beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.280.600/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 24 februari 2021 inzake
(6)Persoonlijke tijdsinvestering van directieleden en vergoedingsformule. Hierover staat in de notitie: “Ad 5. Relatie Cavari en Curit Het is van belang hier duidelijke afspraken over te maken. Wat loopt er nu? Curit factureert voor gebruik van Riskconsult (prijs per dossier) en halve dag [E] [ [E] , OK]; verder wordt er niets gedeclareerd Cavari stuurt geen rekeningen naar Curit voor gebruik overlegruimtes e.d. Wat gaat er lopen (voorstel) Vaststellen programma van eisen voor wat we binnen Cavari nodig hebben is investering van ons 3en (past in raam van activiteiten voor Cavari Clinics Nederland) Programmeer activiteiten vanuit Curit worden afgerekend tegen kostprijs + 15% (bij van te voren ramingen over hoeveelheid uren bij projecten) Prijs per dossier blijft overeind omdat dit de meeste flexibiliteit geeft en uitdaging aan beide kanten (kosten en baten lopen gelijk op); nu tot 25 euro per dossier Budget voor ICT vaststelling nuttig? Te bespreken? Ad 6. Persoonlijke tijdsinvestering van directieleden en vergoedingsformule (…) Vergoedingsidee per persoon: (uursalaris blijft op oude nivo) [A] [ [A] , OK]: 2 dagen Cavari Clinics Groningen/0,5 dag vanuit Cavari Clinics Nederland. [B] [ [B] , OK]: 2 dagen en 1 dag (BuPo compensatie) Cavari Clinics Groningen/0,5 dag vanuit Cavari Clinics Nederland. [C] [ [C] , OK]: 2,5 uur per week Cavari Clinics Groningen (financiën, personeel, logistiek)/0,5 dag vanuit Cavari Clinics Nederland. Verder draait [C] als medewerkster mee in de pool voor de buitenpoli.” 2.9 Bij e-mail van 27 december 2011 heeft [A] op de mail van [B] gereageerd en onder meer geschreven: “Dank voor je onderlegger. Neem aan dat de cijfers meekomen? Ik wil zelf graag ook wat fundamentelere zaken op de agenda zetten zoals het proces van besluitvorming op diverse terreinen en financiële verantwoording per maand zodat er ook op gestuurd kan gaan worden.” 2.10 Op 20 augustus 2013 hebben [A] en [B] c.s. namens Cavari Clinics en [C] namens Curit een Service Level Agreement (SLA) getekend, ingaand 1 januari 2012 en betrekking hebbend op door Curit te verrichten technisch beheer en onderhoud van hard- en software binnen de organisatie van Cavari Clinics. De SLA bevat geen tarieven voor de dienstverlening. Een gelijksoortige SLA met betrekking tot de periode vanaf 1 januari 2011 is niet getekend. 2.11 Bij e-mail van 2 maart 2016 heeft [B] aan [C] geschreven dat hij uitgebreid met [A] heeft gesproken over de inzet van hun dochter [F] . Volgens die mail is erover gesproken dat [F] baliewerkzaamheden zou verrichten en een werkneemster bij afwezigheid zou vervangen. [B] schreef daarbij “[A] vindt begeleiden [F] [in het kader van de opleiding die [F] volgde, aanvulling OK] leuk en constructie via Digitalis prima.” 2.12 In een e-mail van 9 maart 2016 aan [C] heeft [B] onder meer geschreven: “[C] , is dit het verhaal m.b.t. [F] en Cavari/Digitalis? [F] komt vanaf 1 april in dienst van Digitalis. Hiernaast kan ze vanaf deze datum na overleg met haar ingezet worden voor eerst een dag in week hulp bij revalidatiepatiënten voor zover dit patiënten zijn, die in het kader van haar opleiding “nuttig” zijn. De arbeidsuren hiermee samenhangend worden betaald door Digitalis en niet doorberekend aan Cavari. Als Cavari haar voor andere activiteiten wil inhuren (balie werk, vervanging van Angelique of bijvoorbeeld vakantie van fysio’s voor actieve