afdeling strafrecht parketnummer: 23-000569-21 datum uitspraak: 12 november 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 23 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-274276-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1976, adres: [adres] , thans gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank vervangt door onderstaande bewijsoverweging. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit wegens gebrek aan overtuiging. Daartoe heeft hij, kort samengevat, aangevoerd dat de verdachte niks wist van de in haar koffer aangetroffen drugs en het opzet op de invoer daarvan, ook in voorwaardelijke vorm, ontbreekt. De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep een alternatief scenario naar voren gebracht en stelt dat de drugs door anderen in haar koffer zijn gestopt. Dit moet zijn gebeurd terwijl zij onderworpen werd aan een drugscontrole op het vliegveld van Zanderij. Zij werd gevraagd op het toilet in een potje te plassen met het oog op een urinecontrole en heeft toen haar koffer open achtergelaten in de ruimte waar zij werd gecontroleerd. Toen zij terugkwam trof zij haar koffer weer afgesloten aan en heeft zij de inhoud niet meer kunnen controleren. De verdachte heeft daar van meet af aan consequent over verklaard en de beschuldigingen aan haar adres stellig ontkend. Het hof overweegt als volgt. Op grond van hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen en de stukken in het dossier heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld. Op 1 november 2020 is op de luchthaven Schiphol tijdens een verscherpte controle van de ruimbagage van vlucht [vlucht] vanuit Paramaribo (Suriname) een rode rolkoffer aangetroffen. In deze rolkoffer is 5 kilo cocaïne, verstopt in verpakkingen van etenswaren, aangetroffen. Aan deze rolkoffer was een onbeschadigd bagagelabel met nummer [nummer] ten name van de verdachte bevestigd. Op het bagagelabel staat een incheckgewicht van 22 kilo vermeld. De verdachte is met diezelfde vlucht gereisd. Ook de onder de verdachte aangetroffen claimtag met nummer [nummer] vermeldt dat op naam van de verdachte 1 stuk ruimbagage is ingecheckt met een gewicht 22 kilo. Het gewicht van de op Schiphol aangetroffen rolkoffer was 22 kilo. Het hof is van oordeel dat het door verdachte naar voren gebrachte scenario waarin de drugs tijdens een douanecontrole buiten haar medeweten in haar koffer zijn gestopt, als ongeloofwaardig ter zijde kan worden geschoven. Dit strookt immers niet met het op de claimtag en bagagelabel aangegeven gewicht van de koffer bij het inchecken, dat hetzelfde is als het gewicht bij weging op Schiphol. Het door verdachte aangevoerde scenario zou veronderstellen dat er ook gesjoemeld is de claimtag en/of het bagagelabel. Hiervoor bestaat evenwel geen enkele aanwijzing. Het hof acht dit ook niet aannemelijk, nu niet valt in te zien waarom corrupte douaneambtenaren die moeite zouden nemen en dit ook betrokkenheid van luchtvaartpersoneel veronderstelt aangezien de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk is voor het afgeven van claimtags en niet de douane. Daar komt bovenop dat het een feit van algemene bekendheid is dat vanuit Suriname regelmatig drugs naar Europa worden gesmokkeld. Dat door een drugsorganisatie aan een onwetende en onbekende koerier bijna vijf kilo cocaïne wordt meegegeven, een hoeveelheid die een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt, is zeer onwaarschijnlijk gelet op de enorme risico’s die dit voor de organisatie meebrengt, zoals het verlies van de cocaïne wanneer de koerier niet meer kan worden achterhaald. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen de invoer van cocaïne en daarmee wordt het gevoerde verweer verworpen. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. V.M.A. Sinnige, mr. D. Radder en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 november 2021. Mrs. Radder en Dubelaar zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.