afdeling strafrecht parketnummer: 23-001551-20 datum uitspraak: 31 maart 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-260872-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1980, thans gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslagbeslissing - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof de in het vonnis onder paragraaf 3.3.3., onder de kopjes “Onrechtmatig verkregen bewijs” en “Niet kunnen horen van getuigen” weergegeven bewijsoverwegingen vervangt door de onderstaande overweging. Voorts vult het hof de strafmaatmotivering aan met de hierna te noemen overwegingen. Bewijsoverweging De raadsman heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde feit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat het wettige bewijs ontbreekt, nu het in het dossier aanwezige bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen en daarom van het bewijs moet worden uitgesloten. Het hof stelt vast dat het verweer van de raadsman niet voldoet aan de in de jurisprudentie geformuleerde vereisten, nu de in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren onvoldoende besproken zijn. Het verweer behoeft daarom geen bespreking. Strafmaatmotivering De rechtbank overweegt in het vonnis op pagina 5 onder “ernst van het feit” onder meer dat mensenhandel (cursivering gerechtshof) het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en illegale binnenkomst en doorreis naar de landen van de Europese Unie doorkruist. Het hof verstaat “mensenhandel” hier als een kennelijke verschrijving en leest dit zo dat hier bedoeld is “mensensmokkel”. Voor zover de raadsman heeft bepleit dat strafvermindering wegens een vormverzuim zou moeten plaatsvinden, geldt met verwijzing naar het hiervoor overwogene dat dit verweer geen bespreking behoeft. In beslag genomen voorwerpen Blijkens een lijst van 18 maart 2020 zijn bij het opsporingsonderzoek vier voorwerpen in beslag genomen die nog niet zijn teruggegeven, te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.