begeleiding) dan gebeurt dit op basis van detachering met passende vergoedingen voor de ingenomen functies. Deze kosten worden dus wel doorberekend. Vanaf het moment dat haar opleiding start, zal ze twee dagen per week beschikbaar zijn voor begeleiding van patiënten passend bij haar opleiding”. Na bevestiging van [C] dat dit klopt heeft [B] deze mail op diezelfde datum doorgestuurd naar onder meer [A] , met vermelding ‘Dit is het verhaal. Morgen maar even om de tafel, ook met fysio’s om e.e.a. gezamenlijk uit te leggen’. 2.13 Op 18 juli 2016 heeft [G] (vestigingsmanager en eveneens een dochter van [B] en [C] ) aan [B] c.s. en [A] geschreven dat al afgesproken was dat [F] de activiteiten van een zwangere werkneemster zou overnemen, maar dat er een overloopsituatie zou ontstaan met de fysiotherapeuten. Zij stelde de vraag of [F] in de overloop een rol mocht spelen. [A] heeft per mail van diezelfde datum geantwoord dat [F] daar natuurlijk een rol in mocht spelen als het nodig is. 2.14 Op 15 november 2016 heeft [G] aan [B] en [A] (met cc aan [C] ) detacheringsovereenkomsten gestuurd met betrekking tot de inhuur van [F] . [A] heeft hierop bij e-mail van 16 november 2016 geantwoord dat en waarom zij zich niet geheel kan vinden in de voorgestelde contracten. Zij wilde onder meer graag een specificatie zien van het brutosalaris en schreef dat zij nog een apart detacheringscontract miste voor de stagewerkzaamheden van [F] (bijgevoegd waren twee contracten voor respectievelijk de werkzaamheden als baliemedewerkster en voor de werkzaamheden als vervangster van een zwangere werkneemster). Na een reminder van [A] op 24 november 2016 heeft [G] haar diezelfde dag nadere informatie verstrekt. 2.15 In de notulen van een directieoverleg op 28 november 2016 staat: “We stellen gezamenlijk vast dat de manier waarop [F] ingezet is, nl zonder contract en zonder directie afspraken over inzet en detacheringstarief, niet correct is geweest en niet voor herhaling vatbaar is. Dat geldt overigens ook voor de manier waarop andere contracten regelmatig ‘even snel’ getekend moeten worden. Ook dit zal in de toekomst anders gaan. Er moet nog een stage overeenkomst tussen Digitalis BV en Cavari BV voor [F] als PMT i.o. komen …” 2.16 In een e-mail van 19 januari 2017 van [A] aan [B] c.s. staat dat [A] een aantal facturen van Curit heeft gezien en dat zij niet akkoord gaat met betaling daarvan. [B] heeft op diezelfde datum op de e-mail gereageerd en aan [A] onder meer geschreven: “Al sinds jaar en dag wordt 25 euro per actief (en in een jaar gebruik) dossier RC gerekend. (…) Je hebt je op een moment ingekocht dat dit ook al zo was. De rekeningen voor gebruik software zijn hierop gebaseerd. Als het anders moet in de toekomst, dan onderwerp van gesprek. Over inhoud van facturen [is] met ons geen discussie mogelijk, wel over factuur datum en we willen zoals aangeven in acc overleg ze in 2015 kwijt omdat dan de winst nog wat gedrukt kan worden.” Het bedrag is door Cavari Clinics aan Curit betaald. 