herstelbeslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummers : 200.287.820/01 GDW en 200.288.255/01 GDW herstelbeslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 14 september 2021 inzake (200.287.820/01 GDW) [gerechtsdeurwaarder] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] , appellant, tegen ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DSW ZORGVERZEKERAAR, gevestigd te Schiedam, geïntimeerde, gemachtigde: mr. D. van Tilborg, advocaat te Breda, en inzake (200.288.255/01 GDW) ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ DSW ZORGVERZEKERAAR, gevestigd te Schiedam, geïntimeerde, gemachtigde: mr. D. van Tilborg, advocaat te Breda, tegen [gerechtsdeurwaarder] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] , appellant. Partijen worden hierna weer de gerechtsdeurwaarder en DSW genoemd. 1Gronden en gang van zaken herstelbeslissing 1.
- In deze zaken heeft het hof op 22 juni 2021 een beslissing gegeven. 1.
- Bij fax en brief van 24 juni 2021 heeft de gerechtsdeurwaarder het hof verzocht het dictum van de beslissing van 22 juni 2021 aan te vullen c.q. te verbeteren, omdat daarin niet is vermeld dat het hof klachtonderdeel b ongegrond verklaart. Deze ongegrondverklaring blijkt wel uit het lichaam van de beslissing, aldus de gerechtsdeurwaarder. 1.
- Bij faxbericht van 19 augustus 2021 heeft gemachtigde mr. D. van Tilborg namens DSW het hof desgevraagd laten weten dat DSW ter zake het rectificatieverzoek refereert aan het oordeel van het hof. 1.
- Het hof stelt vast dat in de beslissing een kennelijke fout is gemaakt, die zich leent voor eenvoudig herstel. Dezelfde fout is ook gemaakt in andere passages van de beslissing dan het dictum. Nu geen gronden zijn gebleken waarom herstel van de beslissing van 22 juni 2021 niet zou moeten plaatsvinden, zal het hof de beslissing herstellen zoals in het dictum hierna omschreven. 1.
- Voor het overige blijft de beslissing van 22 juni 2021 geheel in stand. 2Beslissing Het hof: vervangt bij wege van verbetering in de beslissing van 22 juni 2021 in rechtsoverweging 5.
- de zin: “Hoewel het hof één klachtonderdeel minder gegrond verklaart dan de kamer heeft gedaan, ziet het geen aanleiding om ten aanzien van de op te leggen maatregel anders te oordelen dan de kamer.” door deze zin: “Hoewel het hof twee klachtonderdelen minder gegrond verklaart dan de kamer heeft gedaan, ziet het geen aanleiding om ten aanzien van de op te leggen maatregel anders te oordelen dan de kamer.” en in rechtsoverweging 5.
- de zin: “Het hof heeft namelijk één klachtonderdeel minder dan de kamer gegrond verklaard.” door deze zin: “Het hof heeft namelijk twee klachtonderdelen minder dan de kamer gegrond verklaard.” herstelt het dictum in voormelde beslissing zodanig dat dit komt te luiden als volgt: “- vernietigt de bestreden beslissing, voor zover klachtonderdelen a en b gegrond zijn verklaard; en, opnieuw beslissende: - verklaart klachtonderdelen a en b ongegrond; - bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.” Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021 door de rolraadsheer.