← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2021:4159

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001314-21 datum uitspraak: 2 december 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-068428-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1980, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 november

  1. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2020 tot en met 18 februari 2021 te Winschoten, gemeente Oldambt en/of Amstelveen, althans in Nederland, als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam], geboren op [geboortedag 2] 2007, althans als degene die zich met de feitelijke verzorging van de jongere [naam], geboren op [geboortedag 2] 2007, had belast, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten [school 1], stond ingeschreven, deze school of enige andere aangewezen school, zijnde Het [school 2], na inschrijving en/of verwijzing geregeld bezocht; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Noch op grond van de stukken van het dossier waarover het hof de beschikking heeft, noch op grond van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat [naam], de leerplichtige zoon van de verdachte, bij de onderwijsinstelling [school 2] ingeschreven is geweest of dat hij naar deze onderwijsinstelling door het [school 1] is verwezen, zodat dit deel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen. Reeds hierom moet de verdachte worden vrijgesproken. Ook overigens overweegt het hof, mede gelet op de gevoerde verweren, dat het dossier onvoldoende informatie bevat om te kunnen beoordelen of sprake was van een strafbaar verzuim. Het hof wijst onder meer op het ontbreken van informatie ten aanzien van de redenen voor schorsing en de grond voor het oordeel dat [naam] naar het speciaal onderwijs zou moeten. Ten slotte is het hof op basis van het dossier niet duidelijk geworden waarom [school 2] de enige geschikte optie voor [naam] was. Daarbij neemt het hof nog in aanmerking dat [naam] - ook aldus de ter terechtzitting aanwezige leerplichtambtenaar - thans al enkele maanden probleemloos het regulier onderwijs volgt. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. J.W.P. van Heusden en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. W. Albers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 december
  2. mr. M.K. Durdu-Agema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.