2.17 In een e-mail van 7 maart 2017 heeft [A] in verband met de jaarrekeningen 2015 van Cavari Clinics c.s. geschreven: “(…), voorwaarde voor goedkeuring is dat er een AO IC [Administratieve Organisatie en Interne Controle, OK] is die door beide Holdings en ook door de accountant goedgekeurd is.” 2.18 Bij e-mail van 24 mei 2017 heeft [A] [C] (met cc aan [B] ) geschreven dat zij tot haar verbazing in de salarisbatch voor mei 2017 een salarisbedrag van € 4.488,82 voor [C] zag, een stijging van ongeveer € 3.000 ten opzichte van voorgaande maandbedragen. Zij verzocht een correctie naar het normale maandbedrag. [C] heeft hierop bij e-mail van diezelfde datum geantwoord dat het 168 extra uren betreft, gemaakt in het kader van de administratie over de periode december 2016 tot en met april 2017, waarvan zij de helft heeft berekend. Zij heeft opgemerkt dat de werkzaamheden niet in de vier uur per week konden worden gedaan en dat [A] ongetwijfeld zal hebben opgemerkt dat er veel extra werk te doen was. [A] heeft hierop bij e-mail van eveneens 24 mei 2017 gereageerd en geschreven dat zij er zeker begrip voor heeft dat [C] een extra urenvergoeding op zijn plaats vindt en alle waardering heeft voor het resultaat, maar dat [B] en zij ook geen (50% van
- de)overuren declareren en zelfs niet alle reguliere uren, dat de uren ook hadden kunnen worden toegerekend aan de maandelijkse onkosten/managementvergoeding en dat zij het daarnaast logisch had gevonden dat [C] dit van tevoren had overlegd. [A] besluit met de opmerking dat zij dus geen begrip kan opbrengen voor de manier waarop dit gebeurt en dat zij het nu zal accorderen maar dat dit verder iets is dat in heldere afspraken in de AOIC vastgelegd moet gaan worden. 2.19 Op 11 februari 2018 hebben [B] c.s. en [A] een document getiteld “Administratieve organisatie en interne controle Cavari Clinics” (AOIC) ondertekend, waarin onder meer staat beschreven op welke wijze zakelijke afspraken worden gemaakt, facturen worden geaccordeerd en betalingen worden gedaan. 2.20 In een gesprek op 20 april 2018 tussen de accountant, [B] c.s. en [A] , heeft [A] kenbaar gemaakt dat zij een aantal bezwaren had tegen de concept-jaarrekening 2016 en dat zij de jaarrekening daarom niet wilde tekenen. 2.21 Bij brief van 27 april 2018 heeft [B] aan [A] onder meer geschreven dat [B] c.s. het “zat zijn” dat zij door [A] worden zwart gemaakt, dat zij constateren dat er een vertrouwenscrisis is en dat zij nog maar één weg zien, te weten “onze gezamenlijke activiteiten binnen de B.V. ’s met jou te staken en om vanaf nu onder passende begeleiding scenario’s te bekijken, waarbij we onze gezamenlijke participatie in de bedrijven afbouwen en mogelijkheden onderzoeken om zakelijk separaat verder te gaan. Zolang dit niet geregeld is, zullen we ook hulp nodig hebben bij het verbeteren c.q. weer normaliseren van een normale bedrijfsvoering.” 2.22 Op 30 april 2018 heeft [B] een memo aan de raad van toezicht gestuurd, waarin hij melding maakt van de door hem aan [A] gestuurde brief en schrijft dat Cavari Clinics volgens hem ontvlochten dient te worden en dat hij graag met de raad van toezicht in overleg wil. In het memo staat verder onder meer dat er geen vertrouwensbasis meer is en dat hij het gevoel heeft dat de patiëntenzorg actueel nog niet in gevaar komt, maar dat dit bij zo doorgaan weldra zeker het geval zal zijn. 2.23 Bij brief van 23 mei 2018 heeft [A] aan de raad van toezicht van de stichting medegedeeld dat wat haar betreft ontvlechting niet aan de orde is. Zij heeft haar visie op de problemen gegeven en beklemtoond dat de patiëntenzorg geen gevaar loopt. 2.24 Bij brief van 20 juni 2018 hebben [A] en [B] aan de raad van toezicht geschreven dat zij gesprekken willen voeren, gericht op continuering van de samenwerking binnen Cavari Clinics c.s. 2.25 Op 22 augustus 2018 heeft [C] namens Curit een ‘Toelichting en offerte ICT-dienstverlening aan Cavari Clinics’ aan [A] gestuurd. Dit heeft niet geleid tot de totstandkoming van een contract tussen Cavari Clinics en Curit. 