afdeling strafrecht parketnummer: 23-002054-20 datum uitspraak: 1 september 2021 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 september 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-077529-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: primair hij op of omstreeks 20 maart 2020 te Assendelft, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen; subsidiair hij op of omstreeks 20 maart 2020 te Assendelft, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een voertuig (personenauto) dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist althans redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, al omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat aan de verdachte niet het bevel is gegeven om mee te werken aan de blaastest, en dat hem niet is uitgelegd dat het weigeren van medewerking strafbaar is. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit heeft de raadsvrouw bepleit dat niet vaststaat dat de verdachte onder zodanige invloed was dat hij niet tot (het ten laste gelegde) behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. De advocaat-generaal concludeert tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. Het hof stelt vast dat in aanvulling op de op 20 en 21 maart 2020 opgemaakte processen-verbaal, op 19 september 2020 door verbalisant [verbalisant] een aanvullend, ambtsedig proces-verbaal is opgemaakt. Uit dit proces-verbaal blijkt dat op 21 maart 2020 om 00:21 uur aan de verdachte het bevel is gegeven om mee te werken aan de ademanalyse. Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat aan de verdachte het bevel als bedoeld in artikel 163 Wegenverkeerswet 1994 niet is gegeven, nu dit verweer geen feitelijke grondslag heeft. De verdachte heeft ook zelf ter terechtzitting aangegeven dat hem duidelijk was dat hij ‘moest blazen’. Dat de verdachte niet is gewezen op de gevolgen van het niet meewerken maakt dit niet anders, nu er geen wettelijke verplichting bestaat geen de betrokkene te wijzen op de gevolgen van het niet voldoen aan het bevel mee te werken aan de ademanalyse. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 20 maart 2020 te Assendelft, gemeente Zaanstad, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat. Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.