beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht afdeling strafrecht rekestnummer(s): 001138-21 (530 Sv) en 001139-21 (533 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-002728-20 Beschikking op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats], domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. Y. ten Tuijnte, Velperweg 78, 6824 HL te Arnhem. 1Procesverloop Het verzoekschrift is op 16 december 2021 ingekomen. Op 10 februari 2022 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 19 april 2022 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen. De advocaat van verzoeker heeft op voorhand per e-mailbericht van 13 april 2022 te kennen gegeven het verzoek ten aanzien van de kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure niet langer te handhaven, nu voor deze kosten een toevoeging is aangevraagd en afgegeven door de Raad voor Rechtsbijstand.
- Inhoud van het verzoek Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: a. schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 650,00; 3Beoordeling van het verzoek Bij arrest van dit hof van 16 november 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend. Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Ad a De verzoeker is op 9 september 2020 in verzekering gesteld. De verzoeker is op 13 september 2020 in vrijheid gesteld. Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door de verzoeker ondergane verzekering tot een bedrag van € 650,
- Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de onderstaande geldsom vatbaar is voor verrekening overeenkomstig artikel 534, lid 3 Sv. Het hof zal het toegekende bedrag verrekenen met de door de verzoeker aan de Staat verschuldigde geldsommen. 4Beslissing Het hof: Wijst het verzochte toe. Kent op de voet van artikel 533 Sv aan de verzoeker een vergoeding toe van € 650,00 (zeshonderdvijftig euro). Bepaalt de verrekening van bovenstaand bedrag met de onderstaande geldsom: CJIB-nummer openstaand bedrag verrekening [nummer 1] € 336,65 € 336,55 [nummer 2] € 539,00 € 313,45 Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.R.O. Mooy, S. Clement en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 3 mei
- De voorzitter beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 650,00 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. CJIB o.v.v. [nummer 1] en [nummer 2]. Amsterdam, 3 mei 2022, mr. A.R.O. Mooy, voorzitter.