2.26 Bij brief van 1 november 2018 hebben [B] c.s. aan mr. Van der Spek geschreven dat de gesprekken die de afgelopen maanden zijn gevoerd niet het gewenste doel hebben gehad en dat zij het ‘mediationtraject’ als mislukt beschouwen. 2.27 Vervolgens is nadere correspondentie met de raad van toezicht gevoerd, waarbij de raad van toezicht zorgen over een goede en veilige patiëntenzorg heeft geuit. Deze zorgen heeft hij herhaald in brieven van 21 januari en 2 februari 2019. Daarbij heeft hij [B] en [A] verzocht vooralsnog van integrale zorg af te zien en een voorstel te presenteren hoe zij van plan zijn de lopende patiëntenzorg over te dragen of af te bouwen. 2.28 Na de beschikking van de Ondernemingskamer van 5 april 2019 hebben partijen eind 2019 besloten ieder hun eigen weg te gaan. Cavari Clinics heeft inmiddels haar activiteiten gestaakt. 3De inhoud van het verslag 3.1 De onderzoeker heeft in hoofdstuk 4 van het verslag omschreven waarop het onderzoek is gericht: De voorwaarden van dienstverlening door Curit en de betalingen aan [C] ter compensatie voor werk uit het verleden. De vraag of [A] de inhuur van externen of de betaling van diverse rekeningen heeft belet en of daarbij het belang van de onderneming is geschaad. De weigering van [A] om de jaarrekening over 2016 goed te keuren en daarmee samenhangende escalatie van de verstoorde verhoudingen. Het verband tussen het optreden van [A] en het vertrek van medewerkers bij Cavari. De onderwerpen 2 en 4 worden hierna verder buiten beschouwing gelaten, omdat het tweedefaseverzoek van IC Holding c.s. daarop geen betrekking heeft. In de verklaringen die in het verslag zijn opgenomen en die hierna deels worden geciteerd, worden [B] , [C] en [A] ook bij hun voornamen aangeduid: [B] , [C] en [A] . 3.2 De onderzoeker heeft, na een aantal inleidende hoofdstukken, in hoofdstuk 7 de wettelijke en statutaire orde binnen Cavari Clinics c.s. beschreven en in dat verband enige algemene opmerkingen gemaakt over tegenstrijdige belangen en het functioneren van het bestuur van Cavari Clinics c.s. (7.1). Vervolgens is hij ingegaan op de aandeelhoudersovereenkomst (7.2), in welk verband hij een aantal opmerkingen heeft gemaakt over artikel 6 van die overeenkomst, en de AOIC-beschrijving (7.3). De onderzoeker ziet de AOIC mede als bestuursreglement en bespreekt een aantal complicaties. In 7.4, waarin hij zijn mening geeft over de governance bij Cavari Clinics c.s., heeft de onderzoeker te kennen gegeven dat hem is gebleken dat binnen het bestuur van Cavari Clinics c.s. – in elk geval op financieel terrein – onvoldoende sprake was van collegiaal optreden en dat er bovendien onvoldoende oog was voor de betekenis van de tegenstrijdige belangen van [B] c.s. Naar zijn mening zijn deze aspecten belangrijker voor een oordeel over het functioneren van het bestuur van Cavari Clinics c.s. dan een toetsing van individuele handelingen aan de aandeelhoudersovereenkomst of de AOIC. 3.3 In hoofdstuk 8 heeft de onderzoeker het eerste onderwerp behandeld: de voorwaarden van dienstverlening door Curit en de betalingen aan [C] ter compensatie van werk voor het verleden. De onderzoeker is allereerst ingegaan op het van Curit betrokken softwareprogramma RiskConsult en de betekenis daarvan voor Cavari Clinics c.s. Uit een mailwisseling tussen [C] en [A] van januari/februari 2016 heeft hij afgeleid dat [A] in beginsel de intentie had om de relatie met Curit voort te zetten. Hij signaleert dat [A] in ieder geval geen principieel bezwaar heeft