beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummer(s): 000417-21 (530 Sv) en 000416-21 (533 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-003816-19 Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ([geboorteland]), domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. B.A.C. van Tuinen, [adres]. 1Procesverloop Het verzoekschrift is op 17 mei 2021 ingekomen. Op 28 mei 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 september 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.
- Inhoud van het verzoek Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 315,00; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,
- 3Beoordeling van het verzoek De zaak is geëindigd bij arrest van dit hof van 21 april 2021 waarbij verzoeker is veroordeeld voor diefstal en het wederrechtelijk binnendringen van een besloten lokaal. Verzoeker had kort voor de behandeling van deze zaak in een andere strafzaak een ISD-maatregel opgelegd gekregen. Het hof heeft dan ook toepassing gegeven aan artikel 9a Sr. Ad a Gelet op het voorgaande acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer. Ad b Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,
- 4Beslissing Het hof : Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro). Wijst het anders of meer verzochte af. Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. F.A. Hartsuiker, L.I.M. van Bergen en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is bij ontstentenis van de voorzitter ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 september
- De oudste raadsheer beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv]. Amsterdam, 20 september 2021, mr. L.I.M. van Bergen, oudste raadsheer.