afdeling strafrecht parketnummer: 23-002036-21 datum uitspraak: 12 april 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 14 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 96-279774-20 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart
- Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 01 oktober 2019 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, al dan niet opzettelijk niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van (schriftelijke) aangifte als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) nummer 1889/2005 van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten, immers heeft hij, verdachte toen daar geen, een onvolledige of onjuiste aangifte gedaan terwijl hij die Gemeenschap binnenkwam of verliet en liquide middelen ten bedrage van 10.000 euro of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van (in totaal) 10.000 euro. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bespreking bewijsverweren De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte geen opzet op de gedraging heeft gehad, omdat een medewerker van de bank hem had medegedeeld dat hij € 10.000,00 in contant geld mocht meenemen zonder daarvan aangifte te hoeven doen. Het hof acht het aannemelijk dat de verdachte geen opzet op de gedraging heeft gehad. Nu voor de (impliciet subsidiair) tenlastegelegde overtreding echter geen opzet is vereist kan het ontbreken van opzet niet tot algehele vrijspraak leiden, doch slechts tot vrijspraak van het (impliciet primair) tenlastegelegde misdrijf. Met de rechtbank acht het hof de (impliciet) tenlastegelegde overtreding bewezen als na te melden. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 1 oktober 2019 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van (schriftelijke) aangifte als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) nummer 1889/2005 van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten, immers heeft hij, verdachte, toen daar geen aangifte gedaan terwijl hij die Gemeenschap binnenkwam of verliet en liquide middelen ten bedrage van 10.000 euro of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van (in totaal) 10.000 euro. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: als degene, die uit hoofde van artikel 3 van de verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten verplicht is tot het doen van aangifte, deze aangifte niet voldoen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wederom schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. De verdachte heeft geen aangifte gedaan bij de Douane van het feit dat hij een geldbedrag van in totaal € 10.000,00 euro bij zich had. De verdachte heeft daarmee niet voldaan aan de aangifteplicht voor dergelijke bedragen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan geen straf of maatregel dient te worden opgelegd. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. onder CJIB nummer [nummer]. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.F. Groos, mr. V.M.A. Sinnige en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 april
- Mr. Kuster is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]