← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:2308

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002287-20 datum uitspraak: 9 maart 2022 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13160510-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1963, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 27 maart 2018 te Amsterdam opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan het [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5400 gram hennep(toppen) en/of ongeveer 1500 gram hennep(gruis), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op of omstreeks 27 maart 2018 te Amsterdam electriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen electriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 27 maart 2018 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan het [adres 2] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 5.400 gram henneptoppen en ongeveer 1.500 gram hennepgruis; 2.hij omstreeks 27 maart 2018 te Amsterdam elektriciteit, die aan een ander toebehoorde, te weten aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen Nu de verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering: Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde: Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met nummer PL1300-2018060875-1 van 27 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s B21-B26]; Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2018060875-7 van 27 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] [doorgenummerde pagina’s B73-B79]. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde: Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met nummer PL1300-2018060875-1 van 27 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s B21-B26]; Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300-2018060875-7 van 27 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] [doorgenummerde pagina’s B73-B79]; Een geschrift, te weten een aangifteformulier van Liander N.V., gevestigd te Duiven, van 10 april 2018 [doorgenummerde pagina’s B01-B03]. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een hoeveelheid henneptoppen en hennepgruis aanwezig gehad in zijn woning. Het gebruik van hennep is niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid, maar leidt vaak tot negatieve maatschappelijke effecten, overlast voor buurtbewoners en is indirect de oorzaak van vele (andere) vormen van criminaliteit. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit. De verdachte heeft op illegale wijze stroom afgetapt zonder dat dit werd geregistreerd waardoor het energiebedrijf schade heeft opgelopen. Tevens levert het illegaal en ondeskundig aftappen van elektriciteit (brand)gevaar op voor de omwonenden. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 februari 2022 is de verdachte korter dan vijf jaar voorafgaand aan het plegen van de bewezenverklaarde feiten veroordeeld voor een soortgelijk feit. De verdachte heeft bij deze veroordeling een taakstraf opgelegd gekregen, die hij heeft verricht voorafgaand aan het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Het hof kan daarom, gelet op het bepaalde in artikel 22b, lid 2 Wetboek van Strafrecht, niet volstaan met de combinatie van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf, zoals door de raadsman bepleit en door de advocaat-generaal gevorderd. Het hof acht, alles afwegende, een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. W.F. Groos en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 maart 2022. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.