GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.266.429/01 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 februari 2021 inzake CW TRAVEL HOLDINGS N.V., gevestigd te Diemen, verzoekster, advocaat: mr. J.K. van Hezewijk te Amsterdam, tegen de rechtspersoon naar Ecuadoraans recht SEITUR AGENCIA DE VIAJES Y TURISMO CIA. LTDA., gevestigd te Quitto, Ecuador, gerekwestreerde, advocaat: mr. A.A.M. Veenstra te Amsterdam. 1Het procesverloop Partijen worden hierna CWTH en Seitur genoemd. CWTH heeft bij verzoekschrift met producties, ontvangen ter griffie van het hof op 20 september 2019, verzocht om volledige, althans gedeeltelijke erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging op de voet van het Verdrag van New York van 10 juni 1958 (Trb. 1958, 154) (hierna het Verdrag) van het op 7 april 2015 in Parijs tussen partijen gewezen arbitrale vonnis, met veroordeling van Seitur in de kosten van het geding. Seitur heeft bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van het hof op 14 september 2020, verzocht dat het hof zich onbevoegd verklaart, althans het verzoek van CWTH geheel dan wel gedeeltelijk afwijst, althans niet-ontvankelijk verklaart, subsidiair de beslissing op het verzoek opschort totdat het Cour d’Appel in Parijs op haar vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis heeft beslist, met veroordeling van CWTH in de kosten van het geding. Op 18 september 2020 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Partijen hebben bij die gelegenheid het woord gevoerd, CWTH bij monde van mr. Hezewijk voornoemd en mr. A.J. Schuring, advocaat te Amsterdam, en Seitur bij monde van mr. A.A.B. Veenstra en mr. G.W. van der Bend, beiden advocaat te Amsterdam, aan beide zijden aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd. Ten slotte heeft het hof uitspraak bepaald. 2De bevoegdheid van het hof 2.1. Seitur heeft voor alle weren betoogd dat niet het hof maar de voorzieningenrechter op grond van artikel 1075 lid 2 Rv (oud), althans artikel 1076 lid 6 Rv (oud) bevoegd is om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. 2.2. Het hof verwerpt dit betoog. Het hof volgt eerdere uitspraken waarin op dit punt is beslist dat in een geval als waar het hier om gaat - een buitenlandse arbitrage waarvan het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging is ingediend na inwerkingtreding van de Wet modernisering Arbitragerecht - het op het tijdstip van indiening van het verzoekschrift (20 september 2019) geldende procesrecht van toepassing is (ECLI:NL:GHAMS:2018:1842; ECLI:NL:GHAMS:2018:4155; ECLI:NL:GHDHA: 2019:2461). De daartegen ingebrachte argumenten van Seitur werpen geen ander licht op de zaak en nopen dan ook niet tot een andere beslissing. Het hof acht zich dus op de voet van artikel 1075 lid 2 Rv, althans artikel 1076 lid 6 Rv bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. 3De beoordeling 3.1.1. In het arbitraal vonnis waarvan in dit geding erkenning en tenuitvoerlegging wordt gevorderd, heeft het scheidsgerecht op vordering van CWTH (onder meer) voor recht verklaard dat de samenwerkingsovereenkomst door opzegging van CWTH rechtsgeldig is geëindigd, Seitur bevolen om onmiddellijk te stoppen met het gebruik van de naam, merken en domeinnaam van CWTH onder oplegging van een dwangsom, de tegenvorderingen van Seitur afgewezen en Seitur veroordeeld in de kosten van de procedure. 3.1.2. Seitur heeft op 3 april 2017 een procedure aanhangig gemaakt bij het Cour d’Appel in Parijs tot vernietiging van het arbitraal vonnis. Hierop was bij het bepalen van uitspraak in deze zaak nog niet beslist. 3.1.3. Verder loopt er nog een gerechtelijke procedure tussen partijen in Ecuador waarvan de inzet een vordering is van Seitur op CWTH. 3.2. Niet is in geschil dat eerdergenoemd Verdrag van New York (hierna het Verdrag) op het verzoek van toepassing is, nu zowel Nederland als Frankrijk (alwaar het arbitraal vonnis is gewezen) partij is bij het Verdrag. Ingevolge artikel III van het Verdrag moeten scheidsrechtelijke uitspraken die zijn gewezen in andere verdragsluitende staten worden erkend en voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn als aan de voorwaarden van het Verdrag is voldaan. 3.3. Seitur bepleit primair dat zich afwijzingsgronden voordoen als bedoeld in artikel V van het Verdrag. Zij voert daarvoor als redenen aan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.