afdeling strafrecht parketnummer: 23-004579-19 datum uitspraak: 19 februari 2021 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-205142-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 februari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 26 april 2019 te Medemblik [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] te duwen en/of tegen het hoofd van die [benadeelde] te slaan/stompen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vrijspraak Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat de verdachte moeten worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.030,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.