← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2022:2683

GERECHTSHOF AMSTERDAM zaaknummers : 200.307.899/02 en 200.307.901/02 zaaknummers hoofdzaak : K21/230033 en K21/230034 beslissing van de wrakingskamer van 15 juli 2022 inzake het op 1 juli 2022 ingediende wrakingsverzoek van [verzoeker01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1961, adres: [adres01] , [postcode01] [plaats01] , hierna te noemen “verzoeker”. 1 Het geding 1.1 Verzoeker heeft in de hoofdzaken op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) tweemaal beklag ingediend met het verzoek om alsnog een opsporingsonderzoek in te (laten) stellen tegen verbalisant [verbalisant01] vanwege kluisroof. 1.2 De inhoudelijke behandeling van de beklagzaken stond gepland op 27 januari

  1. Verzoeker heeft een aanhoudingsverzoek ingediend omdat hij niet aanwezig kon zijn bij de behandeling van zijn beklag wegens verblijf in het buitenland. Naar aanleiding van dit aanhoudingsverzoek is verzoeker op voorhand medegedeeld dat het verzoek tot aanhouding zal worden gehonoreerd en dat ter zitting de zaken zullen worden aangehouden voor onbepaalde tijd. 1.3 Op de zitting van 27 januari 2022 zijn ter zitting de zaken voor onbepaalde tijd aangehouden. De voorzitter van de kamer was mr. N. van der Wijngaart. 1.4 Op 11 maart 2022 ontving verzoeker de processen-verbaal van de aangehouden zitting. Per brief van 14 maart 2022 heeft verzoeker een verzoek tot wraking jegens mr. N. van de Wijngaart ingediend (hierna de eerste verzoeken). 1.5 Op 20 juni 2022 heeft verzoeker een oproeping ontvangen voor 4 juli 2022 teneinde de behandeling van zijn verzoeken tot wraking te behandelen. Diezelfde dag heeft verzoeker per e-mailbericht laten weten verhinderd te zijn. Op 28 juni 2022 heeft verzoeker gevraagd om de namen van de raadsheren van de wrakingskamer, die het verzoek tot wraking zullen behandelen, bekend te maken. Per e-mailbericht van 29 juni 2022 heeft de griffier laten weten dat zodra de zaak gepland zal zijn, de zittingscombinatie ook bekend is en dat de namen dan aan verzoeker gecommuniceerd zullen worden. 2 Het wrakingsverzoek 2.1 Bij e-mailbericht van 1 juli 2022 heeft verzoeker de wrakingskamer gewraakt. Verzoeker voert daarbij aan: “Mijn wrakingsgrond zijn 2 woorden: TOTALE CORRUPTIE”. Verzoeker heeft daarbij gesteld dat hij niet op de hoogte wordt gebracht van de namen van de raadsheren die zijn verzoeken tot wraking zullen gaan behandelen. 3 Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek 3.1 Het eerste wrakingsverzoek (in twee zaken) is gedaan in een strafrechtelijke procedure. Op grond van artikel 512 Sv en verder kan op verzoek van de verdachte of het Openbaar Ministerie elk van de rechters (in hoger beroep: raadsheren) die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Onder het behandelen van een zaak in de zin van artikel 512 Sv moet worden verstaan: elke rechterlijke bemoeienis met een zaak, van welke aard en omvang dan ook. Daaronder is begrepen de behandeling door (een of meer leden van) de wrakingskamer van een wrakingsverzoek. Dat betekent dat ook de leden van de wrakingskamer kunnen worden gewraakt. 3.2 Het middel wraking is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die (naar de partij objectief gezien mocht vrezen) jegens hem of haar een vooringenomenheid koestert, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Wraking is derhalve uitsluitend mogelijk van de rechter(s) door wie een zaak wordt behandeld. 3.3 De wrakingskamer begrijpt dat verzoeker bedoelt de (nog onbekende) raadsheren die het eerste wrakingsverzoek in beide zaken zullen gaan behandelen te wraken. De raadsheren zijn nog niet bekend, omdat de zaak nog niet definitief gepland is. De grond van de wraking van de wrakingskamer luidt als volgt: “Mijn wrakingsgrond zijn 2 woorden: TOTALE CORRUPTIE”. 3.4 Het verzoek heeft derhalve geen betrekking op specifieke, bij naam aangewezen raadsheren die de eerste wrakingsverzoeken van de verzoeker zullen gaan behandelen. Evenmin is het verzoek gebaseerd op feitelijk omschreven beslissingen, handelingen of gedragingen van bij naam aangewezen raadsheren. Mede gelet op hetgeen is bepaald in artikel 40, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie berust het verzoek bovendien op feiten en omstandigheden die voor elke raadsheer – in welke samenstelling dan ook – gelden. 3.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. 3.6 Op grond hiervan kan overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 4.2 van het wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam, een mondelinge behandeling van het voorliggende wrakingsverzoek achterwege blijven. 3 De beslissing De wrakingskamer: - verklaart het verzoek tot wraking van de wrakingskamer niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.V.T. de Bie, J.F. Aalders en J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 juli
  2. Mrs. A.V.T. de Bie en J. Piena zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.