afdeling strafrecht parketnummer: 23-002405-21 datum uitspraak: 6 april 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 augustus 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-134337-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de politierechter en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 22 mei 2021 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere ruit(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [woningbouw] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 2.hij op of omstreeks 22 mei 2021 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, - [slachtoffer] (hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland) - [benadeelde 2] (hoofdagent bij Eenheid Noord-Holland) en/of - [benadeelde 1] (hoofdagent bij politie Eenheid Noord-Holland) werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten het aanhouden van verdachte, door zich in tegengestelde richting van voornoemde ambtenaren te bewegen en/of los te rukken en/of te trekken en/of trappende bewegingen te maken, terwijl dit misdrijf en/of daarmee gepaard gaande feitelijkheden, - enig lichamelijk letsel, te weten een wond op de hand en/of knie bij die [benadeelde 2] en/of - zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, te weten schouderinstabiliteit en/of een (partiële) scheur in de pees van de supraspinatus spier in de schouder en/of een botkneuzing in de schouder bij die [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep is gewijzigd. Bewijsoverweging De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat niet bewezen kan worden dat [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat [benadeelde 1] volledig is hersteld, geen operatief ingrijpen vereist is geweest en hij in staat is geweest vervangend werk te verrichten. Het hof stelt op grond van de te bezigen bewijsmiddelen vast dat [benadeelde 1] , als gevolg van het verzet van de verdachte bij zijn aanhouding, op zijn linkerschouder is gevallen. Uit echografisch onderzoek is gebleken dat [benadeelde 1] een partiële scheur in de supraspinatuspees heeft opgelopen. Hij kon daardoor zijn schouder niet belasten en heeft werkzaamheden als politieambtenaar waarbij betrokkenheid van zijn schouder noodzakelijk is neer moeten leggen. Ook was hij maandenlang belemmerd in het uitvoeren van huishoudelijke taken. Blijkens een door [benadeelde 1] overgelegd verslag van [fysio] van 15 december 2022 heeft hij op 13 december 2021 de laatste behandeling bij de fysiotherapeut ondergaan. Voorts is [benadeelde 1] , blijkens een e-mailbericht van 16 maart 2022 van zijn casemanager, pas sinds de week van 7 maart 2022 weer volledig inzetbaar als politieambtenaar op zijn werk. [benadeelde 1] is aldus na zeven maanden na de ten laste gelegde feiten volledig hersteld en heeft bijna tien maanden na de ten laste gelegde feiten zijn werkzaamheden weer kunnen hervatten. Aanvankelijk was [benadeelde 1] niet inzetbaar in zijn functie en heeft hij vervangend werk moeten verrichten. Bovendien bestond gedurende enkele maanden onzekerheid over het uitzicht op herstel. [benadeelde 1] wist niet zeker of zijn schouder ooit nog zou genezen met alle gevolgen van dien. Gelet hierop en op de aard van het letsel dat [benadeelde 1] heeft opgelopen en de lange duur van het herstel is het hof van oordeel dat het letsel van [benadeelde 1] als zwaar lichamelijk letsel is aan te merken. Het hof acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat het verzet van de verdachte bij [benadeelde 1] heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 22 mei 2021 te Koog aan de Zaan opzettelijk en wederrechtelijk ruiten, die aan [woningbouw] toebehoorden, heeft vernield.2.hij op 22 mei 2021 te Koog aan de Zaan zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren - [slachtoffer] (hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland) en - [benadeelde 2] (hoofdagent bij Eenheid Noord-Holland) en - [benadeelde 1] (hoofdagent bij politie Eenheid Noord-Holland) werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten het aanhouden van verdachte, door zich in tegengestelde richting van voornoemde ambtenaren te bewegen, los te rukken, te trekken en trappende bewegingen te maken, terwijl dit misdrijf - enig lichamelijk letsel, te weten een wond op de hand en knie bij [benadeelde 2] en - zwaar lichamelijk letsel, te weten een partiële scheur in de pees van de supraspinatus spier in de schouder bij [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: wederspannigheid, terwijl het misdrijf enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft. en wederspannigheid, terwijl het misdrijf zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen weken, waarvan zeven weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en met bijzondere voorwaarden bestaande uit een meldplicht en een behandelplicht, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 60 uren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van de ruiten van een woning. Door zo te handelen heeft de verdachte schade en hinder veroorzaakt. De verdachte heeft zich tevens verzet tegen zijn aanhouding. Dergelijk gedrag is ernstig, niet alleen omdat hiermee het werk van de politie wordt bemoeilijkt, maar ook omdat het getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Burgers hebben mee te werken met de politie, ook als zij worden staande gehouden of aangehouden. De verbalisanten hebben letsel overgehouden aan het verzet. Het letsel van verbalisant [benadeelde 1] is bovendien als zwaar lichamelijk letsel te kwalificeren. Het hof rekent dit de verdachte aan, maar heeft ook oog voor de proceshouding van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden Gelet op die persoonlijke omstandigheden, zoals ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht door de verdachte en zijn raadsman, acht het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de door de Reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, te weten een meldplicht en een behandelplicht. Het hof zal daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen. Gelet op de omstandigheid dat het onder 2 bewezenverklaarde misdrijf is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en gelet op het feit dat de verdachte inmiddels in een schorsing van de voorlopige hechtenis loopt in verband met de verdenking van een nieuw soortgelijk feit, overweegt het hof dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.250,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.