afdeling strafrecht parketnummer: 23-002350-19 datum uitspraak: 25 maart 2021 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 21 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-190958-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 24 augustus 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, de Frankenburgsingel, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit. De verdachte ontkent op de tenlastegelegde datum te hebben gereden of daarvoor te zijn staande gehouden. Mogelijk is er sprake van een persoonsverwisseling. Bovendien staan verbalisant [verbalisant], die in zijn proces-verbaal relateert de verdachte te hebben staande gehouden, en de verdachte niet op goede voet met elkaar, waardoor dit proces-verbaal niet als objectief kan worden beschouwd. Het hof overweegt als volgt. Uit het proces-verbaal van overtreding van [verbalisant] van 28 augustus 2018 volgt dat deze verbalisant de verdachte op de tenlastegelegde datum en plaats op een snorfiets zag rijden, terwijl hem ambtshalve bekend was dat de verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs. Tevens volgt uit voornoemd proces-verbaal dat de verdachte na staande houding zijn personalia aan de verbalisant verstrekte en verklaarde: “Ik reed niet”. Uit het aanvullend proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] van 9 maart 2021 volgt dat de verdachte in de periode rondom de datum in de tenlastelegging veelvuldig contact had met de politie en geregeld in de briefing van het basisteam Haarlemmermeer voorbij kwam. Tevens volgt uit dit aanvullend proces-verbaal dat [verbalisant] vanuit zijn werkzaamheden als politieambtenaar veelvuldig contact heeft gehad met de verdachte, bestaande voornamelijk uit staandehoudingen, aanhoudingen en diverse gesprekken, reden waarom hij met 100% zekerheid kan zeggen dat de persoon die hij op 24 augustus 2018 staande hield de verdachte betrof. Het hof heeft gelet op de inhoud van voornoemde processen-verbaal geen enkele aanleiding te twijfelen aan de waarachtigheid en juistheid van de waarnemingen van verbalisant [verbalisant]. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 24 augustus 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, de Frankenburgsingel, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.