GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.278.605/01 zaaknummer/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/289631 / HA ZA 19-392 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 juli 2022 inzake 1 [appellant 1] , 2. [appellant 2] , beiden wonend te [woonplaats] , appellanten sinds schorsing en hervatting van het geding op grond van de artikelen 225 en 227 Rv na het overlijden van de oorspronkelijke appellant [X] (hierna: [X] ), advocaat: mr. H.J.M. van Schie te Haarlem, tegen HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER, gevestigd te Heerhugowaard, geïntimeerde, advocaat: mr. G.J.M. de Jager te Rotterdam. Partijen worden hierna [appellanten] en HHNK genoemd. 1Het geding in hoger beroep [appellanten] zijn bij dagvaarding van 12 mei 2020 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 12 februari 2020, onder bovenvermeld zaaknummer/rolnummer gewezen tussen [X] als eiser en HHNK als gedaagde. Bij arrest van 7 juli 2020 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast. Die zitting heeft op 12 november 2020 plaatsgevonden. Van de zijde van [appellanten] zijn toen producties 17 tot en met 19 in het geding gebracht. Partijen hebben geen minnelijke regeling getroffen. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven tevens houdende eiswijziging, met producties; - memorie van antwoord; - akte ex artt. 225 jo. 227 Rv aan de zijde van [appellanten] Tijdens de mondelinge behandeling op 30 juni 2022 hebben de hiervoor genoemde advocaten het woord gevoerd; mr. Van Schie aan de hand van een pleitnota die is overgelegd. Partijen hebben hun standpunt toegelicht en vragen beantwoord. [appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - hun in hoger beroep gewijzigde vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten. HHNK heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en tot afwijzing van de in hoger beroep gewijzigde vorderingen van [appellanten] met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 2Feiten 2.1 De door de rechtbank onder 2.1 tot en met 2.7 van het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn niet betwist. Ook het hof zal daar van uitgaan, voor zover in hoger beroep nog van belang. Die feiten zijn, aangevuld met andere relevante feiten die in dit geding zijn komen vast te staan, de volgende. 2.2 [appellanten] oefenen een agrarisch bedrijf uit in [plaats] . Per 1 juli 2015 heeft [X] de gronden van dit bedrijf ingebracht in de vennootschap onder firma [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ), met als vennoten [X] (op 13 november 2021 overleden) en zijn neven [appellant 1] en [appellant 2] 2.3 HHNK is vanuit haar publiekrechtelijke taak onder meer belast met de waterhuishouding in polder [polder] . De gronden van [bedrijf 1] liggen in deze polder. 2.4 In de Legger Wateren 2018 (hierna: de Legger) zijn onder meer de onderhoudsverplichtingen ten aanzien van de waterstaatswerken zoals dammen en stuwen opgenomen. Deze werken worden ook aangeduid als kunstwerken. In de Legger is – voor zover in deze zaak van belang – het volgende opgenomen: 2.2 Beleidskader (…) Functie van de legger De functie van de legger is om derden en het hoogheemraadschap inzage te geven in de taken van het hoogheemraadschap ten aanzien van beheer en onderhoud van de in de legger opgenomen waterstaatswerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap én om de onderhoudsplichten van derden waarop het hoogheemraadschap toezicht uitoefent. (…) 3.3 Onderhoudsplicht (…) 3.3.2 Kunstwerken watersysteem De onderhoudsplichtigen van (ondersteunende) kunstwerken dienen de kunstwerken die in, op, aan of boven de oppervlaktewaterlichamen zijn aangebracht en die een waterhuishoudkundige of mede een waterhuishoudkundige functie hebben, te onderhouden. Het onderhoud van kunstwerken bestaat uit vier onderdelen, die zijn omschreven in tabel 4. Voor de bepaling wie het onderhoud van kunstwerken uitvoert, is het van belang of het kunstwerk al dan niet een peilregelende en/of peilscheidende functie heeft en of daarmee het algemeen belang wordt gediend. Van kunstwerken die van belang zijn voor de peilhandhaving in de polder wordt de constructie onderhouden door het hoogheemraadschap. Het onderhoud van de andere kunstwerken ligt bij de aanliggende eigenaar. De onderhoudsplichtigen zijn voor de meeste kunstwerken aangeduid op de leggerkaart. Daar waar dit nog niet is gebeurd, geldt in algemene zin tabel 5 van dit beschrijvende deel van de legger. (…) 2.5 Op 8 mei 2017 heeft [bedrijf 1] een vergunning aangevraagd voor het verrichten van herstelwerkzaamheden aan vijf dammen ( [dam 1] , [dam 2] , [dam 3] , [dam 4] en [dam 5] ) en een stuw ( [stuw] ). Op 18 juli 2017 heeft HHNK aan [bedrijf 1] de vergunning verleend. 