afdeling strafrecht parketnummer: 23-000429-22 datum uitspraak: 14 juli 2022 TEGENSPRAAK (raadsman gemachtigd) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 15-194215-21 en 15-102451-20 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboortedatum] adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straffen De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 70 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 35 dagen jeugddetentie en een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de politierechter de ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden opgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat met toepassing van het jeugdstrafrecht de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 70 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 35 dagen jeugddetentie, een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft, terwijl hij geen rijbewijs heeft, een auto bestuurd onder invloed van alcohol en cannabis/THC. Tijdens deze rit heeft hij een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt. De verdachte heeft bovendien de plaats van het ongeval verlaten. De verdachte heeft met deze handelingen zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer op grove wijze miskend. Hij heeft zichzelf en andere weggebruikers op twee verschillende fronten in gevaar gebracht. Het gevaar van besturen van de auto zonder daarvoor te zijn opgeleid en geschikt te zijn bevonden, wordt nog eens versterkt door het gevaar van het besturen onder invloed van alcohol en na gebruik van cannabis. Daardoor wordt immers de reactiesnelheid en het beoordelingsvermogen negatief beïnvloed. Het hof acht het kwalijk dat de verdachte zijn eigen belangen heeft gesteld boven de wet, de verkeersveiligheid en de beslissingen van het bevoegd gezag en is weggerend van de plaats van het ongeval zonder zich om de schade te bekommeren. Het hof ziet, ondanks recent opgelegde strafbeschikkingen in verband met verkeersovertredingen positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte, zoals opgenomen in het reclasseringsadvies van [naam] van 4 november 2021 en de tussentijdse evaluatie van de Jeugdbescherming Amsterdam van 8 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.