afdeling strafrecht parketnummer: 23-001745-21 datum uitspraak: 29 maart 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 3 juni 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-054442-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met bijzondere voorwaarden conform het vonnis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich op klaarlichte dag in het centrum van Alkmaar zonder enige aanleiding schuldig gemaakt aan openlijk geweld, waarbij het zestienjarige slachtoffer ernstige verwondingen heeft opgelopen. De verdachte heeft daardoor ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer. Voor een dergelijk feit is, mede gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer passend. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 14 maart 2022 heeft de verdachte zich eerder schuldig gemaakt aan een ernstig geweldsdelict. Omdat de verdachte hiervoor veroordeeld is ná de pleegdatum in onderhavige zaak, zal hiermee niet in strafverzwarende zin rekening worden gehouden. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte spijt betuigd voor zijn handelen. Mede in het kader van zijn opleiding heeft hij bovendien inzicht verworven in zijn gedrag en manieren om met agressie om te gaan. Hij woont bij zijn ouders, heeft werk en betaalt zelf zijn schulden af. In het nieuwe schooljaar kan hij zijn opleiding hervatten. Het reclasseringstoezicht loopt en de verdachte staat open voor een cognitieve vaardighedentraining. Een en ander wordt ondersteund door het recente reclasseringsrapport van 25 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.