afdeling strafrecht parketnummer: 23-001639-20 datum uitspraak: 26 oktober 2021 VERSTEK (niet gemachtigde raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-178695-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 8 juli 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meerdere goed(eren) van zijn, verdachtes, gading (onder meer: een rugtas en/of een sweater en/of een set batterijen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelketen [winkel] (filiaal: [adres 2]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde] en/of [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door zich (bij aanhouding) (met kracht) uit de greep/grepen van voornoemde [benadeelde] en/of [slachtoffer] los te rukken en/of (bij aanhouding) (met kracht) om zich heen te slaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De verdachte heeft bekend dat hij de tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd, maar stelt dat hij daarbij geen geweld heeft gebruikt. Volgens de advocaat-generaal blijkt uit de verklaringen van de aangevers [slachtoffer] en [benadeelde] en het proces-verbaal van de ter plaatse aangekomen verbalisanten dat de verdachte wel degelijk geweld heeft gebruikt, bestaande uit het zich losrukken uit de greep van [benadeelde] en/of [slachtoffer]. Het hof acht bewezen dat de verdachte de hem tenlastegelegde diefstal heeft begaan. Het hof heeft echter op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzittingen niet de voor een bewezenverklaring vereiste mate van overtuiging bekomen dat de verdachte zich op een wijze heeft losgerukt die kan worden aangemerkt als geweld als bedoeld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor is onder meer van belang dat het hof niet kan vaststellen dat de kennelijke val van [benadeelde] en het daarbij opgelopen letsel veroorzaakt is door losrukken door de verdachte. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde geweld. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 8 juli 2020 te Amsterdam goederen toebehorend aan winkelketen [winkel] (filiaal: [adres 2]) heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor de in eerste aanleg bewezenverklaarde diefstal met geweld veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 57 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren. Tevens zijn bijzondere voorwaarden gesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat hij het niet nodig acht dat aan de voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden worden verbonden, nu die voorwaarden ook al zijn opgelegd bij het onherroepelijke vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.