beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.263.667/01 NOT nummer eerste aanleg : C/05/347507/18-190 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 9 februari 2021 inzake [klager] , wonend te [woonplaats] , appellant, tegen [kandidaat-notaris] , kandidaat-notaris te [plaats] , geïntimeerde. Partijen worden hierna klager en de kandidaat-notaris genoemd. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Klager heeft op 2 augustus 2019 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 8 augustus 2019 (ECLI:NL:TNORARL:2019:40). Op 18 oktober 2019 heeft klager zijn beroepschrift aangevuld en producties overgelegd. 1.2. De kandidaat-notaris heeft op 11 december 2019 een verweerschrift – met bijlage – bij het hof ingediend. 1.3. Op 6 maart 2020 heeft het hof van de kandidaat-notaris een nadere productie ontvangen. 1.4. Het hof heeft voorts de stukken van de eerste aanleg van de kamer ontvangen. 1.5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 26 november 2020. Klager en de kandidaat-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. 2Feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. De feiten in deze zaak komen neer op het volgende. 2.1. Klager was in 2015 eigenaar van een monumentaal pand gelegen aan de [adres] . Dit pand was bezwaard met meerdere hypothecaire inschrijvingen en beslagen, waaronder niet alleen de hypotheekrechten van 19 juli 1999 en 4 februari 2003 ten gunste van (thans) ABN Amro (hierna: de bank), maar ook een hypotheekrecht ten gunste van mevrouw [X] , de ex-echtgenote van klager (hierna: de ex-echtgenote van klager). 2.2. Op 12 juli 2015 heeft klager het pand verkocht aan de heer [koper] (hierna: de koper). Omdat de verkoopopbrengst onvoldoende was om de bank als eerste hypotheekhouder te voldoen, is omstreeks 17 september 2015 aan (onder meer) de ex-echtgenote van klager verzocht om een royementsvolmacht te verlenen, zodat het pand onbezwaard aan de koper geleverd zou kunnen worden. 2.3. Op 27 september 2015 heeft de ex-echtgenote van klager deze royementsvolmacht ondertekend en daarbij handgeschreven toegevoegd: “Deze volmacht is alléén geldig ten behoeve van de overdracht verkoop aan dhr. [koper] van [adres] ), mits gepasseerd voor 1 november 2015.’’ Voorts is in het kopje “VERKLAART ONHERROEPELIJK VOLMACHT TE GEVEN AAN’’ het woord “ONHERROEPELIJK’’ doorgehaald. Tenslotte is onderaan de verklaring handgeschreven toegevoegd: “getekend onder druk en tegen mijn wil’’. En onder de handtekening van de volmachtgeefster: “Ik behoud mij ondubbelzinnig het recht voor alle betrokkenen bij deze transactie en aan deze transactie direct of indirect gerelateerde zaken aansprakelijk te stellen voor door mij geleden en in de toekomst nog te lijden schade.’’ 2.4. De aanvankelijk op 1 november 2015 beoogde levering van het pand is vanwege omstandigheden zowel aan de kant van de koper als de verkoper uitgesteld tot 27 november 2015. 2.5. Op 11 december 2015 is middels een akte verleden door notaris [oud-notaris] (hierna: de oud-notaris), bij het kadaster doorgehaald de hypotheek Hyp 3 deel [deel] nummer [nummer] , die rustte op het eerder genoemde registergoed zijnde de inschrijving ten behoeve van de ex-echtgenote. 2.6. De kandidaat-notaris is sinds 1 september 2018 aan het kantoor van de oud-notaris verbonden. Met ingang van 1 oktober 2018 is de kandidaat notaris benoemd tot zware waarnemer van het vacante protocol van de oud-notaris. 2.7. Begin december 2018 heeft klager met de kandidaat-notaris over genoemde doorhaling van de hypotheek gecorrespondeerd. 3Standpunt van klager 3.1. Klager verwijt de kandidaat-notaris onzorgvuldig te hebben gehandeld. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.