gemaakt tegen dienstverlening door Curit. In paragraaf 8.1 heeft de onderzoeker een aantal opmerkingen gemaakt over de SLA. Omdat de SLA geen (aanknopingspunten voor te hanteren) prijzen bevat, meent de onderzoeker dat Cavari c.s. aan Curit een voor de geleverde producten en diensten redelijke vergoeding verschuldigd is. Met betrekking tot de notitie van 27 december 2011 (zie 2.8) merkt hij op dat [A] heeft verklaard dat zij deze notitie niet kent. Paragraaf 8.2 betreft de facturen van Curit aan Cavari Clinics voor RiskConsult. [B] c.s. hebben facturen over de jaren 2013 tot en met 2018 overgelegd (voor in totaal € 55.500 exclusief btw) voor de licentievergoeding van € 25 per dossier. Over de jaren 2013 tot en met 2015 bedroegen de factuurbedragen respectievelijk € 6.425, € 13.125 en € 8.425. Uit een factuur van 31 december 2010 blijkt dat het bedrag van € 25 per dossier ook al voor de inwerkingtreding van de SLA of benoeming van [A] als bestuurder in rekening werd gebracht. 3.4 [B] heeft over de facturen voor RiskConsult het volgende aan de onderzoeker verklaard (paragraaf 8.2, p. 30): “Een serie facturen is einde 2016 opgemaakt en uitgedraaid en daarna bij Cavari binnengekomen. Omdat de boeken 2015 nog niet gesloten waren konden ze worden toegevoegd aan de administratie 2015. Ze hadden ook betrekking op 2015 of eerder. Ze zijn later gemaakt dan de 31 december 2015, zijnde de datum die op facturen is vermeld. Deze facturen zijn actief onder haar [ [A] ] aandacht gebracht. Ze heeft er ook een deel van of allemaal getekend. (…) [A] heeft de facturen getekend kort nadat deze zijn opgemaakt. De door [A] getekende facturen hebben we niet zelf. Deze staan vermoedelijk ergens bij de accountant in een archief. De serie die toen [2016] is opgesteld, is in zijn geheel getekend. Ze mopperde daar wel wat over. Ze beweerde dat ze had begrepen dat alleen voor de ggz behandelingen licentie geld moest worden betaald en niet voor de health checks. Vóór het aantreden van [A] waren de rekeningen voor de licenties er ook al en toen waren er geen ggz patiënten bij Cavari. Bij elke offerte die we maakten, zoals voor Health Checks, kwam altijd die € 25,-- langs als prijs per dossier of health checks. Dat was het business model waarop die software betaald werd. Dat werd gedaan om het voor Cavari betaalbaar te houden toen er nog niet zo veel patiënten waren. Er was niet gekozen voor een vast bedrag van € 10.000 per jaar of iets dergelijks. Het programma is gemaakt voor cardio vasculair risicomanagement. Deze komt tot recht in de cardiologische zorg en de health checks.“ [A] heeft hierover verklaard (paragraaf 8.2, p. 31): “Ik heb de facturen voor Riskconsult niet getekend. (…) Ik werd later gedwongen te tekenen voor betalingen omdat dat na de invoering van de AOIC via de Rabobank alleen met mijn medewerking kon gebeuren. Er kwamen continue bedreigingen als ik iets niet deed. Maar ik maak er bezwaar tegen te zeggen dat dat toestemming is. (…) In 2017 zag ik via de bank pas wat er allemaal werd afgeschreven. De facturen kwamen pas vanaf 2017 omdat ik op dat moment niet meer accepteerde dat ik maar even moest tekenen bij het kruisje op de jaarrekening. [C] had allemaal geheime besprekingen met de accountant. Ik had helemaal geen inzicht in de bedragen. (…) Toen mocht ik inzage krijgen in facturen, maar die werden geselecteerd door hen. Trifact 365 bevat facturen die al zijn uitgegeven. Het werd misbruikt. Als je twee eigenaren hebt hoor je van tevoren toestemming te hebben van twee holdings. Ik