afdeling strafrecht parketnummer: 23-001957-21 datum uitspraak: 21 december 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 16 maart 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-300129-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 december
- Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de raadsman van de verdachte en de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op 16 maart 2021 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland. Zowel de verdachte als zijn (rechtsgeleerd) raadsman zijn op 16 maart 2021 ter terechtzitting verschenen. Namens de verdachte is op 6 juli 2021 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter. Daarmee is het hoger beroep niet ingesteld binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis, zoals artikel 408, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorschrijft. Blijkens het proces-verbaal ter terechtzitting van 16 maart 2021 is de verdachte gewezen op de termijn van veertien dagen om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis. Dat de kantonrechter ter terechtzitting mondeling zou hebben medegedeeld dat de beroepstermijn pas zou aanvangen op het moment dat het vonnis de verdachte op schrift zou worden toegestuurd, zoals door de verdediging is betoogd, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Deze mededeling is ook niet opgenomen in het proces-verbaal van de zitting, (in beginsel) de enige kenbron van hetgeen zich ter terechtzitting heeft afgespeeld. Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld, en niet is gebleken van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. T. de Bont en mr. A. Beijer, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong en R.M. ter Horst, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 december
- mr. T. de Bont en mr. A. Beijer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.