← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:2091

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.277.876/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland: C/15/286500 / HA ZA 19-227 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 juli 2022 inzake 1 [appellant]

  1. [appellante], beiden wonend te [woonplaats] , appellanten, advocaat: mr. F.M. Wagener te Alkmaar, tegen 1 [geïntimeerde 1]
  2. [geïntimeerde 2], beiden wonend te [woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. H.B. de Regt te Alkmaar. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Partijen worden hierna wederom [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd. Het hof heeft op 10 mei 2022 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest (verder: het tussenarrest) verwezen. Bij het tussenarrest heeft het hof – kort gezegd – [appellanten] gelegenheid gegeven (tegen)bewijs te leveren. Nadat [appellanten] hadden afgezien van bewijslevering, is wederom arrest gevraagd. 2Verdere beoordeling 2.
  3. In het tussenarrest heeft het hof in het kader van de grieven 1 en 2 ten aanzien van de fruitbomen (bomen 3, 4 en 5) geoordeeld dat deze te dicht bij de perceelsgrens staan, maar dat tot op door [appellanten] te leveren tegenbewijs moet worden aangenomen dat de onrechtmatige toestand met betrekking tot deze bomen op 16 september 2018 al meer dan twintig jaar bestond en dat de vordering van [appellanten] tot verwijdering van deze bomen daarom op grond van de artikelen 3:314 lid 1 en artikel 3:306 BW is verjaard. [appellanten] zijn in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren. 2.
  4. Nu [appellanten] van de hun bij het tussenarrest geboden gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt, dient het hof ervan uit te gaan dat hun vordering tot verwijdering van de fruitbomen is verjaard. De desbetreffende vordering is dan ook terecht afgewezen, zodat de grieven 1 en 2 (per saldo) geen doel treffen. 2.
  5. Met betrekking tot de spar en de den (bomen 1 en 2) heeft het hof in het kader van de grieven 3 tot en met 6 in het tussenarrest geoordeeld dat de (primaire) vordering van [appellanten] tot verwijdering van deze bomen terecht door de rechtbank is afgewezen en dat de (subsidiaire) vordering van [appellanten] tot, kort gezegd, uitvoering door [geïntimeerden] van een door een deskundige vast te stellen snoeiplan met betrekking tot deze bomen, bij het eindarrest zal worden afgewezen. 2.
  6. Omdat de conclusie van al het voorgaande is dat de vorderingen van [appellanten] in eerste aanleg terecht zijn afgewezen, faalt ook grief 7, waarmee [appellanten] opkomen tegen de in eerste aanleg ten laste van hen uitgesproken kostenveroordeling. 2.
  7. Het bestreden vonnis zal geheel worden bekrachtigd en het door [appellanten] voor het eerst in hoger beroep gevorderde zal worden afgewezen. [appellanten] zullen, als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze instantie worden veroordeeld. 3Beslissing Het hof: bekrachtigt het bestreden vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 januari 2020 en wijst het voor het eerst in hoger beroep door [appellanten] (subsidiair) gevorderde af; veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 432,89 wegens verschotten, op € 3.342,00 wegens salaris van de advocaat en op € 163,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de veertiende dag na dit arrest tot de dag der voldoening; verklaart dit arrest ten aanzien van deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, R.J.M. Smit en E.K. Veldhuijzen van Zanten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.