beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.294.237/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 17 december 2021 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VANAK B.V., gevestigd te Utrecht, VERZOEKSTER, advocaten: mrs. S.W. Holterman en L.H.K. Peereboom-Bogers, beiden kantoorhoudende te Utrecht, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OG245 B.V., gevestigd te Bilthoven, VERWEERSTER, advocaten: mrs. O.L.M. Heuts en K.G.J.B. van Oosten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STADSWAARDE B.V., gevestigd te Amsterdam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] , advocaten: mrs. O.L.M. Heuts en K.G.J.B. van Oosten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, 3 [B] , wonende te [....] ,
- [C], wonende te [....] , beiden verschenen in persoon, BELANGHEBBENDEN. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar eerdere beschikkingen van 30 augustus 2021 en de beschikking van 22 oktober 2021 in deze zaak. 1.2 Bij de beschikkingen van 30 augustus 2021 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans nog van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van OG245 B.V. over de periode vanaf 1 januari 2020, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – mr. drs. D.R. de Breij te Utrecht (verder: De Breij) als commissaris van OG245 B.V. aangewezen. 1.3 De Ondernemingskamer heeft op 18 oktober 2021 een e-mailbericht ontvangen van De Breij waarin, na overleg en met instemming van partijen, het verzoek wordt gedaan een onderzoeker aan te wijzen. 1.4 Bij beschikking van 22 oktober 2021 is mr. dr. M. Holtzer te Amsterdam (verder: de onderzoeker) als onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in de eerste beschikking van 30 augustus
- 1.5 De onderzoeker heeft bij e-mail van 3 december 2021 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer en (de advocaten van) partijen gezonden. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft (de advocaten van) partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten. 1.6 Op 16 december 2021 heeft de Ondernemingskamer reacties ontvangen van mr. Van Oosten en mr. Peereboom-Bogers. Geen van partijen heeft commentaar op de begroting van de kosten van het onderzoek bedoeld in 1.
- 2De gronden van de beslissing 2.1 De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd en opgave gedaan van zijn uurtarief (€ 400) en het uurtarief van zijn secretaris (€ 200). De onderzoeker begroot dat het onderzoek in totaal € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, zal kosten. 2.2 Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de onderzoeker. De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 3De beslissing De Ondernemingskamer: stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 75.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en mr. D. Koopmans, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Wolfs op 17 december 2021.