Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-000215-21 Datum uitspraak: 31 mei 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 december 2020 in de strafzaak onder parketnummer 81-242485-20 tegen: [verdachte] gevestigd te [vestigingsplaats] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2022. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de vertegenwoordiger van de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 16 juni 2020 te Amsterdam en/of elders in Nederland, al dan niet opzettelijk, handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen heeft verricht ten aanzien van gevaarlijke stoffen en/of met vervoermiddelen, die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b van genoemde wet, anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels, immers heeft zij (met) een vervoermiddel te weten een tankwagen (voorzien van de kentekens [kentekens]), althans een transporteenheid, waarin zich gevaarlijke stoffen bevonden, te weten een hoeveelheid hypochloriet (UN 1791), in elk geval (een) gevaarlijke stof(fen) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nieuwe Hemweg, vervoerd en/of laten staan, zulks terwijl in strijd met voorschrift 5.4.1.1.1 onder f van het ADR de vervoersdocumenten niet de volgende informatie bevatten met betrekking tot alle ten vervoer aangeboden gevaarlijke stoffen of voorwerpen, immers, bevatte de (getoonde) vervoersdocumenten niet de totale hoeveelheid van de gevaarlijke stof (hypochloriet UN 1791) (uitgedrukt in volume of bruto massa, of in netto massa). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. De bestuurder van de transporteenheid van de verdachte, die hypochloriet vervoerde, is door de verbalisanten staande gehouden, onder meer ter controle van de naleving van het bepaalde in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (hierna: Wvgs). De bestuurder kon desgevraagd geen document tonen waarop de op dat moment in de transporteenheid aanwezige hoeveelheid hypochloriet was vermeld. Wel kon hij die hoeveelheid uitrekenen door de hoeveelheid waarmee hij vertrokken was te verminderen met de hoeveelheden die hij bij verschillende klanten als deellossingen had gelost. Die verschillende hoeveelheden bleken uit de vervoersdocumenten die hij bij zich had. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de ter plaatse door de chauffeur opgestelde berekening overgelegd. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de toepasselijke regelgeving meebrengt dat aan boord van een transporteenheid te allen tijde een vervoersdocument aanwezig moet zijn dat de actuele hoeveelheid van de in de eenheid aanwezige gevaarlijke stof vermeldt, of dat aan de regelgeving wordt voldaan indien deze actuele hoeveelheid op eenvoudige wijze uit de aanwezige vervoersdocumenten kan worden opgemaakt, zo nodig na een berekening. In de Nederlandse vertaling van voorschrift 5.4.1.1.1 van de Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route (hierna: ADR) staat, voor zover hier van belang, het volgende: Het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.