2.6 [appellanten] hebben de vergunde werkzaamheden aan bovengenoemde vijf dammen uitgevoerd. De kosten daarvan bedragen € 19.576,63. De werkzaamheden aan de stuw ( [stuw] ) zijn na het bestreden vonnis door en voor rekening van HHNK uitgevoerd. 2.7 Bij e-mail van 19 februari 2018 heeft HHNK het volgende aan [appellant 2] bericht: (…) Het onderhoud van de duikers in tertiaire waterlopen is volledig bij de eigenaar c.q. belanghebbende dit staat in de legger wateren 2015 _2 en in het beschrijvend deel goed aangegeven maar staat verkeerd vermeld op de interactieve site dit zal worden hersteld. Bij de vaste dammen die u aangegeven heeft staat in de legger dat HHNK verantwoordelijk is voor de constructie dat is in principe correct. De bedoelde dammen zijn waterkerende dammen en wij zien toe op de waterkerende functie zodra deze in het geding komt staan wij aan de lat om te zorgen dat deze hersteld wordt. De aanleiding voor het opknappen van de door u bedoelde dammen was de vergunningsaanvraag met als doel het kunnen verlagen van het waterpeil. In dit geval was er géén sprake van een waterkerend belang en is er geoordeeld dat het hoogheemraadschap in deze geen rol speelt. 2.8 [bedrijf 1] heeft op 20 november 2019 haar vorderingen op HHNK bij akte van cessie overgedragen aan [X] . 2.9 HHNK heeft in april 2020 herstelwerkzaamheden aan de hierboven in 2.5 en 2.6 genoemde stuw uitgevoerd. Na mededeling van [appellanten] dat de overstort hoogte van de nieuwe stuw niet de juiste hoogte had heeft HHNK de overstort begin augustus 2020 aangepast. 2.10 In opdracht van [bedrijf 1] heeft [bedrijf 2] hoogtemetingen van de overstortpeilen van diverse dammen en stuwen op de percelen van [bedrijf 1] uitgevoerd en haar bevindingen neergelegd in een rapport van 9 juni 2020. 3Beoordeling Procedure bij de rechtbank 3.1 [appellanten] vorderden in eerste aanleg, voor zover nog van belang, veroordeling van HHNK tot betaling van € 19.576,63 en vervanging van stuw [stuw] . Aan die vorderingen legden [appellanten] kort gezegd het volgende ten grondslag. HHNK is tekort geschoten in haar onderhoudsplicht van peilscheidende werken en in het door haar gevoerde waterbeheer, waardoor [bedrijf 1] te kampen had met ernstige wateroverlast op haar percelen. Herstel van de dammen en de stuw was noodzakelijk. [appellanten] werden pas na herstel van de dammen ermee bekend dat dit constructieve onderhoud door en voor rekening van HHNK had moeten worden uitgevoerd. HHNK is ongerechtvaardigd verrijkt. Vervanging van de stuw is door HHNK toegezegd, maar nog steeds niet uitgevoerd. 3.2 HHNK heeft verweer gevoerd, dat – voor zover in hoger beroep nog van belang – hierna aan de orde zal komen. 3.3 Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank HHNK op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld tot vervanging van de stuw [stuw] binnen drie maanden na betekening van het vonnis. De overige vorderingen van [appellanten] werden afgewezen. De rechtbank heeft de proceskosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Samengevat heeft de rechtbank het volgende overwogen. De desbetreffende dammen zijn peilscheidingen. HHNK was verantwoordelijk voor het onderhoud daarvan. Of HHNK in de nakoming van die onderhoudsverplichting is tekortgeschoten is echter niet meer vast te stellen, omdat [bedrijf 1] de werkzaamheden al heeft uitgevoerd. Die werkzaamheden zagen bovendien ook op het wijzigen van de damconstructie naar een peilregulerend werk en dat valt niet onder de verantwoordelijkheid van HHNK. Zij heeft uitsluitend een rol indien het waterkerend belang in het geding is. Vervanging van de stuw had HHNK al toegezegd, maar niet uitgevoerd ondanks toezeggingen om dat in 2019 te doen. De procedure in hoger beroep 3.4 Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komen [appellanten] met drie grieven op. Daarnaast hebben zij hun vordering gewijzigd. Zij vorderen nu veroordeling van HHNK tot, kort gezegd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.