← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:1352

tussenbeschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummer(s): 000115-22 (530 Sv) parketnummer in hoger beroep: 23-001827-20 Tussenbeschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] , [adres] . 1Procesverloop Het verzoekschrift is op 2 februari 2022 ingekomen. Op 16 maart 2022 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt. Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 19 april 2022 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

  1. Inhoud van het verzoek Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van: a. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 2.915,
  2. 3Beoordeling van het verzoek Namens de verzoeker is door [verzekeraar] op 2 februari 2022 een verzoekschrift ingediend in verband met kosten die zijn gemaakt in het kader van rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer. Op 10 maart 2022 heeft de voormalig raadsman van de verzoeker die hem rechtsbijstand heeft verleend in de strafzaak met voormeld parketnummer per e-mailbericht aangegeven geen bemoeienis te hebben met het ingediende verzoekschrift. Hij heeft daarbij tevens opgemerkt dat voor zover hij weet de verzoeker de aanspraak op vergoeding aan [verzekeraar] heeft gecedeerd op grond van de polisvoorwaarden. Op 14 maart 2022 heeft [verzekeraar] per e-mailbericht te kennen gegeven dat het verzoekschrift door de verzoeker zelf is ingediend en dat dit via hen aan het hof is toegezonden. [verzekeraar] heeft daarbij tevens verzocht toekomstige berichten aan de verzoeker zelf te richten en niet aan zijn voormalig raadsman. Op 11 maart 2022 heeft de Raad voor Rechtsbijstand per e-mailbericht het hof bericht dat er in de strafzaak met voormeld parketnummer een toevoeging is afgegeven onder kenmerk ‘[kenmerk]’ op 8 februari
  3. Op 7 april 2022 heeft de Raad voor Rechtsbijstand per e-mailbericht naar aanleiding van vragen van de griffier te kennen gegeven dat deze toevoeging niet is gedeclareerd en ook niet is ingetrokken. De verzoeker is – hoewel hij behoorlijk is opgeroepen – op 19 april 2022 niet in raadkamer verschenen. Tijdens de beraadslaging in raadkamer heeft het hof geconstateerd dat het op 19 april 2022 gesloten onderzoek niet volledig is geweest, nu onduidelijk is waarom sprake is van het gelijktijdig bestaan van een niet introkken toevoeging bij de Raad voor Rechtsbijstand en een namens de verzoeker ingediend verzoek tot vergoeding van kosten die zijn gemaakt in het kader van rechtsbijstand in de strafzaak met voormeld parketnummer. Het onderzoek in openbare raadkamer zal worden heropend en meteen geschorst voor onbepaalde tijd teneinde de verzoeker / zijn voormalig raadsman in de gelegenheid te stellen opheldering te geven over de betaling van de kosten van de rechtsbijstand en de niet ingetrokken toevoeging bij de Raad voor Rechtsbijstand. 4Beslissing Het hof : Heropent het op 19 april 2022 gesloten onderzoek in openbare raadkamer; Schorst dat onderzoek voor onbepaalde tijd; Beveelt de oproeping van de verzoeker tegen de volgende zitting; Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.R.O. Mooy, S. Clement en P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 3 mei 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.