afdeling strafrecht parketnummer: 23-001491-21 datum uitspraak: 24 november 2021 VERSTEK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 13-062024-21 en 13-215944-20 (TUL) tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum], adres: [woonplaats] ). Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 4 maart 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [arrestantenwacht] , arrestantenwacht van de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door in deze coronatijd in de richting van/tegen het hoofd en/of het gezicht, althans het lichaam van die [arrestantenwacht] te spugen; subsidiair hij op of omstreeks 4 maart 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [arrestantenwacht] , arrestantenwacht van de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd door in de richting van/tegen het hoofd en/of het gezicht, althans tegen het lichaam van die [arrestantenwacht] te spugen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 4 maart 2021 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [arrestantenwacht] , arrestantenwacht van de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in zijn tegenwoordigheid door feitelijkheden heeft beledigd door in het gezicht van [arrestantenwacht] te spugen. Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het subsidiair bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.