afdeling strafrecht parketnummer: 23-002575-20 datum uitspraak: 16 november 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 81-205806-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1997, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing inzake de in beslaggenomen voorwerpen (AMB-011), omdat de rechtbank in het dictum van het vonnis een onjuist IBAN-rekeningnummer van Rabobank – waarop mede beslag is gelegd – heeft opgenomen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Beslag Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 23.505,29; beslag Rabobank op rekeningnummer [rekeningnummer 2], ter waarde van € 3.812,66; en beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 14.996,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.