afdeling strafrecht parketnummer: 23-000110-21 datum uitspraak: 5 oktober 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 5 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-258733-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1995, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2020 tot en met 15 oktober 2020 te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op of omstreeks 15 oktober 2020 te Heemskerk opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 105 bolletjes (33,8 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 41 bolletjes (13,3 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Bewijsmotivering De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen conform het vonnis van de politierechter. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het verkopen van drugs, zoals onder feit 1 ten laste is gelegd, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Dat sprake zou zijn van dealen, blijkt enkel uit de verklaring van één anonieme koper. Nagelaten is deze koper te vragen op grond van welke uiterlijke kenmerken hij tot de conclusie is gekomen dat de personen aan wie hij op 15 oktober 2020 geld heeft overhandigd dezelfde personen zijn als waarvan hij op 14 oktober 2020 drugs heeft afgenomen, zodat niet met zekerheid is vast te stellen dat hij de drugs van de verdachte gekocht heeft. Het hof overweegt met de betrekking tot de zich ten aanzien van het als feit 1 ten laste gelegde in het dossier bevindende bewijsmiddelen als volgt. Naar aanleiding van verkregen informatie met betrekking tot straathandel in drugs heeft op 15 oktober 2020 een observatie plaatsgevonden met betrekking tot een portiek in Heemskerk. Aldaar zou een zwarte personenauto van het merk Skoda veelvuldig bij dit portiek staan waarbij de inzittende iets overdraagt. Nadat verbalisanten dit zelf hebben waargenomen ondervragen zij de persoon die bij de overdracht betrokken was. Deze persoon verklaart dat hij de dag ervoor een bolletje op de pof bij de inzittenden van de Skoda heeft gekocht en hiervoor zojuist € 20,00 heeft betaald. Bij controle van voornoemde Skoda wordt de verdachte als bestuurder van de auto, tezamen met passagier [naam] , aangehouden. Onder de verdachte wordt een geldbedrag van € 832,05 (in kleine coupures), een gsm en (in totaal) 146 bolletjes - naar later blijkt bevattende harddrugs - in beslag genomen. Die bolletjes bevonden zich in zijn onderbroek. De aangetroffen gsm, een zwarte Samsung, bevond zich in het vak van de bestuurdersportier. Tijdens en na de aanhouding werd er meerdere keren ingebeld op deze mobiele telefoon. Nader onderzoek van de inbellende nummers heeft uitgewezen dat 10 van de 18 telefoonnummers/namen in verband kunnen worden gebracht met druggerelateerde activiteiten. Op basis van de bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het hem onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, in die zin dat hij betrokken was bij een drugsdeal waarbij op 14 oktober 2020 harddrugs zijn overgedragen, die op 15 oktober 2020 zijn betaald. Daarvoor is niet nodig – zoals de verdediging heeft aangevoerd – dat de koper precies aangeeft op basis waarvan hij heeft geconcludeerd dat de personen aan wie hij op 15 oktober 2020 geld heeft overhandigd dezelfde personen zijn als waarvan hij op 14 oktober 2020 drugs heeft afgenomen. Het hof overweegt dat het tenlastegelegde medeplegen niet uit het dossier kan worden opgemaakt, omdat de daarvoor benodigde nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [naam] onvoldoende kan worden vastgesteld. De verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij in de periode van 14 oktober 2020 tot en met 15 oktober 2020 te Heemskerk opzettelijk heeft verkocht en aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne;2.hij op 15 oktober 2020 te Heemskerk opzettelijk aanwezig heeft gehad 105 bolletjes (33,8 gram), een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en 41 bolletjes (13,3 gram), een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen in de bijlage bij dit arrest zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen en maatregelen De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van cocaïne en heroïne en aan het verkopen van cocaïne of heroïne. Cocaïne en heroïne zijn voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen, omdat deze stoffen sterk verslavend zijn en regelmatig gebruik hiervan in de regel lichamelijk, psychisch en sociaal schadelijke gevolgen met zich brengt. Het gebruik van deze middelen is schadelijk voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit. De verdachte heeft door zijn handelen eveneens een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het harddrugscircuit. Het hof rekent dit de verdachte aan. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 september 2021 is hij niet eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet terug gegeven voorwerpen Verbeurdverklaring Het hof is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag van € 832,05 dient te worden verbeurd verklaard. Gebleken is dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dat voorwerp, toebehorende aan de verdachte, is begaan. Onttrekking aan het verkeer Onder de verdachte zijn daarnaast de volgende voorwerpen in beslag genomen: 105 STK verdovende middelen (wit); 41 STK verdovende middelen (bruin); 1 STK telefoontoestel, zwart, merk: Samsung. Het hof is van oordeel dat deze voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer. De bewezenverklaarde feiten zijn met betrekking tot deze voorwerpen begaan dan wel met behulp van deze voorwerpen begaan of voorbereid. Het ongecontroleerde bezit van voormelde, inbeslaggenomen voorwerpen is in strijd met de wet en/of het algemeen belang. Teruggave Het hof is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een rode Apple iPhone aan de verdachte toebehoort en gelast de teruggave van deze telefoon aan de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 832,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.