afdeling strafrecht parketnummer: 23-001754-17 datum uitspraak: 20 september 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-045888-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1983, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 september
- Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 18 februari 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met zijn (gebalde) vuist (met kracht) op/tegen het gezicht/hoofd te slaan/stompen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof kan de feitelijke toedracht van het tenlastegelegde incident op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De verklaringen van aangever/verbalisant [slachtoffer] omtrent de (volgorde van) gebeurtenissen zijn niet geheel consistent met die van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Dat, zoals de aangever heeft verklaard, kortgezegd, de verdachte hem met de vuist in het gezicht heeft geslagen met een gerichte klap vindt met name daarin geen bevestiging. [getuige 1] heeft hierover bij de Koninklijke Marechaussee niets verklaard en [getuige 2] heeft blijkens zijn verklaring bij de Koninklijke Marechaussee, kort na het incident niet méér gezien dan dat de verdachte zich op enig moment losrukte met een “slaande beweging” met de arm. De eventueel iets anders geformuleerde waarneming van deze getuige bij de raadsheer-commissaris doet daaraan niet af. Daar komt bij dat de verdachte steeds heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan mishandeling. Hert hof is er dan ook niet van overtuigd dat de verdachte de aangever heeft mishandeld als bedoeld in de tenlastelegging. De verdachte zal dan ook, als bepleit door de raadsman, van het tenlastegelegde worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. F.M.D. Aardema en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 september
- mr. N. van der Wijngaart en mr. A. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen. ========================================================================= […]