← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2021:3621

afdeling strafrecht parketnummer: 23-000553-14 datum uitspraak: 1 april 2021 VERSTEK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-820067-14 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1964, adres: [adres]. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep De advocaat-generaal heeft een brief overgelegd van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Afdeling Internationale Aangelegenheden en Rechthulp in Strafzaken (AIRS) van 29 maart
  2. Uit de brief blijkt dat het rechtshulpverzoek, waarin de betekening van de dagvaarding aan de verdachte wordt verzocht, op 25 november 2020 bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid is binnengekomen. Daarnaast blijkt uit de brief dat het rechtshulpverzoek op 10 december 2020 naar de liaison in Santa Domingo (Dominicaanse Republiek) is gestuurd. Op 26 maart 2021 heeft de AIRS het bericht ontvangen van de liaison dat de betekening van de dagvaarding niet is gelukt. Uit hetgeen hiervoor is vastgesteld volgt dat de stukken met betrekking tot het rechtshulpverzoek naar de bevoegde autoriteiten in de Dominicaanse Republiek zijn doorgeleid. Het hof is daarom van oordeel dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Dat de uitreiking van de dagvaarding aan de verdachte niet is gelukt doet daaraan niet af. De dagvaarding is geldig. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 april
  3. mrs. De Werd en Greve zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.