afdeling strafrecht parketnummer: 23-002096-19 datum uitspraak: 26 januari 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-654101-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf(motivering) en van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden, waarvan acht voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf een passende reactie is. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich in een periode van een week meerdere malen - samen met anderen - schuldig gemaakt aan (pogingen tot) diverse babbeltrucs waarbij op doortrapte wijze van bejaarde slachtoffers hun bankpassen en pincodes werden bemachtigd om daarmee vervolgens zo veel mogelijk geld op te nemen. Er is sprake van een hele reeks slachtoffers van diefstallen waarbij de verdachte en andere personen uit de dadergroep in wisselende samenstelling en rol betrokken zijn geweest. De verdachte heeft puur uit winstbejag gehandeld en geen enkele rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van zijn handelingen voor de slachtoffers. Hij heeft op even gewetenloze als lafhartige wijze deze kwetsbare ouderen kennelijk als gemakkelijke prooi gezien en beroofd. Met zijn optreden heeft de verdachte het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens, waarvan wie ouderen meer dan anderen afhankelijk zijn, in ernstige mate geschaad. Door hetgeen de slachtoffers is aangedaan zal hun veiligheidsgevoel en zelfvertrouwen ernstig zijn aangetast. Dergelijke feiten leiden ook overigens tot maatschappelijke onrust, verminderd veiligheidsgevoel, verontwaardiging en afkeer bij de betrokken slachtoffers en hun naasten in het bijzonder. In het licht van het voorgaande en gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen door rechters plegen te worden opgelegd, ligt in deze zaak in beginsel de oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede. Het hof ziet niettemin in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding daarvan af te wijken. Over de verdachte zijn enkele reclasseringsrapportages opgemaakt. In de meest recente daarvan, van 29 december 2021, adviseert Reclassering Inforsa tot het opleggen van een taakstraf voor het maximaal op te leggen aantal uren gecombineerd met een substantiële voorwaardelijke gevangenisstraf als alternatief voor een onvoorwaardelijke detentie. Door - kort gezegd - de combinatie van het ontbreken van risicofactoren, de aanwezigheid van beschermende factoren, de huidige studie van de verdachte en zijn positieve gedragsverandering, acht de Reclassering een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet aangewezen. De verdachte woont nog bij zijn ouders thuis, is begonnen met een nieuwe [opleiding] en heeft geen contact meer met zijn mededaders. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - zij het toen voor het eerst - gemotiveerd uiteengezet dat hij heel veel spijt heeft van zijn daden, zijn leven heeft gebeterd en dat hij alles op alles zet om zijn huidige opleiding met succes af te ronden en in de toekomst mensen met problemen juist te helpen, te begeleiden en te ondersteunen. Dat de verdachte gedurende een betrekkelijk korte periode van een week vaak en ernstig in de fout is gegaan, maar daarvoor en daarna geen aanvaringen met politie en justitie heeft gehad, blijkt uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.