werd nooit als eigenaar erkend. Het is niet waar, zoals mw. [C] tegenover de Onderzoeker heeft verklaard, dat via een link naar een Excell bestand en Trifact 365 de financiële informatie voor mij beschikbaar was. Tot 2017 had ik nergens toegang toe. Het is maar de vraag hoe betrouwbaar de Excell sheets zijn. Trifact is pas vanaf 2018/2019. (…) Ik wist niet waar de bedragen in Excell vandaan kwamen. Dus ik had geen inzicht. Nadat ik had geklaagd kwamen er wat nota’s in mijn bakje. Zodat ik een beetje gevoel zou krijgen waar het over gaat, was de toelichting van [C] . (…)” 3.5 De onderwerpen die de onderzoeker bespreekt in de paragrafen 8.3 tot en met 8.5 en 8.7 komen niet terug in het tweedefaseverzoek van IC Holding c.s. en zullen verder onbesproken blijven. Paragraaf 8.6 betreft de facturen van Curit aan Cavari Clinics voor systeembeheer door [E] . De onderzoeker constateert dat Curit in 2015 zes uur per week aan Cavari Clinics declareerde voor de inzet van [E] en vanaf 2016 tot en met 2018 acht uur per week. In deze paragraaf staat een verklaring van [B] die onder meer inhoudt dat de noodzaak om [E] vaker in te zetten niet vooraf met [A] is besproken maar na verloop van tijd is gemeld, dat die inzet nodig was om het systeem in de lucht te houden en dat [A] de meeste hulpvragen had. Het netwerk, de software, de hardware en de gebruikersvragen namen steeds meer toe met het aantal medewerkers en de groei van de activiteiten, aldus [B] . [A] van haar kant heeft verklaard dat zij voor het eerst in 2017 ‒ misschien in 2016 ‒ facturen heeft gezien, dat zij achteraf niet begrijpt waarom [E] een half dagdeel aanwezig zou moeten zijn en dat twee dagdelen al helemaal te veel was, dat het een slecht computersysteem was en dat, als [E] uren bezig was, dat kwam omdat zijn kwaliteit onvoldoende was. Paragraaf 8.8. betreft de facturen van Digitalis aan Cavari Clinics. Hierover staat in het verslag (p. 37 e.v.): “[B] c.s. hebben facturen overgelegd van Digitalis aan Cavari Clinics c.s. Digitalis factureerde voor [B] en [C] ieder € 15.000 (ex. BTW) aan onkostenvergoeding over 2015 en 2016. Ook aan IC Holdings werd jaarlijks een onkostenvergoeding van € 15.000 uitbetaald. [A] had geen bezwaar tegen deze vaste onkostenvergoeding van Digitalis c.q. [B] . Digitalis heeft voorts facturen gestuurd voor de werkzaamheden van [F] [B] , de dochter van [B] c.s. Zij was tot 2015 als fysiotherapeut in dienst geweest bij Cavari. Nadien was zij beschikbaar voor invalwerkzaamheden. [A] heeft daar volgens [B] c.s. mee ingestemd mits zij niet in dienst zou komen van Cavari maar in dienst van Digitalis, die deze kosten heeft doorbelast aan Cavari. Over de facturen van Digitalis heeft [B] c.s. verklaard: “(…) De inhuur van [F] via Digitalis is met [A] besproken. Het tarief is achteraf vastgesteld. Daarvoor hebben we tarieven van uitzendbureaus geraadpleegd waarmee we toen ook zaken deden. We wilden telkens op een marktconform tarief komen voor haar twee functies als baliemedewerker of paramedisch medewerker ter vervanging van Angelique. De noodzaak van de inzet van [F] was met [A] besproken. De hoeveelheid werk die zij heeft verzet is nooit in die zin besproken. Het ging om vervanging van afwezigheid vanwege zwangerschap of ziekte. Zij is alleen ingezet waar het nodig was. Ze moest vanwege haar overige werkzaamheden nog haar best doen om tijd vrij te maken.” Over de facturen van Digitalis voor de inzet van [F] [B] verklaart [A] : “(…) Ik heb mij ertegen verzet dat [F] via Digitalis bij Cavari