afdeling strafrecht parketnummer: 23-000698-20 datum uitspraak: 5 april 2022 TEGENSPRAAK Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-104910-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1946, verblijvende in Psychiatrisch Centrum Sint Willibrord te Heiloo. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 maart 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte, de raadsvrouw en de advocaat van de benadeelde partij naar voren is gebracht. Ter terechtzitting in hoger beroep van 22 maart 2022 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten. Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof acht het voor een goede beoordeling van de onderhavige zaak tegen de in eerste aanleg vrijgesproken verdachte noodzakelijk [getuige], die belastend over de verdachte heeft verklaard, ambtshalve als getuige ter terechtzitting te horen. Het hof verzoekt voorts de advocaat-generaal het volgende nadere onderzoek te laten verrichten. Blijkens het proces-verbaal van verdenking van 25 maart 2019 (doorgenummerde pagina’s 44 en 45) heeft het Gedetineerde Recherche Informatie Punt (hierna: GRIP) – voor zover relevant en zakelijk weergeven – de volgende melding gedaan: Zondag zijn we aangesproken door gedetineerde [getuige], verblijvende in de [inrichting]. Hij liet ons een aantal papiertjes zien die hij van een medegedetineerde, genaamd [verdachte], gekregen had. Hierop staan een naam, adres en telefoonnummers en kenteken van een auto die toebehoren aan twee dames. [verdachte] verzocht medegedetineerde [getuige] of hij contacten had met iemand die tegen betaling deze dames wilde vermoorden. De vraag kwam op medegedetineerde [getuige] uiterst serieus over en bracht [getuige] in acute gewetensnood. Het hof ziet aanleiding om de advocaat-generaal te verzoeken: na te gaan bij de [inrichting] en het GRIP of op enige wijze notitie is gemaakt van bovengenoemde mededeling door [getuige] aan een of meer GRIP-medewerkers, en die – indien aanwezig – ter voeging aan het hof te verstrekken; te achterhalen wie deze GRIP-medewerker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.