Leger des Heils aan klager geschreven dat [A] vanaf 2013 woonachtig is geweest binnen een beschermde woonvorm voor dak- en thuisloze mensen die nergens anders terecht kunnen. Het Leger des Heils heeft [A] daar leren kennen als een kwetsbare, beïnvloedbare man, die hoewel over het algemeen goed uit zijn woorden komend, regelmatig in de knoei zat met zichzelf en zijn omgeving. In februari 2019 heeft [A] , onder intensieve woonbegeleiding, zijn intrek in een HATeenheid van het Leger des Heils genomen. Bij dezelfde brief heeft het Leger des Heils geschreven dat echter is gebleken dat zelfstandig wonen, zelfs met intensieve ondersteuning, niet haalbaar zal zijn voor [A] en dat het Leger des Heils daarom een terugplaatsing naar een 24-uurs zetting in gang zal zetten. 3.10. Met verwijzing naar de onderbewindstelling van [A] , de brieven van ING, GGD en het Leger des Heils heeft klager de notaris bij brief van 5 november 2019 gevraagd op welke wijze hij heeft gecontroleerd dat met de vennootschap geen fraude of oplichting gepleegd zou worden. 3.11. De notaris heeft daarop in een brief van 18 november 2019 geantwoord dat het notariskantoor bij binnenkomst van alle dossiers en vlak voor het passeren van de akten een cliëntenonderzoek instelt en de wettelijk verplichte recherches verricht bij diverse instanties, en dat daaruit niet is gebleken dat het notariskantoor de zaak niet in behandeling kon nemen of de oprichtingsakte niet kon passeren. Daarnaast heeft de notaris geschreven dat er tijdens het passeren ook geen redenen of omstandigheden waren om niet te passeren. 3.12. Bij brief van 12 juni 2020 heeft de advocaat van [A] de notaris verzocht inzicht te verschaffen in de wijze waarop het cliëntenonderzoek naar [A] is verricht. 3.13. Daarop heeft de notaris bij brief van 25 juni 2020 (onder meer) geantwoord: “Onder meer zijn de navolgende instanties zijn voor onze recherches geraadpleegd: - Centraal Insolventieregister; - Verificatie Informatie Systeem; en - Centraal Curatele- en bewindregister. (…)” 4Standpunt van klager 4.1. Klager verwijt de notaris – kort gezegd – dat hij niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht omdat: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.