afdeling strafrecht parketnummer: 23-002472-21 datum uitspraak: 5 juli 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 september 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-058328-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 juni
- De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarbij hij is veroordeeld tot een geldboete van € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Hij, op of omstreeks 28 februari 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een opdracht krachtens artikel 175 gemeentewet, te weten een (nood)bevel van de Burgemeester, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, gegeven door of namens de Burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met uitoefening van enig toezicht belast), immers heeft hij, verdachte toen en aldaar zich niet (op eerste vordering) verwijderd van het Museumplein en/of de omgeving van het Museumplein, te weten onder andere het Museumplein nadat dit was gevorderd door de politie, terwijl voornoemde opdracht inhield dat hij, verdachte, zich moest verwijderen van het Museumplein en/of haar omgeving. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter opgelegd. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Dat oordeel berust op het volgende. De verdachte is op 28 februari 2021, net als enkele honderden andere mensen, naar het Museumplein te Amsterdam getogen om daar (in een periode waarin ingrijpende maatregelen ter beteugeling van het Covid-19-virus van kracht waren) een ‘kopje koffie’ te komen drinken. Nadat die samenkomst door de lokale autoriteiten als demonstratie was betiteld en ontbonden, is door de burgemeester van Amsterdam een noodbevel uitgevaardigd. Vervolgens heeft [verbalisant], compagniescommandant van de mobiele eenheid van de politie, enige tijd voor de aanhouding van de verdachte, gevorderd dat alle aanwezigen zich van het Museumplein zouden verwijderen in de richting van het Concertgebouw. Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof vast dat de verdachte daarmee doende is geweest. Daarnaast verkeerde hij, blijkens de verklaring die hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, in de overtuiging aan voornoemde vordering te hebben voldaan door zich te hebben verplaatst naar en op te houden aan de Van Baerlestraat. Bij die stand van zaken kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte (al dan niet in voorwaardelijke vorm) het opzet heeft gehad om niet te voldoen aan het bevel van de Burgemeester van Amsterdam als tenlastegelegd. Hetgeen de advocaat-generaal in dit verband heeft aangevoerd leidt niet tot een andere uitkomst. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 10 maart 2021 onder CJIB nummer [nummer]. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Abels, mr. J.J.I. de Jong en mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juli
- De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]