werkzaamheden zou gaan verrichten. Ze zou een opleiding doen tot psycho-[onverstaanbaar]-therapeut waarbij ik de supervisor moest zijn. Dat zou zij gratis vanuit Digitalis doen. Zij heeft niet gewerkt als balie medewerker bij Cavari toen zij in dienst was bij Digitalis. Misschien is het wel juist dat ze Angelique heeft vervangen toen zij in dienst was bij Digitalis. Ik kan laten zien dat ik mij heb verzet tegen de payroll constructie. Er moest een contract komen voor [F] , voor de opleiding, maar dat werd geweigerd. Dat staat in die e-mail En ineens was ze weer verdwenen. Die nota’s heb ik al helemaal nooit gezien.” Nadat de Onderzoeker de specificatie van de facturen van Digitalis voor het werk van [F] heeft voorgehouden verklaart [A] : “Er was een mix van dingen die ze zou doen. Er zou een opleiding komen, daarmee was ik akkoord. Het kan zijn dat ze inderdaad Angelique heeft vervangen maar ik vind niet dat Digitalis daarvoor een factuur mag sturen. Omdat met mij tevoren overleg moet worden gevoerd. Er moest geen onnodig werk worden gecreëerd. Ik weet dat als Angelique niet door [F] zou zijn vervangen iemand anders dat moest doen. Maar over de tarieven werd geen overleg gevoerd. Ik was er absoluut op tegen dat er alweer een dochter de organisatie in gewerkt werd. Dat er een baan voor haar werd gecreëerd. Ze hebben daarvoor ook geen redelijke prijs voor gerekend. Daar heb ik ook per e-mail bezwaar tegen gemaakt. Ze hebben de tarieven verhoogd onder het mom dat zij risico liepen. Angelique was een verpleegkundige. Maar [F] werd ook ingezet als baliemedewerker. Wij hadden geen twee baliemedewerkers nodig. Daar had ik bezwaar tegen want er was al een baliemedewerker en een centrummanager. Er werd echter geen overleg over gevoerd. Het was een mededeling.” Voorafgaand aan de inzet van [F] [B] , namelijk op 9 maart 2016, zond [B] - Zonder een e-mail bericht aan [A] waarin door [B] is geschreven. [Hier volgt de tekst van de mail die is geciteerd onder 2.12, opmerking OK.] Niet is gebleken dat voorafgaand overleg is gevoerd met [A] over de inzet en arbeidsvoorwaarden van [F] [B] . Uit notulen van het directie overleg van 28 november 2016 blijkt dat tussen [B] c.s. en [A] wel over de inzet van [F] is gesproken nadat haar werkzaamheden zijn geëindigd. Daarover staat genotuleerd: [Volgt het citaat dat staat weergegeven onder 2.15, opmerking OK] ” 3.6 Paragraaf 8.9 betreft de liquiditeitspositie van Cavari Clinics c.s. De onderzoeker heeft het verloop van de banksaldi over 2014 tot en met 2018 weergegeven (per december van de desbetreffende jaren) en de over 2015 tot en met 2018 aan Curit betaalde bedragen. [B] heeft met betrekking tot de opschorting van de opmaak van facturen van Curit verklaard: “Er was niet echt een liquiditeitstekort al kwam het naar mijn smaak te dicht op de nul-lijn en andere crediteuren gaan voor. De beslissing om de Riskconsult facturen op te schorten is niet met [A] besproken. Dit is besproken bij de bespreking van de jaarrekening 2015 bij de accountant in 2016.” De conclusie van de onderzoeker is dat het argument van [B] c.s. dat het nodig was de facturatie van de diensten van Curit op te schorten vanwege de liquiditeitspositie van Cavari c.s. niet geloofwaardig is en hij vermeldt dat deze beslissing ook niet met [A] is ‘afgesproken’. 3.7 In paragraaf 8.10 heeft de onderzoeker de klachten van [A] besproken tegen de betaling van de nota’s van Curit. Van belang zijn thans de klachten (
- i)dat de boekjaren van Cavari Clinics c.s. tot en met 2014